Ministersplaatsen voor Caribische studenten

De regering moet de ministersplaatsen voor Caribische studenten herstellen of een vergelijkbare regeling invoeren. Hiermee krijgt deze groep studenten meer kansen en toegang tot het onderwijs in Nederland.

Motie van het lid Ergin over het herintroduceren van de ministersplaatsen of een gelijksoortige regeling

De kamer, constaterende dat de Kamer door middel van een motie (31 288, nr. 1118) de regering heeft opgeroepen om de zogeheten ministersplaatsen te herintroduceren voor Caribische studenten; verzoekt de regering de ministersplaatsen of een gelijksoortige regeling te herintroduceren, en de Kamer voor het zomerreces te informeren.
16 april | DENK | Verworpen: 33–117 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: tegen (vrij zeker, 80%)

Argumenten voor: De partij erkent dat het koloniale verleden in de Caribische delen van het koninkrijk bijzondere verplichtingen met zich meebrengt [3]. De herintroductie van ministersplaatsen voor Caribische studenten kan worden gezien als invulling van deze historische verantwoordelijkheid.

Argumenten tegen: De partij zet expliciet in op de vermindering van het aantal studiemigranten, omdat het opleiden van Nederlandse studenten de kerntaak van universiteiten vormt [1][2]. Daarnaast geeft de partij aan dat Nederland geen 'opleidingsplaats is voor iedere student die zich meldt' [2], omdat dit te veel druk legt op voorzieningen zoals studentenhuisvesting [1][2].

Bronnen:

  1. "Studiemigratie draagt door uitwisseling van kennis en culturen bij aan de (economische) groei van Nederland en wederzijds begrip tussen culturen. Het aantal internationale studenten is echter enorm toegenomen en legt in sommige steden een te grote druk op beschikbare voorzieningen. Het opleiden van Nederlandse studenten vormt de kerntaak van Nederlandse universiteiten; we zetten daarom in op vermindering van het aantal studiemigranten. We stimuleren integratie van studenten via verplichte taallessen en meer studentenkamers in traditionele studentenhuizen, georganiseerd door de ontvangende onderwijsinstellingen. Zie ook 'Internationalisering van het hoger onderwijs' in paragraaf 3.3."
  2. "Het opleiden van Nederlandse studenten vormt de kerntaak van Nederlandse universiteiten; we zetten daarom in op vermindering van het aantal studiemigranten. Nederland verwelkomt talent uit het buitenland, maar is geen (bekostigde) opleidingsplaats voor iedere student die zich meldt. Dit legt in sommige steden een te grote druk op beschikbare voorzieningen. Het aanbieden van Nederlandstalig bacheloronderwijs is het uitgangspunt. Om (top)sectoren van internationaal talent te kunnen voorzien, maken we in lijn met de inzet van Universiteiten van Nederland (UNL) een landelijke afweging welke studies en bijpassende studiemigratie daarvoor verantwoord en nodig zijn. Hierover maken we in internationaal verband nieuwe afspraken. We passen het financieringsmodel aan om te voorkomen dat internationale studenten nodig zijn voor het voortbestaan van studies of instellingen. Zie ook het punt 'Studiemigratie' in paragraaf 10.3."
  3. "Het koloniale verleden van Nederland in Indonesië, Suriname en de Caribische delen van ons koninkrijk schept bijzondere verplichtingen jegens die landen en haar inwoners. We erkennen de zonde van het slavernijverleden en hebben oog voor de wijze waarop dit nog altijd doorwerkt in onze samenleving. Daarom wordt er geïnvesteerd in educatie en in herdenken en vieren (Keti Koti). En de verblijfsregeling voor ongedocumenteerd geraakte Surinaamse oud-Nederlanders wordt tijdelijk hervat."