De regering moet geen extra opvoedkundige taken aan scholen geven en nieuwe taken kritisch toetsen. De belangrijkste taak van een school is namelijk het geven van onderwijs. Scholen krijgen nu steeds vaker te veel maatschappelijke en sociale taken. ››
De regering moet een onderzoek doen naar de maatschappelijke diensttijd. Er gaat jaarlijks 130 miljoen euro naar dit programma, maar het is onduidelijk of dit geld echt bij jongeren terechtkomt. Er mag geen extra geld naar de maatschappelijke diensttijd gaan totdat de resultaten van het onderzoek bekend zijn. ››
De regering moet de leerplicht niet verlagen van 5 naar 4 jaar. Leerplichtambtenaren hebben het nu al te druk met het controleren van thuiszitters. Een verlaging zorgt voor nog meer werkdruk. Ook moet een kind van 4 jaar vooral kind kunnen zijn en niet te vroeg onder de leerplicht vallen. ››
De regering moet scholen aanmoedigen om 'grab-and-gokasten' vaker te gebruiken. Dit zijn kasten waar leerlingen anoniem producten zoals deodorant en maandverband kunnen pakken. Leerlingen die zich zorgen maken over hun hygiëne, kunnen zich namelijk minder goed concentreren tijdens de les. ››
De regering moet onderzoeken hoe kinderopvang, onderwijs en zorg beter kunnen samenwerken. De harde grenzen tussen deze sectoren zorgen er nu voor dat kinderen niet de juiste ondersteuning krijgen tijdens hun belangrijkste jaren. ››
De regering moet met scholen onderzoeken hoe elk kind op schoolreisje kan. De huidige vrijwillige ouderbijdrage zorgt voor kansenongelijkheid. Kinderen op de ene school doen nu veel duurdere uitjes dan kinderen op de andere school. Er moet worden gekeken naar nieuwe manieren om deze reisjes te betalen. ››
De regering moet onderzoeken hoe de adviezen van de OESO (een internationale organisatie) kunnen helpen tegen kansenongelijkheid in het onderwijs. Er zijn namelijk grote niveauverschillen tussen kinderen van 5 jaar oud. Deze verschillen blijven lang bestaan. Voor- en vroegschoolse educatie (vve) kan helpen om deze verschillen te verkleinen. ››
De regering moet wetenschappelijke inzichten gebruiken om referentiewaarden voor de natuur op zee vast te stellen. De huidige waarden zijn gebaseerd op het verleden. Door klimaatverandering en nieuwe soorten is de natuur op zee echter blijvend veranderd. Bij de BISI-methode (een manier om de natuur op zee te beoordelen) moet de regering daarom rekening houden met deze verandering. ››
De regering moet in Europa inzetten voor betere bescherming en strengere regels voor het verdoven van vissen en waterdieren. Vissen voelen namelijk pijn, maar er zijn bijna geen wetten voor hun welzijn. Nu worden vissen vaak geslacht terwijl ze nog bij bewustzijn zijn. Betere regels zijn nodig om dit onnodige lijden te stoppen. ››
De regering moet samenwerken met andere Noordzeelanden om een lijst te maken van nieuwe technieken en pilots in de visserij en aquacultuur (het kweken van waterdieren). Deze lijst moet beschikbaar komen voor de Nederlandse visserij. Zo hoeft Nederland geen nieuw onderzoek te doen naar methoden die in het buitenland al succesvol zijn. ››
De regering moet bij de herziening van het contigentenstelsel (het systeem voor visrechten) zorgen voor meer duurzaamheid en innovatie in de visserij. Het huidige systeem biedt nieuwe duurzame vissers te weinig kansen. De verdeling van visquota (hoeveel vis er gevangen mag worden) kan juist worden gebruikt om de sector te helpen verduurzamen. ››
Het kabinet moet de makreelquota binnen de EU opnieuw bespreekbaar maken. De visserij op open zee is een van de meest efficiënte en duurzame manieren om voedsel te produceren. De huidige beperking op de hoeveelheid makreel die gevangen mag worden, schaadt de visserijsector echter. ››
De regering moet het besluit om de Hollandse Kust aan te wijzen als Vogelrichtlijngebied (beschermd natuurgebied) eerst voorleggen aan de Tweede Kamer. De aanwijzing heeft namelijk grote gevolgen voor vergunningen en activiteiten in dit gebied. Zo kan de Kamer eerst over het plan meebeslissen voordat het officieel wordt. ››
De regering moet uiterlijk eind 2026 een wetsvoorstel indienen om het vissen op uitheemse rivierkreeften makkelijker te maken. Deze kreeften beschadigen namelijk de natuur en de oevers van rivieren. Een goede aanpak kan daarom niet langer wachten. ››
De regering moet tijdens de onderhandelingen over de Omnibuswetten zorgen voor de bescherming van Nederlandse werknemers, consumenten, het milieu en de leefomgeving. Deze nieuwe Europese wetten maken namelijk deel uit van een plan om regels te verminderen. Dit plan kan de bescherming van mensen en de natuur verzwakken. ››
De regering moet voorkomen dat het nieuwe Europese '28ste regime' schadelijk is voor Nederlandse bedrijven en werknemers. Dit regime zorgt ervoor dat bedrijven zich niet meer aan de Nederlandse wet houden, maar aan regels van een fictieve 28ste lidstaat. Dit brengt de rechten van werknemers in gevaar en vermindert de democratische controle op de economie. ››
Het staatshoofd en de ministers moeten niet meer deelnemen aan de Bilderbergconferentie of het World Economic Forum. Deze organisaties zijn private stichtingen waar geen democratische controle op mogelijk is. Ook heeft de Nederlandse bevolking via referenda eerder tegen globalisme gestemd. ››
De regering moet bij de Europese Raad pleiten voor een Europees offensief om de winsten van drugscriminelen af te pakken. Criminelen maken enorme bedragen met drugs en gebruiken dit geld voor geweld en het ronselen van jongeren. Omdat criminele netwerken niet stoppen bij de grens, is Europese samenwerking nodig om hun geld sneller te bevriezen en af te pakken. ››