De regering moet met scholen onderzoeken hoe elk kind op schoolreisje kan. De huidige vrijwillige ouderbijdrage zorgt voor kansenongelijkheid. Kinderen op de ene school doen nu veel duurdere uitjes dan kinderen op de andere school. Er moet worden gekeken naar nieuwe manieren om deze reisjes te betalen.
Motie van het lid Moorman over instrumenten in kaart brengen om te borgen dat elk kind op schoolreisje kan
De kamer,
constaterende dat de vrijwillige ouderbijdrage ervoor zorgt dat kinderen
op de ene school veel meer en duurdere uitjes kunnen doen dan kinderen
op de andere school;
overwegende dat dit kansenongelijkheid vergroot;
verzoekt de regering om in gesprek te gaan met het onderwijsveld om in
kaart te brengen welke instrumenten denkbaar zijn om te borgen dat elk
kind op schoolreisje kan en hoe deze gefinancierd kunnen worden, en de
Kamer hierover voor de begrotingsbehandeling te informeren.
Argumenten voor: De partij streeft naar het creëren van gelijke kansen door middel van gerichte investeringen en wil voorkomen dat er onacceptabele verschillen tussen scholen ontstaan [1]. Daarnaast wil de partij kinderarmoede verminderen [3][4] en vindt zij dat elk kind, ongeacht de thuissituatie of achtergrond, recht heeft op goed onderwijs [2].
Argumenten tegen: De partij benadrukt in haar programma dat de ouderbijdrage vrijwillig moet blijven [1].
Bronnen:
"Voor het creëren van gelijke kansen is het belangrijk om gericht te investeren. Via de bekostiging en het onderwijsachterstandenbeleid blijven we extra middelen vrijmaken voor scholen waar veel uitdagingen en achterstanden zijn. De ouderbijdrage blijft vrijwillig en de inspectie ziet erop toe dat scholen dit respecteren, niet discrimineren, en dat het vrijwillig karakter voor iedereen duidelijk is. Komen scholen tekort, dan kunnen ze worden gecompenseerd zodat er geen onacceptabele verschillen tussen scholen ontstaan. Het is onwenselijk als er een omvangrijk buitenschools circuit van bijlesorganisaties ontstaat ('schaduwonderwijs'), mede als symptoom van een prestatiecultuur. Als een leerling bijles of extra ondersteuning nodig"
"Ieder kind, ongeacht thuissituatie, achtergrond of leerproblemen, heeft recht op goed onderwijs dat bijdraagt aan een brede ontwikkeling, met ondersteuning die aansluit bij zijn of haar mogelijkheden. De behoefte van het kind staat centraal. We blijven stappen zetten richting inclusiever onderwijs, waarbij alle kinderen zoveel mogelijk naar dezelfde school gaan. Voorwaarde is dat de scholen dit kunnen doen zonder bureaucratie en geschuif met budgetten. Er wordt gekeken naar wat een kind nodig heeft om tot leren te komen en niet naar labels en indicaties. Dit vraagt nauwe samenwerking tussen onderwijs, ouders, jeugdhulpverlening en zorg, met bijbehorende gecombineerde financieringsstromen. Schoolgebouwen dienen beter te worden ingericht op inclusief onderwijs. De overheid zorgt voor voldoende speciaal onderwijs (primair en voortgezet) in elke regio, inclusief volwaardig voortgezet speciaal onderwijs op havo- en vwo-niveau. In het primair onderwijs komt een landsdekkend passend onderwijsaanbod voor (hoog)begaafden met een extra ondersteuningsbehoefte om schooluitval in deze groep terug te dringen. Er wordt aandacht besteed aan soepele terugkeer en doorstroming naar regulier onderwijs, waarbij het leerrecht van kinderen even centraal staat als de leerplicht. Door in te zetten op later selecteren zal de overgang van PO naar VO soepeler verlopen en worden de kansen voor ieder kind eerlijker. Daarvoor kan nu al ingezet worden op brede en verlengde brugklassen."
"Het aantal mensen en kinderen dat in armoede leeft moet sterk omlaag. Voor een beter armoedebeleid is het advies van de Commissie Sociaal Minimum de leidraad. Het sociaal minimum moet voldoende zijn om van rond te kunnen komen. Periodiek wordt getoetst of het sociaal minimum nog voldoende is. Ook wordt het niet-gebruik van regelingen teruggedrongen (bijvoorbeeld via gegevensuitwisseling). De verschillen in armoederegelingen tussen gemeenten zijn nu te groot en een aantal verschillende regelingen te ingewikkeld. Dit moet eenvoudiger. Gemeenten moeten adequate financiële middelen hebben om goed, lokaal toegespitst armoedebeleid te voeren. De Rijksoverheid gaat weer werken met een doelstelling om de (kinder)armoede te verlagen in plaats van armoede niet te laten toenemen."
"**De financiële ondersteuning van gezinnen.** Wij vinden het niet acceptabel dat er kinderen in armoede opgroeien. Gezinnen moeten kunnen rekenen op voldoende en eenvoudige financiële steun. In plaats van de huidige kinderbijslag en het kindgebonden budget, komt er voor elk kind € 4.500 per jaar beschikbaar. Het verlagen van kinderarmoede wordt een wettelijk doel."