De regering moet wetenschappelijke inzichten gebruiken om referentiewaarden voor de natuur op zee vast te stellen. De huidige waarden zijn gebaseerd op het verleden. Door klimaatverandering en nieuwe soorten is de natuur op zee echter blijvend veranderd. Bij de BISI-methode (een manier om de natuur op zee te beoordelen) moet de regering daarom rekening houden met deze verandering.
Motie van het lid Grinwis c.s. over bij het vaststellen van referentiewaarden voor natuur op zee uitgaan van wetenschappelijk onderbouwde inzichten
De kamer,
constaterende dat er discussie is ontstaan over de wetenschappelijke
onderbouwing van referentiewaarden in de BISI-methode om de toestand
van de natuur op zee te beoordelen;
overwegende dat deze referentiewaarden vaak zijn gebaseerd op
historische (maximum)waarden, terwijl ecologische omstandigheden
door onder meer klimaatverandering en invasieve soorten blijvend zijn
veranderd;
verzoekt de regering bij het vaststellen van referentiewaarden voor natuur
op zee uit te gaan van wetenschappelijk onderbouwde inzichten, en
daarbij expliciet rekening te houden met veranderende ecologische
omstandigheden.
Argumenten voor: De partij benadrukt dat bedrijven pas stoffen mogen uitstoten of produceren als zij kunnen aantonen dat deze veilig zijn [2]. Daarnaast wil de partij dat de energietransitie (zoals windparken) plaatsvindt zonder schade aan de natuur [1].
Argumenten tegen: Het verkiezingsprogramma biedt geen argumenten tegen het gebruik van wetenschappelijk onderbouwde inzichten of het meewegen van veranderende ecologische omstandigheden bij de beoordeling van de natuur.
Bronnen:
"Windkracht met draagvlak. Wind op land blijft een belangrijke pijler van de energietransitie, maar alleen waar er lokaal draagvlak is. We betrekken omwonenden vanaf het begin, garanderen publieke regie en maken (mede)eigenaarschap van windparken mogelijk. Zo zorgen we dat mensen in de omgeving profiteren van lagere energiekosten of opbrengsten, zonder schade aan gezondheid of natuur."
"Geen uitstoot van vervuilende stoffen. Te vaak zien we dat bedrijven vervuilende stoffen mogen uitstoten nadat allang is bewezen dat de stoffen gevaarlijk zijn, met alle schade aan de volksgezondheid en milieu van dien. Bedrijven mogen pas stoffen uitstoten of produceren zodra zij kunnen aantonen dat deze veilig zijn. Afvaldumping en het lozen van vervuild afval worden keihard aangepakt. De vervuiler betaalt, niet de samenleving."