De regering moet onderzoeken waar de krijgsmacht kan oefenen met zware explosieven. Er is nu slechts één terrein in Reek, waardoor er te weinig geoefend wordt. Een tweede locatie in Nederland of vaste plekken in het buitenland zijn nodig om de soldaten klaar te maken voor hun taken.
Motie van het lid Diederik van Dijk c.s. over vervolgonderzoek naar de structuele invulling van de behoefte aan een tweede springterrein
De kamer,
constaterende dat de krijgsmacht nog altijd behoefte heeft aan een
tweede springterrein, naast Reek, voor het oefenen met zware explosieven, en in het NPRD hiervoor geen locatie is aangewezen;
overwegende dat momenteel slechts incidenteel geoefend wordt met
zware explosieven in het buitenland;
overwegende dat een structurele en toekomstbestendige invulling van
deze oefenbehoefte noodzakelijk is voor de inzetbaarheid en gereedheid
van de krijgsmacht;
verzoekt de regering om zo spoedig mogelijk een concreet vervolgonderzoek te starten naar de structurele invulling van deze behoefte, waarbij
zowel realistische alternatieven binnen Nederland (al dan niet gespreid
over meerdere locaties) als structurele oefenmogelijkheden in het
buitenland volwaardig worden onderzocht, en de Kamer na afronding
hiervan te informeren.
Waarom voor? De partij stelt dat een sterke krijgsmacht onmisbaar is voor veiligheid en afschrikking [3]. Omdat een structurele oefenbehoefte noodzakelijk is voor de inzetbaarheid en gereedheid van de krijgsmacht, sluit het onderzoeken naar een structurele invulling hiervan aan bij het doel om een sterkere en grotere krijgsmacht op te bouwen [2][3].
Waarom tegen? De partij benadrukt het belang van een verantwoord investeringsplan waarbij vooraf duidelijk moet zijn waarin wordt geïnvesteerd om verspilling te voorkomen [1]. Een motie die vraagt om een onderzoek naar de invulling van een oefenbehoefte in plaats van specifieke uitvoering kan door de partij gezien worden als een noodzakelijke eerste stap binnen dit verantwoorde proces.
Bronnen:
"Een verantwoord investeringsplan. Voor het opbouwen van een sterke krijgsmacht zijn forse investeringen nodig en veel tijd. Daar moet een verantwoord investeringsplan voor komen. Vooraf moet duidelijk zijn waarin we gaan investeren, of deze investeringen het internationaal humanitair recht respecteren, en of defensie en de industrie dat geld ook goed kunnen uitgeven. Daarbij streven we naar maximale openbaarheid, onderzoeken we vooraf de belangen van de defensie-industrie en leggen we transparant vast hoe we mogelijke lobby-invloeden en belangenconflicten vermijden. Zo voorkomen we verspilling en onnodige prijsstijgingen. Ook kunnen we kosten besparen met betere samenwerking in Europa bij het inkopen van munitie en wapensystemen." (0.686)
"Investeren in defensie. We committeren ons aan het verhogen van het defensiebudget naar 3,5% van het bbp vanwege de Russische agressie en de noodzaak om ons onafhankelijker te maken van de Verenigde Staten. De krijgsmacht wordt sterker, groter en moderner, met meer gevechtskracht op land, betere luchtverdediging en sterke maritieme en logistieke capaciteiten. We zetten in op innovatie, bijvoorbeeld op het gebied van drones. Hiermee schrikken we Russische agressie af, voldoen we aan onze NAVO-doelstellingen en kunnen we ons land beter beschermen." (0.683)
"Een sterke krijgsmacht die ons beschermt. Een sterke krijgsmacht is onmisbaar als we autocraten willen afschrikken. We staan voor een historische verhoging van de uitgaven aan defensie. We houden ons aan de nieuwe NAVO-norm en groeien toe naar de afspraak om 3,5% van het bbp uit te geven aan defensie. De overheid wordt medeaandeelhouder van defensiebedrijven, zodat de winsten terugvloeien naar de samenleving. We betalen de hogere defensieuitgaven niet met bezuinigen op zorg, onderwijs, sociale zekerheid en pensioenen. De hogere defensieuitgaven betalen we door een eerlijke bijdrage te vragen van de rijkste Nederlanders. We gaan door met investeren in onze verzorgingsstaat en de verduurzaming van onze economie." (0.652)