De regering moet onderzoeken hoe de adviezen van de OESO (een internationale organisatie) kunnen helpen tegen kansenongelijkheid in het onderwijs. Er zijn namelijk grote niveauverschillen tussen kinderen van 5 jaar oud. Deze verschillen blijven lang bestaan. Voor- en vroegschoolse educatie (vve) kan helpen om deze verschillen te verkleinen.
Motie van het lid Moorman over in beeld brengen hoe de OESO-bevindingen omgezet kunnen worden in beleid om kansenongelijkheid onder kinderen in het onderwijs in Nederland tegen te gaan
De kamer,
constaterende dat het IELS-rapport van de OESO laat zien dat er grote
niveauverschillen bestaan tussen 5-jarigen, dat deze verschillen lang
doorwerken en dat vve een belangrijke rol kan hebben in het tegengaan
van verschillen;
verzoekt de regering om in beeld te brengen hoe de bevindingen van de
OESO omgezet zouden kunnen worden in beleid om kansenongelijkheid
onder kinderen in het onderwijs in Nederland tegen te gaan, en de Kamer
hierover voor de begrotingsbehandeling te informeren.
Argumenten voor: De partij stelt dat een goede start voor kinderen een groot verschil maakt [5] en blijft investeren in voor- en vroegschoolse educatie [2]. Daarnaast wordt benadrukt dat voorschoolse educatie en peuteropvang belangrijke plekken zijn waar kinderen zich ontwikkelen [4]. Om gelijke kansen te creëren, wil de partij gericht investeren en extra middelen vrijmaken voor scholen waar sprake is van uitdagingen en achterstanden [1]. Dit sluit aan bij de visie dat ieder kind, ongeacht de thuissituatie of achtergrond, recht heeft op goed onderwijs [3].
Argumenten tegen: Het verkiezingsprogramma biedt geen argumenten om tegen het in beeld brengen van beleid ter tegengaan van kansenongelijkheid of tegen het gebruik van de OESO-bevindingen te stemmen.
Bronnen:
"Voor het creëren van gelijke kansen is het belangrijk om gericht te investeren. Via de bekostiging en het onderwijsachterstandenbeleid blijven we extra middelen vrijmaken voor scholen waar veel uitdagingen en achterstanden zijn. De ouderbijdrage blijft vrijwillig en de inspectie ziet erop toe dat scholen dit respecteren, niet discrimineren, en dat het vrijwillig karakter voor iedereen duidelijk is. Komen scholen tekort, dan kunnen ze worden gecompenseerd zodat er geen onacceptabele verschillen tussen scholen ontstaan. Het is onwenselijk als er een omvangrijk buitenschools circuit van bijlesorganisaties ontstaat ('schaduwonderwijs'), mede als symptoom van een prestatiecultuur. Als een leerling bijles of extra ondersteuning nodig"
"Nederlandse kinderen kunnen steeds slechter rekenen en schrijven. Deze trend is zorgelijk en moet gekeerd. Basisvaardigheden dienen gedurende de hele schoolcarrière onderhouden te worden. De overheid respecteert dat de uitvoering in handen is van scholen en stelt alleen randvoorwaarden. Scholen waarvan kinderen goed presteren delen hun lessen met andere scholen. We blijven investeren in voor- en vroegschoolse educatie en nieuwkomersonderwijs."
"Ieder kind, ongeacht thuissituatie, achtergrond of leerproblemen, heeft recht op goed onderwijs dat bijdraagt aan een brede ontwikkeling, met ondersteuning die aansluit bij zijn of haar mogelijkheden. De behoefte van het kind staat centraal. We blijven stappen zetten richting inclusiever onderwijs, waarbij alle kinderen zoveel mogelijk naar dezelfde school gaan. Voorwaarde is dat de scholen dit kunnen doen zonder bureaucratie en geschuif met budgetten. Er wordt gekeken naar wat een kind nodig heeft om tot leren te komen en niet naar labels en indicaties. Dit vraagt nauwe samenwerking tussen onderwijs, ouders, jeugdhulpverlening en zorg, met bijbehorende gecombineerde financieringsstromen. Schoolgebouwen dienen beter te worden ingericht op inclusief onderwijs. De overheid zorgt voor voldoende speciaal onderwijs (primair en voortgezet) in elke regio, inclusief volwaardig voortgezet speciaal onderwijs op havo- en vwo-niveau. In het primair onderwijs komt een landsdekkend passend onderwijsaanbod voor (hoog)begaafden met een extra ondersteuningsbehoefte om schooluitval in deze groep terug te dringen. Er wordt aandacht besteed aan soepele terugkeer en doorstroming naar regulier onderwijs, waarbij het leerrecht van kinderen even centraal staat als de leerplicht. Door in te zetten op later selecteren zal de overgang van PO naar VO soepeler verlopen en worden de kansen voor ieder kind eerlijker. Daarvoor kan nu al ingezet worden op brede en verlengde brugklassen."
"Ouders moeten zelf kunnen kiezen hoe zij werk en zorg combineren. Daarvoor zijn een eerlijk belastingstelsel en kwalitatief goede en betaalbare kinderopvang (waaronder gastouderopvang) noodzakelijk. Door hervorming van de kinderopvangtoeslag, maken de het kinderopvangstelsel eenvoudiger en betaalbaar. De herziening van de kinderopvangtoeslag wordt doorgezet. Een winstoogmerk is, gezien de maatschappelijke functie van kinderopvang en financiering met veel gemeenschapsgeld, niet gepast. Alle kinderopvangorganisaties worden daarom non-profit. Dit betekent ook een einde van private equity partijen in de kinderopvang. Kinderopvang is meer dan een arbeidsmarktinstrument. Samen met voorschoolse educatie en peuteropvang vormt het een plek waar kinderen zich ontwikkelen. We onderzoeken de mogelijkheid om de arbeidseis in de kinderopvangtoeslag te vervangen door een maatschappelijke participatie-eis. Eenvoudigere financiering van alle vormen van voorschoolse opvang is nodig om segregatie te voorkomen."
"Nieuw leven is welkom in onze samenleving. Een goede start maakt veel verschil. Nederland heeft een uniek systeem van goede kraamzorg. In andere landen blijven moeders vaak langer in het ziekenhuis. Met de zorgverzekeraars komt er een plan van aanpak om te voorkomen dat gezinnen zonder kraamzorg starten. We gunnen ieder gezin een goede start."