Geen deelname aan Bilderberg of WEF

Het staatshoofd en de ministers moeten niet meer deelnemen aan de Bilderbergconferentie of het World Economic Forum. Deze organisaties zijn private stichtingen waar geen democratische controle op mogelijk is. Ook heeft de Nederlandse bevolking via referenda eerder tegen globalisme gestemd.

Motie van het lid Van Houwelingen over niet langer deelnemen aan de Bilderbergconferentie of het World Economic Forum voor staatshoofd en kabinetsleden

De kamer, constaterende dat het globalisme, als ideologie, politiek omstreden is, ook in Nederland; constaterende dat gremia zoals de jaarlijkse conferentie van het World Economic Forum in Davos of de Bilderbergconferentie als doel hebben deze «globalistische consensus» te fabriceren en te implementeren; constaterende dat deze gremia bovendien in handen zijn van private stichtingen, waarop geen enkele democratische controle mogelijk is; constaterende dat de Nederlandse bevolking in referenda zich daarnaast expliciet heeft uitgesproken tegen deze globalistische ideologie, te weten de Europese Unie en de integratie van Oekraïne in de Europese Unie; overwegende dat de functie van ons staatshoofd bovendien uitsluitend ceremonieel behoort te zijn; spreekt uit dat het staatshoofd en leden van het kabinet in de toekomst niet langer behoren deel te nemen aan de Bilderbergconferentie of het World Economic Forum.
16 juni | FVD | Verworpen: 36–114 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma JA21

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 70%)

Argumenten voor: De partij wil dat de Europese Unie zich beperkt tot economische samenwerking en respect heeft voor de soevereiniteit van lidstaten [3]. Ook stelt de partij dat ministers en staatssecretarissen geen besluiten mogen steunen zonder een mandaat van het parlement [4]. Daarnaast is de partij kritisch op de manier waarop de EU zich steeds meer bezighoudt met zaken buiten de economische kerntaak, zoals het sociale domein en bestuurlijke hervormingen [2].

Argumenten tegen: De partij wil de trans-atlantische banden met landen zoals de Verenigde Staten versterken [1], wat deel kan uitmaken van de internationale diplomatie die ook in de genoemde fora plaatsvindt.

Bronnen:

  1. "Inzetten op versterking van de trans-Atlantische band met de Verenigde Staten, Canada en Latijns-Amerika."
  2. "Onze open economie is gebaat bij een sterke gemeen -schappelijke markt. JA21 ziet hierin potentie voor meer banen, welvaart en groeikansen voor Nederlandse be -drijven. De Europese Unie verliest deze kerntaak helaas meer en meer uit het oog. Zij houdt zich ogenschijnlijk liever bezig met duurzaamheid, het sociale domein en bestuurlijke hervormingen. Zo blijft de voltooiing van de kapitaalmarktunie achter, hetgeen private investeringen belemmert. Tegelijkertijd krijgen bedrijven wel te maken met verstikkende regelgeving, zoals nieuwe groene rap -portageverplichtingen onder de CSRD. Ook wordt gewerkt aan plannen voor een Europese industriepolitiek, onder de noemer van een 'Clean Industrial Deal'. Het Draghi-rapport onderschrijft in delen dit pleidooi voor een gestuurde eco -nomie. JA21 vindt dat Nederland hier uiterst kritisch te -genover moet staan en samen met andere landen moet sturen op EU-beleid dat juist gericht is op vrije concurren -tie en liberale economische groei."
  3. "De Europese Unie is een samenwerkingsverband dat zich -zelf moet leren beperken. JA21 pleit voor een Unie die zich weer richt op haar oorspronkelijke kracht: economi -sche samenwerking en respect voor de soevereiniteit van lidstaten."
  4. "Naast de reeds ingebouwde controlemechanismen in de rapportages door ministeries moeten de Eerste en Tweede Kamer betere handvatten krijgen om subsidia -riteit te waarborgen binnen Europese verordeningen en richtlijnen. JA21 staat voor een Europese Unie die trouw blijft aan het subsidiariteitsbeginsel. Er moet onderzocht worden hoe de informatievoorziening verbeterd kan worden opdat deze wetgeving ook een grotere rol kan spelen in het publieke debat. Wetgeving die in Nederland impact heeft, moet tijdig besproken worden in de Tweede Kamer, zodat de volksvertegenwoordiging sturing kan geven. Ministers en staatssecretarissen mogen geen Europese besluiten steunen zonder een mandaat van het parlement."