AI op agenda Raad van Europa

De regering moet onderzoeken hoe de invloed van kunstmatige intelligentie (AI) op mensenrechten en democratie op de agenda van de Raad van Europa kan komen. Nederland is in 2027 voorzitter van deze organisatie van 47 landen en kan zo belangrijke onderwerpen prioriteit geven.

Motie van de leden Kathmann en El Boujdaini over in de voorbereiding van het voorzitterschap van de Raad van Europa verkennen of en hoe de gevolgen van kunstmatige intelligentie voor mensenrechten en de democratie als onderwerp in het programma meegenomen kan worden

De kamer, overwegende dat Nederland in 2027 voorzitter is van de Raad van Europa en de kans heeft om urgente onderwerpen op de agenda te zetten bij de 47 aangesloten landen; verzoekt de regering om in de voorbereiding van het voorzitterschap van de Raad van Europa te verkennen of en hoe de gevolgen van kunstmatige intelligentie voor mensenrechten en de democratie als onderwerp in het programma meegenomen kan worden, en de Kamer voor het herfstreces te informeren over de mogelijkheden.
23 april | GL-PvdA, D66 | Aangenomen: 114–36 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (erg zeker, 90%)

Argumenten voor: De partij beschouwt de opkomst van kunstmatige intelligentie als een van de grootste maatschappelijke uitdagingen met potentieel ontwrichtende gevolgen voor de rechtsstaat [2]. Zij pleit daarom voor regie van de overheid, duidelijke ethische kaders [2] en het stellen van grenzen aan de inzet van AI [3]. Daarnaast wil de partij de democratie en mensen beschermen tegen potentiële risico's [1] en staat zij stevig voor de bescherming van grondrechten [6]. Op internationaal vlak streeft de partij ernaar dat Nederland in Europees verband een leidende rol neemt bij het aankaarten van mensenrechtenschendingen [5] en pleit zij voor internationale regulering van autonome wapensystemen [4].

Argumenten tegen: Er zijn geen fragmenten in het verkiezingsprogramma die redenen bieden om tegen deze motie te stemmen.

Bronnen:

  1. "vraagt. We moeten onze democratie, mensen en natuur beschermen tegen de potentiële risico's en tegelijkertijd de kansen benutten voor maatschappelijke vooruitgang."
  2. "De opkomst van kunstmatige intelligentie (AI) is een van de grootste maatschappelijke uitdagingen van onze tijd, met potentieel ontwrichtende gevolgen voor onder andere de rechtsstaat. Daarom vindt de ChristenUnie dat dit duidelijke ethische kaders en regie van de overheid"
  3. "Digitalisering biedt veel kansen maar kent ook risico's. De overheid moet grenzen stellen waar het gaat om de inzet van technieken en de regulering van ons digitale maatschappelijke verkeer, bijvoorbeeld bij het gebruik van kunstmatige intelligentie en algoritmes. De overheid zelf maakt een gedegen afweging of voor machine learning algoritmes of alternatieven gekozen wordt. Het algoritmeregister wordt uitgebreid en verplicht gesteld, zodat transparant is hoe algoritmes worden ingezet. Ons recht op privacy en onze vrije en ongefilterde toegang tot gegevens kunnen in het gedrang komen als we niet meer grip krijgen op grote techbedrijven die grote hoeveelheden data over ons verzamelen en steeds meer bepalen welke informatie wij zien. Social media bedrijven worden verplicht om minder 'polariserende algoritmes' in te zetten, bijvoorbeeld door gebruikers keuze vrijheid te geven over hoe aanbevelingen tot stand komen."
  4. "Veiligheid wordt niet slechts bereikt met militaire middelen. Internationale inzet van de krijgsmacht is onderdeel van een doordachte integrale benadering, in nauwe samenwerking met de inzet van diplomatie, ontwikkelingssamenwerking en de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, gericht op een lange termijn commitment, (weder) opbouw, conflictpreventie en civiel-militaire samenwerking. Dit is een extra reden voor ontwikkelingssamenwerking en daarom keren we terug naar de internationale norm om hier 0,7% van het bruto nationaal inkomen aan uit te geven. We zien in gewapende conflicten steeds vaker inzet van (deels) autonome wapensystemen. Dat stelt ons voor grote morele vragen. We willen internationale regulering met betrekking tot de vraag of en onder welke voorwaarden autonome wapensystemen kunnen worden ontwikkeld en ingezet."
  5. "Niet macht en eigenbelang, maar recht en rechtvaardigheid vormen de kern van ons buitenlands beleid. Internationale rechtsbeginselen, zoals nakoming van verdragen en bescherming van burgers conform het humanitair oorlogsrecht, staan daarbij voorop. Nederland is en blijft een actieve en betrouwbare partner in de internationale gemeenschap en van internationale gerechtshoven. Onze inzet is dan ook gericht op versterking en bescherming van de multilaterale rechtsorde, waaronder de VN, die onder grote druk staat. Nederland neemt - idealiter in Europees verband - een leidende rol in het aankaarten van mensenrechtenschendingen en het tegengaan van straffeloosheid. We bestrijden autocratische regimes met sancties. Mensenrechtenschendingen worden bestreden en daders berecht."
  6. "Naast externe bedreigingen voor onze democratie zien we dat onze klassieke grondrechten dreigen af te brokkelen doordat bijvoorbeeld de vrijheid van onderwijs, de vrijheid van vergadering en het demonstratierecht onder druk staan. Het gezag van de rechtspraak wordt ter discussie gesteld en media gewantrouwd. Hetzelfde geldt voor het gezag van internationale instellingen en verdragen. Dit vraagt om politiek die stevig staat voor grondrechten, een weerbare samenleving, een krachtig en effectief justitieapparaat en scherpe normerende keuzes door de overheid."