Belasting op overwinsten energiebedrijven

Het kabinet moet in Europa pleiten voor een belasting op de overwinsten van energiebedrijven. Het is onwenselijk dat olie- en gasbedrijven extra winst maken door de energiecrisis.

Motie van de leden Klaver en Paternotte over actief in Europa pleiten voor een aanpak van eventuele overwinsten bij energiebedrijven

De kamer, constaterende dat het kabinet in de recente kabinetsbrief aangeeft dat de marges van raffinaderijen en andere petrochemische bedrijven waarschijnlijk aanzienlijk zijn gestegen door de toegenomen crack spread als gevolg van de oorlog in het Midden-Oosten; overwegende dat deze marges zich kunnen vertalen in overwinsten bij gas- en oliebedrijven; overwegende dat het onwenselijk is dat dergelijke fossiele bedrijven extra (over)winsten maken door de stijgende prijzen als gevolg van de energiecrisis; overwegende dat Duitsland, Italië, Spanje, Oostenrijk en Portugal wegens deze prijsstijgingen pleiten voor een Europese belasting op de overwinsten van energiebedrijven; verzoekt het kabinet in Europa actief te pleiten voor een aanpak van eventuele overwinsten bij energiebedrijven en het juridisch mogelijk maken van een heffing daarop, en zich aan te sluiten bij de EU-lidstaten die hiervoor pleiten.
22 april | GL-PvdA, D66 | Aangenomen: 101–49 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma VVD

Stemverwachting: tegen (vrij zeker, 80%)

Argumenten voor: Er zijn geen fragmenten in het verkiezingsprogramma die direct pleiten voor het belasten van overwinsten van energiebedrijven.

Argumenten tegen: De partij hecht veel waarde aan het verdienvermogen en de concurrentiepositie van de Nederlandse industrie [2]. Zij streven naar een gelijk speelveld voor de industrie binnen Europa [2][5] en willen voorkomen dat maatregelen ervoor zorgen dat bedrijven naar het buitenland vertrekken [3]. Daarnaast stelt de partij dat de industrie al kampt met een onwerkbare situatie door onder andere hoge energieprijzen [5]. Om de industrie te ondersteunen, wil de partij juist compensatieregelingen bieden voor hoge energiekosten [1] en investeringskortingen onderzoeken om verduurzaming mogelijk te maken [4].

Bronnen:

  1. "We compenseren bedrijven met hoge elektriciteitskosten: De energieprijzen in Nederland zijn vele malen hoger dan in onze buurlanden. Hierdoor ervaren onze bedrijven een groot concurrentienadeel. Om de hoge energiekosten te dempen, verlengen we de IKC, een compensatieregeling voor sectoren met hoge elektriciteitskosten. We nemen ook andere maatregelen om de energiekosten voor bedrijven te verlagen. We willen met bedrijven een nieuw energieakkoord sluiten om ook in de toekomst de rekening betaalbaar te houden en de problemen op het energienet samen op te kunnen lossen."
  2. "Een gelijk speelveld voor de industrie met de rest van Europa: We willen een gelijk speelveld voor onze industrie met de rest van Europa. Europees klimaatbeleid is daarom het beste klimaatbeleid. We schrappen waar mogelijk nationale koppen op Europees beleid. We willen geen nieuwe koppen die het verdienvermogen en de concurrentiepositie van Nederland schaden. We zorgen ervoor dat Nederland net als andere landen voldoet aan haar Europese verplichtingen op klimaat- en energiegebied."
  3. "We schrappen de CO2-heffing: Nederland kent als enige land binnen de EU een nationale CO2-heffing. Dit creëert een ongelijk speelveld voor bedrijven. Bedrijven geven aan dat dit een van de redenen is waarom ze naar het buitenland vertrekken. Daarom schrappen we de heffing en gaan we met de sector op zoek naar een alternatief systeem waarmee we de industrie een duurzame toekomst in Nederland geven."
  4. "We helpen de industrie te verduurzamen: Dit is belangrijk om onze afhankelijkheid van fossiele brandstoffen uit onvrije landen te verkleinen. We zien echter dat de industrie het zwaar heeft en verduurzaming in de praktijk moeizaam verloopt. Daarom onderzoeken we een investeringskorting voor bedrijven die willen verduurzamen en ondersteunen we bedrijven richting 2030 via maatwerkafspraken met een concreet en allesomvattend plan voor verduurzaming. Ook na 2030 blijft de overheid bedrijven helpen met een gerichte individuele aanpak. Daarnaast worden alle maatregelen uit het groene groei pakket om de industrie hier te houden doorgezet en doen we er een schep bovenop."
  5. "Wat de komende jaren extra aandacht vergt is de industrie. Een vertrek van de (basis)industrie maakt ons afhankelijker van andere landen. De industrie staat bijvoorbeeld aan de basis van de productie van nachtkijkers voor het leger, infuuszakken voor het ziekenhuis en de schoenen waar je dagelijks op loopt. Ook zorgen ze voor innovatie. We hebben tijdens de coronacrisis gezien waarom het belangrijk is dat zulke zaken in Nederland of Europa kunnen worden gemaakt. Onze (basis)industrie moet opboksen tegen oneerlijke concurrentie uit landen als China en kampt met hoge energieprijzen. Een onwerkbare situatie. Ook het probleem van een overvol stroomnet moet écht worden opgelost. Het gelijke speelveld voor de (basis)industrie moet worden hersteld zodat zij kan verduurzamen én concurrerend kan blijven."