De regering moet de ministersplaatsen voor Caribische studenten herstellen of een vergelijkbare regeling invoeren. Hiermee krijgt deze groep studenten meer kansen en toegang tot het onderwijs in Nederland.
Motie van het lid Ergin over het herintroduceren van de ministersplaatsen of een gelijksoortige regeling
De kamer,
constaterende dat de Kamer door middel van een motie (31 288, nr. 1118)
de regering heeft opgeroepen om de zogeheten ministersplaatsen te
herintroduceren voor Caribische studenten;
verzoekt de regering de ministersplaatsen of een gelijksoortige regeling te
herintroduceren, en de Kamer voor het zomerreces te informeren.
Argumenten voor: De partij stelt dat Caribische delen van het Koninkrijk volwaardig moeten meedoen en dat achterstelling van inwoners van Aruba, Curaçao en Sint-Maarten beëindigd moet worden [1]. De herintroductie van ministersplaatsen voor Caribische studenten kan worden gezien als een middel om de gelijkwaardige positie en deelname van deze burgers te bevorderen.
Argumenten tegen: Het verstrekte verkiezingsprogramma bevat geen specifieke argumenten tegen de herintroductie van ministersplaatsen of gelijksoortige regelingen voor Caribische studenten.
Bronnen:
"Caribische delen van het Koninkrijk doen volwaardig mee. De achterstelling van Nederlanders die op Aruba, Curaçao en Sint-Maarten wonen wordt beëindigd: ook zij krijgen stemrecht voor de Tweede Kamer en invloed op de samenstelling van de Eerste Kamer. We versterken de positie van volksvertegenwoordigers uit Bonaire, Saba en Sint-Eustatius. Ook breiden we de eilandsraden uit zodat zij net zoveel zetels tellen als de gemeenteraden van Nederlandse gemeenten van vergelijkbare grootte."