De regering moet een nieuwe werkdefinitie van antisemitisme gebruiken. Deze definitie moet voldoen aan het internationaal recht en duidelijk onderscheid maken tussen antisemitisme en kritiek op het beleid van de Israëlische regering. De huidige IHRA-definitie beperkt de vrijheid van meningsuiting te veel en belemmert legitieme kritiek op Israël.
Motie van het lid Teunissen over een werkdefinitie van antisemitisme hanteren die in lijn is met het internationaal recht en mensenrechten
De kamer,
constaterende dat antisemitisme een vorm van discriminatie is die
wereldwijd schade aanricht aan Joodse gemeenschappen en effectief
bestreden moet worden;
overwegende dat kritiek op het beleid van de Israëlische regering geen
antisemitisme is, maar vrijheid van meningsuiting;
overwegende dat het kabinet de IHRA-definitie hanteert, die ruimte biedt
om kritiek op het beleid van de Israëlische regering in te perken en te
bestempelen als antisemitisme;
overwegende dat mensenrechtenorganisaties zoals Amnesty aanbevelen
om de definitie van de VN-verklaring over de uitbanning van alle vormen
van onverdraagzaamheid en discriminatie te hanteren;
verzoekt de regering een werkdefinitie van antisemitisme te hanteren die
in lijn is met het internationaal recht en mensenrechten en duidelijk
onderscheid maakt tussen antisemitisme en kritiek op de Israëlische
regering.
Argumenten voor: Er is geen directe onderbouwing in het verkiezingsprogramma te vinden voor het steunen van de motie over een nieuwe werkdefinitie van antisemitisme. De partij pleit wel voor 'respect voor de rechten van mensen en volken' [2], wat indirect geïnterpreteerd zou kunnen worden als steun voor mensenrechtenorganisaties die alternatieve definities voorstellen.
Argumenten tegen: De verstrekte fragmenten in het verkiezingsprogramma bevatten geen expliciete standpunten over antisemitisme, de IHRA-definitie of het beleid van de Israëlische regering. De fragmenten [1], [2] en [3] richten zich algemeen op internationale solidariteit, vrede en lobbytransparantie, waardoor er geen inhoudelijke basis is om de motie af te wijzen.
Bronnen:
"6.2 Internationale veiligheid en solidariteit"
"De wereldorde van vandaag is gebouwd op macht en rijkdom voor enkelen, terwijl miljarden mensen achterblijven. Wij kiezen voor een andere weg: een buitenlandbeleid dat draait om vrede, gelijkwaardigheid en solidariteit. We zetten in op respect voor de rechten van mensen en volken, gelijkwaardigheid in het economisch systeem en samenwerking op ontwikkelingsgebied."
"Licht op de lobby in Brussel. De macht van grote bedrijven en banken in Brussel is veel te groot. Wij willen een openbaar en verplicht lobbyregister voor de hele Europese Unie, waarin iedereen kan zien welke bedrijven, belangengroepen en lobbyisten invloed uitoefenen op Europees beleid. De Europese Commissie, het Europees Parlement en de Europese Raad moeten transparantie bieden over de contacten die Europese beleidsmakers met het bedrijfsleven hebben. Ook komt er een verbod op draaideurfuncties voor leden van de Europese Commissie en het Europarlement. Fraude en omkoping worden hard aangepakt. Zo zorgen we dat Europese besluiten worden genomen in het belang van mensen, niet van multinationals."