De regering moet geen extra opvoedkundige taken aan scholen geven en nieuwe taken kritisch toetsen. De belangrijkste taak van een school is namelijk het geven van onderwijs. Scholen krijgen nu steeds vaker te veel maatschappelijke en sociale taken.
Motie van het lid Raijer over geen extra opvoedkundige verantwoordelijkheden bij scholen neerleggen
De kamer,
constaterende dat scholen steeds vaker worden belast met maatschappelijke, opvoedkundige en sociale taken;
overwegende dat de primaire taak van scholen het geven van onderwijs
is;
verzoekt de regering nieuwe taken voor scholen kritisch te toetsen en
geen extra opvoedkundige verantwoordelijkheden bij scholen neer te
leggen.
Argumenten voor: De partij stelt dat de politiek te veel wensen en eisen bij scholen neerlegt, wat zorgt voor een te grote druk op het onderwijs [1]. Scholen hebben rust en ruimte nodig om hun kerntaak uit te voeren [1], en de werkdruk voor professionals moet worden verminderd [7]. Daarnaast benadrukt de partij dat de verantwoordelijkheid voor de opvoeding en de vorming van kinderen primair bij de ouders ligt en niet bij de overheid [3][4]. Ook wordt aangegeven dat niet elk maatschappelijk probleem door het onderwijs opgelost hoeft te worden [2] en dat de overheid de uitvoering van het onderwijs bij de scholen moet laten en zich moet beperken tot het stellen van randvoorwaarden [9].
Argumenten tegen: De partij vindt dat onderwijs meer is dan alleen het overdragen van kennis; het gaat ook om het vormen van kinderen als persoon [6]. De partij wil dat scholen structureel aandacht besteden aan levensbeschouwelijke vorming [5]. Daarnaast wordt gepleit voor het beschikbaar stellen van pedagogische ondersteuning binnen de school [2] en voor een nauwe samenwerking tussen het onderwijs, ouders, de jeugdhulpverlening en de zorg [8].
Bronnen:
"Het onderwijs staat onder druk door lerarentekorten en doordat de politiek te veel van haar eigen wensen en eisen bij de scholen neerlegt. Scholen en hoger onderwijsinstellingen ervaren te veel controle, waar juist vertrouwen gevraagd wordt. Het is van belang dat scholen rust en ruimte krijgen om hun werk te doen. Daar wordt onderwijs beter van."
"Op school ontwikkelen kinderen en jongeren zich en doen ze belangrijke vaardigheden op voor het leven. Maar niet elk maatschappelijk probleem wordt opgelost door het onderwijs. We stoppen met over-diagnostisering en geven het onderwijs ruimte voor brede persoonsontwikkeling. Gemeenten, scholen en samenwerkingsverbanden werken samen aan een goede pedagogische basis, waarin pedagogische relaties worden aangegaan en op elkaar afgestemd. De pedagogische ondersteuning is binnen de school beschikbaar en wordt op een collectieve manier aangeboden en gefinancierd. Zo halen we zorg erbij in de eigen omgeving van het kind, in plaats van dat we kinderen verwijzen naar individuele zorgtrajecten buiten de school."
"Het is niet de taak van de overheid om te bepalen hoe kinderen worden opgevoed. Die verantwoordelijkheid ligt bij de ouders. Zij kennen hun kinderen het best en dragen zorg voor hun ontwikkeling. De opvoeding is primair de plek voor het overdragen van diepere waarden en zingeving. Pedagogische relaties in het gezin en rondom het gezin moeten beschermd worden zodat ze deze taak kunnen volbrengen. Ouders en andere opvoeders hebben ruimte en vrijheid nodig om hun kinderen op te voeden volgens hun eigen normen, waarden en (geloofs)overtuiging. Juist ook in de keuze voor onderwijs. Onderwijsvrijheid is een fundamenteel recht dat bescherming nodig heeft."
"Onderwijs is meer dan het overdragen van kennis. Het vormt kinderen en jongeren tot wie ze zijn, hoe ze in het leven staan en hoe ze bijdragen aan de maatschappij. De verantwoordelijkheid voor die vorming ligt in de eerste plaats bij de ouders. Ouders hebben het recht hun kinderen qua normen, waarden en (geloofs)overtuiging op te voeden zoals zij dat willen. Dat recht werkt door in het onderwijs. Het grondwettelijke recht op onderwijsvrijheid maakt het mogelijk dat verschillende levensbeschouwelijke en pedagogische visies naast elkaar bestaan en versterkt de diversiteit en keuzevrijheid in het onderwijs. Het biedt een sterke garantie voor vormend onderwijs en betrokkenheid van ouders."
"Kinderen groeien op in een wereld vol vragen over goed leven, geloof, zingeving en samenleven. Levensbeschouwelijke vorming helpt hen om daarin hun weg te vinden. De ChristenUnie wil dat alle scholen structureel aandacht besteden aan levensbeschouwelijke vorming."
"Goed onderwijs vormt voor iedereen de basis om zijn of haar weg te vinden in de wereld. Dat begint bij een stevig fundament: lezen, schrijven en rekenen vormen samen met burgerschap en digitale geletterdheid de basis waarop kinderen zich kunnen ontwikkelen tot zelfstandige en betrokken volwassenen. Deze vaardigheden zijn essentieel om volwaardig mee te kunnen doen in een steeds veranderende samenleving. Maar tegelijkertijd: scholen zijn geen leerfabrieken. Onderwijs is meer dan leren lezen en schrijven. Onderwijs helpt leerlingen vormen als persoon, hun talenten ontwikkelen en hun plek in de samenleving te vinden."
"Nederland heeft breed opgeleide vakbekwame leraren en schoolleiders nodig. Het aanpakken van het lerarentekort begint bij de waardering van de onderwijsprofessional. Naast een goede beloning en vermindering van de werkdruk, gaat het om loopbaanperspectieven, regie en verantwoordelijkheid voor het onderwijs en professionele ruimte. Het is geen goede werkwijze om tekorten op te vangen door vluchtig opgeleide leraren voor de klas te zetten. Ook een schoolweek van vier dagen zou een verschraling zijn voor de ontwikkeling van kinderen. Goede mogelijkheden voor zijinstromers in het onderwijs zijn belangrijk. Dat betekent een lage toegangsdrempel maar hoge eisen aan het opleidingsniveau."
"Ieder kind, ongeacht thuissituatie, achtergrond of leerproblemen, heeft recht op goed onderwijs dat bijdraagt aan een brede ontwikkeling, met ondersteuning die aansluit bij zijn of haar mogelijkheden. De behoefte van het kind staat centraal. We blijven stappen zetten richting inclusiever onderwijs, waarbij alle kinderen zoveel mogelijk naar dezelfde school gaan. Voorwaarde is dat de scholen dit kunnen doen zonder bureaucratie en geschuif met budgetten. Er wordt gekeken naar wat een kind nodig heeft om tot leren te komen en niet naar labels en indicaties. Dit vraagt nauwe samenwerking tussen onderwijs, ouders, jeugdhulpverlening en zorg, met bijbehorende gecombineerde financieringsstromen. Schoolgebouwen dienen beter te worden ingericht op inclusief onderwijs. De overheid zorgt voor voldoende speciaal onderwijs (primair en voortgezet) in elke regio, inclusief volwaardig voortgezet speciaal onderwijs op havo- en vwo-niveau. In het primair onderwijs komt een landsdekkend passend onderwijsaanbod voor (hoog)begaafden met een extra ondersteuningsbehoefte om schooluitval in deze groep terug te dringen. Er wordt aandacht besteed aan soepele terugkeer en doorstroming naar regulier onderwijs, waarbij het leerrecht van kinderen even centraal staat als de leerplicht. Door in te zetten op later selecteren zal de overgang van PO naar VO soepeler verlopen en worden de kansen voor ieder kind eerlijker. Daarvoor kan nu al ingezet worden op brede en verlengde brugklassen."
"Nederlandse kinderen kunnen steeds slechter rekenen en schrijven. Deze trend is zorgelijk en moet gekeerd. Basisvaardigheden dienen gedurende de hele schoolcarrière onderhouden te worden. De overheid respecteert dat de uitvoering in handen is van scholen en stelt alleen randvoorwaarden. Scholen waarvan kinderen goed presteren delen hun lessen met andere scholen. We blijven investeren in voor- en vroegschoolse educatie en nieuwkomersonderwijs."