De regering moet een verbod invoeren op het roken van cannabis in de openbare ruimte. Dit verbod is nodig omdat het gebruik van cannabis in de buitenlucht leidt tot overlast, stank en gezondheidsrisico's voor omstanders. Bovendien helpt een verbod om het drugsgebruik minder normaal te maken.
Motie van de leden Bikker en Diederik van Dijk over een blowverbod in de publieke ruimte
De kamer,
overwegende dat het gebruik van cannabis in de publieke ruimte bijdraagt
aan normalisering van drugsgebruik, leidt tot stank en andere vormen van
overlast en bovendien gepaard gaat met gezondheidsrisico’s voor
gebruiker en omstanders;
verzoekt de regering een blowverbod in de publieke ruimte uit te werken
en t implementeren, en de Kamer over de voortgang hiervan te
informeren.
Argumenten voor: De partij stelt expliciet in hun programma: 'Vooruitlopend op het stoppen met gedogen komt er op korte termijn een blowverbod in de openbare ruimte' [1]. Dit sluit naadloos aan bij de motie.
Argumenten tegen: Er zijn geen argumenten in het fragment gevonden die tegen een blowverbod in de openbare ruimte pleiten.
Bronnen:
"Er komt een einde aan het gedoogbeleid van soft-drugs. Ook het heilloze wiet-experiment wordt per direct stopgezet. Vooruitlopend op het stoppen met gedogen komt er op korte termijn een blowverbod in de openbare ruimte. Daarnaast wordt blowen onder de 21 jaar verboden. Ook wordt wiettoerisme beperkt: coffeeshops mogen voortaan alleen verkopen aan inwoners van de gemeente (ingezetenencriterium)."