Onderzoek naar maatschappelijke diensttijd

De regering moet een onderzoek doen naar de maatschappelijke diensttijd. Er gaat jaarlijks 130 miljoen euro naar dit programma, maar het is onduidelijk of dit geld echt bij jongeren terechtkomt. Er mag geen extra geld naar de maatschappelijke diensttijd gaan totdat de resultaten van het onderzoek bekend zijn.

Motie van het lid Raijer over een onafhankelijk onderzoek naar de doelmatigheid en effectiviteit van de maatschappelijke diensttijd

De kamer, constaterende dat jaarlijks circa 130 miljoen euro wordt besteed aan de maatschappelijke diensttijd; overwegende dat onduidelijk is welk deel van deze middelen daadwerkelijk ten goede komt aan jongeren; verzoekt de regering een onafhankelijk onderzoek uit te voeren naar de doelmatigheid en effectiviteit van de maatschappelijke diensttijd, de Kamer hierover te informeren en geen uitbreiding of aanvullende financiering van de maatschappelijke diensttijd toe te staan voordat de resultaten van dit onderzoek met de Kamer zijn gedeeld.
17 juni | PVV | Verworpen: 47–102 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma 50plus

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 70%)

Argumenten voor: De partij wil dat alle overheidsuitgaven van alle ministeries worden onderzocht op effectiviteit, met als doel verspilling en ondoelmatigheden in de collectieve sector op te sporen [2]. Een onafhankelijk onderzoek naar de doelmatigheid van de bestedingen aan de maatschappelijke diensttijd sluit hier direct bij aan.

Argumenten tegen: De partij streeft naar een gemoderniseerde algemene maatschappelijke dienstplicht voor sectoren zoals defensie, zorg of civiele veiligheid [1]. Het verbod op uitbreiding of aanvullende financiering van de maatschappelijke diensttijd zou de realisatie van dergelijke plannen in de weg kunnen staan.

Bronnen:

  1. "Een gemoderniseerde algemene maatschappelijke dienstplicht voor defensie, zorg of civiele veiligheid."
  2. "Een topteam ambtenaren en ondernemers onderzoekt alle overheidsuitgaven van alle ministeries op effectiviteit met als doel ten minste 10 miljard euro aan fraude, verspilling en ondoelmatigheden op te sporen aan de uitgavenkant van de collectieve sector."