De regering moet de studentenraad een belangrijke rol geven bij flexibele mbo-uren (middelbaar beroepsonderwijs). Het wetsvoorstel Beroepsonderwijs-arbeidsmarkt schrapt deze inspraak. Studenten beoordelen het beste hoe flexibel onderwijs hun ontwikkeling helpt. Hun betrokkenheid is nodig voor goede onderwijskwaliteit.
Motie van de leden Biekman en Tseggai over bevorderen dat de studentenraad een belangrijke rol krijgt bij de invulling van de flexibele uren in het onderwijsprogramma
De kamer,
constaterende dat het wetsvoorstel Verbetering aansluiting
beroepsonderwijs-arbeidsmarkt de mogelijkheid schrapt voor onderwijsteams om gemotiveerd af te wijken van de urennorm met instemming van
de studentenraad;
constaterende dat hiermee ook het instemmingsrecht van de studentenraad op de invulling van het onderwijsprogramma bij afwijking van de
urennorm vervalt;
overwegende dat de flexibele uren in het onderwijsprogramma nieuwe
mogelijkheden bieden voor innovatief onderwijs, maar dat de kwaliteit
hiervan gebaat is bij betrokkenheid van studenten;
overwegende dat studenten goed in staat zijn om te reflecteren op de
kwaliteit van hun onderwijs en dat hun inbreng waardevol is voor het
toezicht op de invulling van het onderwijsprogramma;
verzoekt de regering in overleg met de mbo-sector te bevorderen dat de
studentenraad een belangrijke rol krijgt bij de invulling van de flexibele
uren in het onderwijsprogramma, en de Kamer te informeren over de
wijze waarop deze betrokkenheid wordt geborgd.
Waarom voor? Het verkiezingsprogramma toont waardering voor flexibiliteit in het onderwijs en meer ruimte voor studenten, bijvoorbeeld door het mogelijk maken van flexstuderen [2]. Dit sluit gedeeltelijk aan bij de motie die benadrukt dat flexibele uren innovatie mogelijk maken en dat betrokkenheid van studenten de kwaliteit ten goede komt. De algemene steun voor flexibel studeren en het verlagen van de druk voor studenten [2] zou kunnen worden aangevoerd als onderbouwing om de motie te steunen.
Waarom tegen? In de aangeleverde fragmenten wordt nergens gesproken over studentenraden, instemmingsrechten of de urennorm. Het programma legt juist sterk de nadruk op samenwerking met het bedrijfsleven, werkgevers en brancheorganisaties om de aansluiting op de arbeidsmarkt te verbeteren [1], [4], [3]. De partij wil een nieuw mbo-pact met langjarige zekerheid en meer sturing op samenwerking met werkgevers [1], en de verbinding met de praktijk versterken [4]. Deze duidelijke focus op sector- en werkgeverssturing, gecombineerd met het volledig ontbreken van tekst over studentengovernance, vormt een sterke onderbouwing om TEGEN de motie te stemmen, omdat de motie juist formele inspraak van studentenraden wil borgen in plaats van de reeds ingezette lijn van arbeidsmarktdreven onderwijshervormingen.
Bronnen:
"We zetten in op een nieuw mbo-pact voor langjarige zekerheid met een verbeterde bekostiging, meer samenwerking met het bedrijfsleven en werkgevers en een grotere rol op het gebied van leven lang ontwikkelen. Bekostiging van het mbo wordt meer langjarig, minder gestuurd op studentenaantallen en meer gebaseerd op samenwerking tussen instellingen met een grotere rol op het gebied van een leven lang ontwikkelen en een betere aansluiting op de arbeidsmarkt 2. We willen het mbo-opleidingsaanbod in krimpregio's waarborgen." (0.712)
"Studenten krijgen meer ruimte voor activiteiten naast hun studie. Daarom maken we flexstuderen mogelijk. Door collegegeld per vak te kunnen betalen, verlagen we de druk voor studenten die zich op een positieve manier inzetten voor de samenleving, bijvoorbeeld als jonge mantelzorger, vrijwilliger, bestuurslid of topsporter." (0.707)
"Er komen afspraken met brancheorganisaties voor baangaranties en een publiekprivaat stagefonds specifiek voor tekortsectoren. Daarnaast voeren we een wettelijke stagevergoeding in voor stages in het mbo en hoger onderwijs. Tevens zetten we in op" (0.705)
"We willen in het vmbo en het mbo blijven opleiden voor toekomstige banen en de verbinding met de praktijk versterken. Onderwijs en bedrijfsleven werken nauw samen met bijzondere aandacht voor techniekopleidingen en opleidingen gericht op zorg, onderwijs en kinderopvang." (0.704)