Concrete doelen tegen laaggeletterdheid

De regering moet concrete en meetbare doelen stellen om laaggeletterdheid in Nederland structureel tegen te gaan. Het huidige beleid werkt onvoldoende, waardoor veel geld verloren gaat zonder resultaat. Door jaarlijks het aantal getrainde cursisten te rapporteren, wordt de aanpak effectiever en controleerbaar.

Motie van de leden Claassen en Boomsma over concrete en meetbare doelstellingen voor de terugdringing van laaggeletterdheid

De kamer, constaterende dat Nederland ondanks tientallen jaren beleid en honderden miljoenen aan investeringen nog steeds circa 3 miljoen laaggeletterden telt, aldus méér dan tien jaar geleden, en dat het actieprogramma Tel mee met Taal 2020–2024 er niet in is geslaagd dit aantal terug te dringen; overwegende dat beleid zonder concrete, meetbare doelstellingen voor resultaatverbetering leidt tot verspilling van publieke middelen en dat een simpele, effectieve aanpak gericht op bereik en uitstroom meer oplevert dan brede programma’s zonder afrekenbare normen; verzoekt de regering bij de toegezegde Kamerbrief voor de zomer concrete, meetbare doelstellingen te formuleren voor de terugdringing van laaggeletterdheid, uitgedrukt in aantallen bereikte en uitgestroomde cursisten per jaar, en de Kamer jaarlijks te rapporteren over de voortgang hiervan.
16 april | Markusz, JA21 |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma CDA

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 80%)

Argumenten voor: De partij pleit voor het aanspreekbaar zijn op resultaten in het publieke domein [2] en het maken van duidelijke resultaatafspraken, gecombineerd met transparante rapportage over de voortgang [4]. Dit sluit naadloos aan bij de motie die vraagt om concrete, meetbare doelstellingen en jaarlijkse rapportage over de aanpak van laaggeletterdheid, om verspilling van publieke middelen te voorkomen.

Argumenten tegen: Er is in de verstrekte teksten geen direct tegenargument te vinden tegen het formuleren van meetbare doelstellingen of het sturen op resultaat bij laaggeletterdheid. Het programma benadrukt juist het belang van taalleersucces [1][3][5].

Bronnen:

  1. "Taal is dé sleutel tot meedoen in de samenleving: op school, op het werk en in sociale contacten. Daarom willen wij een vroege taalstart die begint tijdens de asielprocedure. Inburgeringsplichtigen spreken en schrijven binnen maximaal drie jaar de Nederlandse taal."
  2. "Integratie is een wederkerige opdracht. Aan nieuwkomers is het de taak - zoals aan alle inwoners van Nederland - om vorm en inhoud te geven aan het democratisch burgerschap. Om zich aan onze wetten en regels te houden, zich actief in te spannen om te integreren en Nederlands te leren. Van de samenleving mag worden verwacht dat ze nieuwkomers eerlijke kansen geeft in het onderwijs, op een baan, en dat ze waar nodig nieuwkomers een extra zetje geeft. Van instanties zoals het COA en gemeenten mag worden verwacht dat zij zich proactief inzetten, aanspreekbaar zijn op resultaten en hun processen zo organiseren dat statushouders de beste kansen krijgen. Op die manier bouwen we met elkaar aan onze samenleving. Een samenleving waar we mensen waarderen om hun inzet en prestaties, om hun meedoen. Waar we de mens zien en niet de migrant met een andere achternaam."
  3. "We verplichten voor- en vroegschoolse educatie voor kinderen van statushouders die nog inburgeringsplichtig zijn, zodat jonge kinderen niet met een taalachterstand op school hoeven te beginnen en de ouders kunnen inburgeren."
  4. "Gemeenten worden gehouden aan hun plicht om zorg te dragen voor de inburgering van nieuwkomers. Er worden duidelijke resultaatafspraken gemaakt. Gemeenten moeten transparant rapporteren over de voortgang."
  5. "Werkgevers worden verplicht Nederlandse les te verzorgen voor hun arbeidsmigranten."