Geld voor biologische landbouw

De regering moet een groot deel van de 25 miljoen euro inzetten voor biologische landbouw. Biologische boeren laten al lang zien dat er goede duurzame alternatieven zijn voor kunstmest.

Motie van het lid Teunissen over biologische landbouw stimuleren met een significant deel van de middelen die zijn vrijgemaakt om de landbouw onafhankelijker te maken van kunstmest en energie

De kamer, constaterende dat het kabinet 25 miljoen euro vrijmaakt om de landbouw minder afhankelijk te maken van kunstmest en energie; constaterende dat biologische boeren al lange tijd laten zien dat er voldoende duurzame alternatieven zijn voor het gebruik van kunstmest; verzoekt de regering een significant deel van dit bedrag in te zetten voor de stimulering van of omschakeling naar biologische landbouw.
22 april | PvdD | Verworpen: 19–131 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma VVD

Stemverwachting: tegen (vrij zeker, 70%)

Argumenten voor: De partij streeft naar een agrarische sector die past bij de draagkracht van de omgeving en wil vervuiling en emissies verminderen [1]. Ze zijn voor een concrete, generieke stikstofreductie [6] en willen in de melkveehouderij ruimte creëren voor kunstmestvervangers [4]. Daarnaast steunt de partij de ondersteuning van nieuwe verdienmodellen [6] en stikstofreducerende innovaties [2], waar de omschakeling naar biologische landbouw onderdeel van zou kunnen zijn.

Argumenten tegen: De partij hecht grote waarde aan ondernemerschap en de vrijheid van boeren om te ondernemen [5]. Ze zijn expliciet tegen 'middelvoorschriften' en pleiten voor 'doelsturing' [1]. Volgens de partij moeten agrariërs de ruimte krijgen om aan doelstellingen te voldoen op een manier die past bij hun eigen bedrijf, bijvoorbeeld via managementmaatregelen of innovaties [3]. Het specifiek stimuleren van één bepaalde methode, zoals biologische landbouw, zou kunnen worden gezien als een middelvoorschrift dat de ondernemersvrijheid beperkt.

Bronnen:

  1. "Ondernemerschap op basis van doelsturing: We willen een agrarische sector die past bij de draagkracht van de omgeving. Vervuiling en emissies willen we waar nodig dus verminderen. Daarvoor zijn middelvoorschriften, zoals verplichte oogstdata, makkelijk voor de overheid, maar die beperken ondernemerschap. We gaan de handen ineenslaan met het bedrijfsleven om over te gaan op afrekenbare doelen en metingen op bedrijfsniveau. Doelen op het gebied van bodemvruchtbaarheid en waterkwaliteit worden het uitgangspunt van ons bemestingsbeleid. Op het moment dat doelsturing aantoonbaar tot resultaat leidt, schaffen we middelvoorschriften af."
  2. "Wet- en regelgeving werkbaar maken: Op het moment dat een structurele emissiereductie wettelijk is geborgd, zorgt de overheid voor de noodzakelijke randvoorwaarden. Zo worden PAS-melders, ondernemers die te goeder trouw hebben gehandeld maar nu zonder vergunning zitten, gelegaliseerd met bijvoorbeeld een juridisch houdbare rekenkundige ondergrens. We willen per sector bekijken of een drempelwaarde mogelijk is - om te beginnen voor de bouw, die slechts tijdelijk een geringe uitstoot veroorzaakt. Er moeten weer vergunningen komen voor agrariërs om aan de slag te gaan met stikstofreducerende innovaties, waarvan het grote potentieel recent is aangetoond door onderzoek van de Wageningen Universiteit. En uiteindelijk moeten we waar mogelijk af van de eenzijdige focus op stikstof door op basis van onafhankelijke en langdurige monitoring de feitelijke staat van de natuur leidend te maken bij vergunningverlening."
  3. "De boer aan het roer: Op basis van een nationaal stikstofemissieplafond krijgen landbouwbedrijven een reductiedoelstelling met afrekenbare normen per hectare of per dier. Agrarische ondernemers worden dan niet meer afgerekend op modelmatig berekende neerslag, maar kunnen hun emissies monitoren en krijgen de ruimte om te voldoen aan een heldere doelstelling op een manier die past bij hun bedrijf. Bijvoorbeeld met extensivering, managementmaatregelen of stikstofreducerende innovaties."
  4. "Grondgebonden melkveehouderij: We gaan binnen een werkbare periode toewerken naar een balans met voldoende grasland. Waarbij bedrijven op eigen grond of in samenwerkingsverband met akkerbouwers hun ruwvoer telen en mest afzetten, met ruimte voor kunstmestvervangers. De omvang van de melkveehouderij wordt de maatstaf voor de kalverhouderij."
  5. "Als liberalen willen we dat boeren, tuinders en vissers de vrijheid krijgen om te ondernemen. Maar zij zien alsmaar beperkende regels op zich afkomen, terwijl juridische uitspraken en handhavingsverzoeken voor onzekerheid zorgen. De politiek moet daarom duidelijkheid geven over de toekomst, zodat (jonge) boeren weten waar ze aan toe zijn en kunnen investeren in hun bedrijf. Dat kan in samenwerking en in vertrouwen met de betrokken partijen. In het belang van voedselzekerheid op Europees niveau maken we de keuzes die weer ruimte geven voor ondernemerschap."
  6. "Fors verminderen van de stikstofuitstoot: We gaan zorgen voor concrete, generieke stikstofreductie door te sturen op emissies waarbij alle sectoren evenredig bijdragen. Zo komt er weer ruimte voor vergunningverlening. De huidige wetgeving kent reductiedoelen voor de berekende hoeveelheid neerslag op natuurgebieden. We gaan deze KDW-doelen vervangen door sectorgebonden emissieplafonds, inclusief wettelijke tussendoelen, die optellen tot 50% geborgde emissiereductie in 2035. Daarnaast is er een gebiedsgerichte aanpak nodig voor de gebieden waar de problematiek het zwaarst speelt, zoals bij De Peel en De Veluwe, met regionale betrokkenheid noodzakelijke keuzes over aanvullende emissiereductie en extensivering. Rijk, provincies en gemeenten moeten samenwerken om te komen tot een effectieve uitvoering, onder meer met ruimtelijke ordeningsinstrumentarium, ondersteuning van nieuwe verdienmodellen, vrijwillige regelingen en gerichte inzet van middelen voor agrarisch natuurbeheer."