Nieuw oefenterrein voor zware explosieven

De regering moet onderzoeken waar de krijgsmacht kan oefenen met zware explosieven. Er is nu slechts één terrein in Reek, waardoor er te weinig geoefend wordt. Een tweede locatie in Nederland of vaste plekken in het buitenland zijn nodig om de soldaten klaar te maken voor hun taken.

Motie van het lid Diederik van Dijk c.s. over vervolgonderzoek naar de structuele invulling van de behoefte aan een tweede springterrein

De kamer, constaterende dat de krijgsmacht nog altijd behoefte heeft aan een tweede springterrein, naast Reek, voor het oefenen met zware explosieven, en in het NPRD hiervoor geen locatie is aangewezen; overwegende dat momenteel slechts incidenteel geoefend wordt met zware explosieven in het buitenland; overwegende dat een structurele en toekomstbestendige invulling van deze oefenbehoefte noodzakelijk is voor de inzetbaarheid en gereedheid van de krijgsmacht; verzoekt de regering om zo spoedig mogelijk een concreet vervolgonderzoek te starten naar de structurele invulling van deze behoefte, waarbij zowel realistische alternatieven binnen Nederland (al dan niet gespreid over meerdere locaties) als structurele oefenmogelijkheden in het buitenland volwaardig worden onderzocht, en de Kamer na afronding hiervan te informeren.
13 april | SGP, VVD, PVV, D66, JA21, CDA, CU |

Partijstandpunten

Verkiezingsprogramma CU over dit onderwerp

Stemverwachting: voor (erg zeker, 90%)

Waarom voor? De partij stelt expliciet dat er fors meer fysieke ruimte nodig is om te kunnen uitbreiden en om meer op Nederlands grondgebied te kunnen oefenen [1]. Daarnaast benadrukt de partij dat de basisgereedheid van de krijgsmacht op orde moet zijn om aan haar taken te kunnen blijven voldoen [3]. Een onderzoek naar de structurele invulling van de oefenbehoefte sluit aan bij de noodzaak om de krijgsmacht te versterken [4][3].

Waarom tegen? De partij voert aan dat de uitbreiding van oefenterreinen altijd in afstemming met lokale overheden moet gebeuren en dat er zoveel mogelijk rekening gehouden moet worden met lokale wensen [1]. Een onderzoek zou mogelijk tot frictie kunnen leiden als de uitkomsten niet stroken met lokale belangen of beleidskaders zoals stikstof [2].

Bronnen:

  1. "We investeren de komende jaren fors in defensie om te kunnen voldoen aan de NAVO-norm om in 2035 3,5% van ons BBP uit te geven aan defensie en daarnaast 1,5% aan bijvoorbeeld infrastructuur die ook defensie ten goede komt. Naast financiële ruimte is er fors meer fysieke ruimte nodig om te kunnen uitbreiden en om meer op Nederlands grondgebied te kunnen oefenen. De uitbreiding van kazernes en oefenterreinen gebeurt altijd in afstemming met lokale overheden. Er wordt zo veel mogelijk rekening gehouden met lokale wensen, bijvoorbeeld als het gaat om infrastructuur. Bij nieuwe kazernes kijken we met nadruk naar gebieden waar deze ook een bijdrage kunnen leveren aan economische ontwikkeling en werkgelegenheid." (0.733)
  2. "Het kabinet dat na de verkiezingen aantreedt, moet Nederland van het slot halen. Met dappere keuzes, doortastend beleid, grootschalige investeringen in onderhoud, uitvoering, (energie)infrastructuur en duidelijke wetgeving, komt Nederland uit het stikstofmoeras en krijgen bedrijven perspectief op een duurzame toekomst." (0.690)
  3. "De basisgereedheid van onze krijgsmacht moet op orde zijn, zodat de krijgsmacht aan de hoofdtaken kan blijven voldoen. Daarbij moet prioriteit liggen bij het verdedigen van het grond gebied van Nederland en bondgenoten. Verder moet de krijgsmacht in staat blijven nationale bijstand te verlenen bij rampen en crises (zoals langdurige stroomuitval of watersnood). Ook investeren we in luchtverdediging en veilige communicatie, en zorgen we ervoor dat eenheden van de krijgsmacht in staat zijn gevechtstaken uit te voeren en zich hierop voor te bereiden. Daarnaast zet Nederland in op hoogtechnologische capaciteiten, om te kunnen optreden tegen dreigingen vanuit het cyberdomein en hybride dreigingen. Hiermee beschikt onze krijgsmacht over unieke capaciteiten die het verschil maken bij bondgenootschappelijk optreden." (0.680)
  4. "De Russische inval in de Oekraïne heeft pijnlijk duidelijk gemaakt dat vrede en vrijheid niet vanzelfsprekend is. Vrijheid kan niet zonder bescherming. De krijgsmacht heeft een duidelijke taak bij het bewaken van die vrijheid, door het grondgebied van Nederland en onze bondgenoten te beschermen en door het bevorderen van de internationale rechtsorde. De nieuwe NAVO-norm vraagt veel van de Nederlandse schatkist, defensieorganisatie en defensie-industrie, maar is noodzakelijk om onze vrijheden te kunnen verdedigen. Onze inzet van de krijgsmacht is onderdeel van een doordachte integrale benadering, in afstemming met de inzet van diplomatie, internationale- en ontwikkelingssamenwerking. Juist omdat het bij defensie om een ultiem machtsmiddel gaat, namelijk de inzet van wapens en militairen, is het belangrijk dat defensie onderdeel is van een integraal veiligheidsbeleid met voldoende politieke controle." (0.670)