De regering moet de studentenraad een belangrijke rol geven bij flexibele mbo-uren (middelbaar beroepsonderwijs). Het wetsvoorstel Beroepsonderwijs-arbeidsmarkt schrapt deze inspraak. Studenten beoordelen het beste hoe flexibel onderwijs hun ontwikkeling helpt. Hun betrokkenheid is nodig voor goede onderwijskwaliteit.
Motie van de leden Biekman en Tseggai over bevorderen dat de studentenraad een belangrijke rol krijgt bij de invulling van de flexibele uren in het onderwijsprogramma
De kamer,
constaterende dat het wetsvoorstel Verbetering aansluiting
beroepsonderwijs-arbeidsmarkt de mogelijkheid schrapt voor onderwijsteams om gemotiveerd af te wijken van de urennorm met instemming van
de studentenraad;
constaterende dat hiermee ook het instemmingsrecht van de studentenraad op de invulling van het onderwijsprogramma bij afwijking van de
urennorm vervalt;
overwegende dat de flexibele uren in het onderwijsprogramma nieuwe
mogelijkheden bieden voor innovatief onderwijs, maar dat de kwaliteit
hiervan gebaat is bij betrokkenheid van studenten;
overwegende dat studenten goed in staat zijn om te reflecteren op de
kwaliteit van hun onderwijs en dat hun inbreng waardevol is voor het
toezicht op de invulling van het onderwijsprogramma;
verzoekt de regering in overleg met de mbo-sector te bevorderen dat de
studentenraad een belangrijke rol krijgt bij de invulling van de flexibele
uren in het onderwijsprogramma, en de Kamer te informeren over de
wijze waarop deze betrokkenheid wordt geborgd.
Waarom voor? Er is geen directe ondersteuning in het verkiezingsprogramma voor de specifieke positie van de studentenraad in het mbo. Men zou eventueel kunnen argumenteren voor 'betrokkenheid' in het onderwijs, vergelijkbaar met de 'betrokkenheid van ouders' die wordt genoemd in [2], als een vorm van medezeggenschap.
Waarom tegen? De partij legt in [2] sterk de nadruk op de verantwoordelijkheid van ouders in het onderwijs en de onderwijsvrijheid. Daarnaast stelt de partij in [1] dat scholen hun werk moeten kunnen doen 'zonder bureaucratie en geschuif met budgetten', wat als argument tegen extra verplichte medezeggenschapsprocedures gebruikt zou kunnen worden.
Bronnen:
"Ieder kind, ongeacht thuissituatie, achtergrond of leerproblemen, heeft recht op goed onderwijs dat bijdraagt aan een brede ontwikkeling, met ondersteuning die aansluit bij zijn of haar mogelijkheden. De behoefte van het kind staat centraal. We blijven stappen zetten richting inclusiever onderwijs, waarbij alle kinderen zoveel mogelijk naar dezelfde school gaan. Voorwaarde is dat de scholen dit kunnen doen zonder bureaucratie en geschuif met budgetten. Er wordt gekeken naar wat een kind nodig heeft om tot leren te komen en niet naar labels en indicaties. Dit vraagt nauwe samenwerking tussen onderwijs, ouders, jeugdhulpverlening en zorg, met bijbehorende gecombineerde financieringsstromen. Schoolgebouwen dienen beter te worden ingericht op inclusief onderwijs. De overheid zorgt voor voldoende speciaal onderwijs (primair en voortgezet) in elke regio, inclusief volwaardig voortgezet speciaal onderwijs op havo- en vwo-niveau. In het primair onderwijs komt een landsdekkend passend onderwijsaanbod voor (hoog)begaafden met een extra ondersteuningsbehoefte om schooluitval in deze groep terug te dringen. Er wordt aandacht besteed aan soepele terugkeer en doorstroming naar regulier onderwijs, waarbij het leerrecht van kinderen even centraal staat als de leerplicht. Door in te zetten op later selecteren zal de overgang van PO naar VO soepeler verlopen en worden de kansen voor ieder kind eerlijker. Daarvoor kan nu al ingezet worden op brede en verlengde brugklassen." (0.678)
"Onderwijs is meer dan het overdragen van kennis. Het vormt kinderen en jongeren tot wie ze zijn, hoe ze in het leven staan en hoe ze bijdragen aan de maatschappij. De verantwoordelijkheid voor die vorming ligt in de eerste plaats bij de ouders. Ouders hebben het recht hun kinderen qua normen, waarden en (geloofs)overtuiging op te voeden zoals zij dat willen. Dat recht werkt door in het onderwijs. Het grondwettelijke recht op onderwijsvrijheid maakt het mogelijk dat verschillende levensbeschouwelijke en pedagogische visies naast elkaar bestaan en versterkt de diversiteit en keuzevrijheid in het onderwijs. Het biedt een sterke garantie voor vormend onderwijs en betrokkenheid van ouders." (0.665)