De Nederlandse regering moet in Brussel aandringen op behoud van het historische EU‑aandeel van ongeveer 23% in de makreelvangst. Noorwegen, het Verenigd Koninkrijk, IJsland en de Faeröer hebben zich 80% van de makreel toe-eigenen, waardoor EU‑vissers een oneerlijk klein deel overhouden.
Motie van de leden Russcher en Van Duijvenvoorde over zich er voor inzetten dat de EU vasthoudt aan het historische aandeel van circa 23 procent in de makreelvangst
De kamer,
constaterende dat de Europese Unie historisch een aandeel van circa 23%
heeft in de makreelvangst;
constaterende dat Noorwegen, het Verenigd Koninkrijk, IJsland en de
Faeröer in een eenzijdig akkoord buiten de EU om, 80% van de makreelvangst voor zichzelf opeisen, waardoor er slechts 20% overblijft voor de
EU, Groenland en Rusland gezamenlijk;
overwegende dat deze kuststaten zich hiermee een onevenredig groot
aandeel toe-eigenen ten koste van de Europese en Nederlandse visserij,
en dat de EU hiertegen onvoldoende een vuist maakt;
verzoekt de regering om zich er in Brussel voor in te zetten dat de EU
vasthoudt aan het historische aandeel van circa 23%, en, indien nodig,
inzet op effectieve Europese maatregelen om dit aandeel af te dwingen.
Waarom voor? De partij stelt dat de visserij sector perspectief en ruimte om te ondernemen nodig heeft [2]. Gezien de motie het beschermt van de Nederlandse visserij tegen onevenredige verdeling van visquota beoogt, past dit bij het standpunt dat vissers ondersteund moeten worden [2]. Daarbij pleit de partij voor een actievere rol van Nederlandse ministers in Brussel om de belangen van Nederland te vertegenwoordigen, eventueel middels een dwingend mandaat [1].
Waarom tegen? Er is geen directe onderbouwing in het verkiezingsprogramma gevonden die stelt dat de EU zich niet moet mengen in quota-onderhandelingen of dat de Nederlandse visserijsector geen steun zou moeten krijgen in internationale geschillen over vangstrechten.
Bronnen:
"Meer controle over Europese politiek. Nederlandse ministers stemmen in Brussel over nieuwe EU-wetgeving, maar zijn daarbij niet verplicht te handelen volgens de lijn van de Tweede Kamer. In de afgelopen jaren gebeurde het steeds vaker dat de wil van de Tweede Kamer werd genegeerd. Om die reden pleit BBB voor de invoering van een dwingend onderhandelingsmandaat voor Europese wetgevingsvoorstellen, zoals dat gebruikelijk is in het Deense en het Duitse Parlement. Het door de Tweede Kamer verleende mandaat bepaalt de ruimte van de minister bij onderhandelingen en stemmingen op Europees niveau. Bovendien vindt vroegtijdig afstemming plaats tussen ministeries ten behoeve van een nationaal standpunt richting Brussel." (0.697)
"De visserij verdient duidelijkheid, waardering en perspectief voor de toekomst. BBB kiest voor werkbare regels, toegang tot wateren en ondersteuning van duurzame technieken zonder de sector kapot te reguleren. Vissers zijn vakmensen die ruimte nodig hebben om te ondernemen - ook voor volgende generaties." (0.685)