Geen verlaging leerplicht naar 4 jaar

De regering moet de leerplicht niet verlagen van 5 naar 4 jaar. Leerplichtambtenaren hebben het nu al te druk met het controleren van thuiszitters. Een verlaging zorgt voor nog meer werkdruk. Ook moet een kind van 4 jaar vooral kind kunnen zijn en niet te vroeg onder de leerplicht vallen.

Motie van het lid Raijer over afzien van een verlaging van de leerplichtige leeftijd naar 4 jaar

De kamer, constaterende dat de regering de leerplicht wil verlagen van 5 naar 4 jaar; overwegende dat leerplichtambtenaren nu al overbelast zijn door het grote aantal thuiszitters en dat een verlaging van de leerplichtige leeftijd naar 4 jaar de druk op handhaving en uitvoering verder zal vergroten; overwegende dat een kind van 4 jaar in de eerste plaats kind moet kunnen zijn en niet onnodig vroeg onder een wettelijke leerplicht moet worden gebracht; verzoekt de regering af te zien van een verlaging van de leerplichtige leeftijd naar 4 jaar.
17 juni | PVV | Verworpen: 48–101 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 70%)

Argumenten voor: De partij stelt dat de verantwoordelijkheid voor de opvoeding bij de ouders ligt en dat de overheid zich niet met de opvoeding moet bemoeien [2]. Daarnaast wordt benadrukt dat het leerrecht van kinderen even centraal moet staan als de leerplicht [1]. Ook is er aandacht voor de hoge druk die de huidige maatschappij op kinderen legt [4].

Argumenten tegen: Het programma bevat geen expliciete argumenten voor het verlagen van de leerplicht, al wordt er wel ingezet op investeringen in voor- en vroegschoolse educatie [3].

Bronnen:

  1. "Ieder kind, ongeacht thuissituatie, achtergrond of leerproblemen, heeft recht op goed onderwijs dat bijdraagt aan een brede ontwikkeling, met ondersteuning die aansluit bij zijn of haar mogelijkheden. De behoefte van het kind staat centraal. We blijven stappen zetten richting inclusiever onderwijs, waarbij alle kinderen zoveel mogelijk naar dezelfde school gaan. Voorwaarde is dat de scholen dit kunnen doen zonder bureaucratie en geschuif met budgetten. Er wordt gekeken naar wat een kind nodig heeft om tot leren te komen en niet naar labels en indicaties. Dit vraagt nauwe samenwerking tussen onderwijs, ouders, jeugdhulpverlening en zorg, met bijbehorende gecombineerde financieringsstromen. Schoolgebouwen dienen beter te worden ingericht op inclusief onderwijs. De overheid zorgt voor voldoende speciaal onderwijs (primair en voortgezet) in elke regio, inclusief volwaardig voortgezet speciaal onderwijs op havo- en vwo-niveau. In het primair onderwijs komt een landsdekkend passend onderwijsaanbod voor (hoog)begaafden met een extra ondersteuningsbehoefte om schooluitval in deze groep terug te dringen. Er wordt aandacht besteed aan soepele terugkeer en doorstroming naar regulier onderwijs, waarbij het leerrecht van kinderen even centraal staat als de leerplicht. Door in te zetten op later selecteren zal de overgang van PO naar VO soepeler verlopen en worden de kansen voor ieder kind eerlijker. Daarvoor kan nu al ingezet worden op brede en verlengde brugklassen."
  2. "Het is niet de taak van de overheid om te bepalen hoe kinderen worden opgevoed. Die verantwoordelijkheid ligt bij de ouders. Zij kennen hun kinderen het best en dragen zorg voor hun ontwikkeling. De opvoeding is primair de plek voor het overdragen van diepere waarden en zingeving. Pedagogische relaties in het gezin en rondom het gezin moeten beschermd worden zodat ze deze taak kunnen volbrengen. Ouders en andere opvoeders hebben ruimte en vrijheid nodig om hun kinderen op te voeden volgens hun eigen normen, waarden en (geloofs)overtuiging. Juist ook in de keuze voor onderwijs. Onderwijsvrijheid is een fundamenteel recht dat bescherming nodig heeft."
  3. "Nederlandse kinderen kunnen steeds slechter rekenen en schrijven. Deze trend is zorgelijk en moet gekeerd. Basisvaardigheden dienen gedurende de hele schoolcarrière onderhouden te worden. De overheid respecteert dat de uitvoering in handen is van scholen en stelt alleen randvoorwaarden. Scholen waarvan kinderen goed presteren delen hun lessen met andere scholen. We blijven investeren in voor- en vroegschoolse educatie en nieuwkomersonderwijs."
  4. "De druk in onze samenleving is hoog, ook voor kinderen en jongeren. Onder invloed van de prestatiecultuur en sociale media lijkt alles goed en snel te moeten. In veel situaties is de boodschap dat afwijken van de norm niet oké is. Zo leggen we elkaar en vooral kinderen en jongeren veel druk op. En als het even niet gaat, kijken we al gauw naar professionele hulp. Daarmee geven we kinderen ten onrechte de boodschap dat zij het probleem zijn en worden steeds meer kinderen afhankelijk van professionele zorg. De vraag naar jeugdhulp neemt al jaren toe. Dat is geen goed teken en is niet vol te houden. Als 1 op de 7 kinderen jeugdhulp nodig heeft om op te groeien, is er wat aan de hand in de samenleving."