De regering moet in Europees verband zorgen voor extra geld voor de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA). Lange wachttijden bij deze instantie zorgen voor een tekort aan toegelaten biologische gewasbeschermingsmiddelen en biociden (middelen om ongedierte te bestrijden).
Motie van de leden Podt en Bromet over extra financiering vinden voor capaciteit bij de EFSA
De kamer,
constaterende dat de lange doorlooptijden bij de Europese Autoriteit voor
Voedselveiligheid (EFSA) en bij de nationale beoordelingsinstanties een
belangrijke oorzaak zijn van het tekort aan toegelaten biologische
gewasbeschermingsmiddelen en biociden;
constaterende dat volgens de EFSA een investering van 15 miljoen euro
om 50 extra experts aan te nemen voldoende is om de bestaande
achterstanden weg te werken;
overwegende dat het aanpakken van de capaciteitsproblemen bij de bron
effectief en betrouwbaar is;
verzoekt de regering zich in Europees verband in te zetten om extra
financiering te vinden voor capaciteit bij de EFSA om bestaande achterstanden in beoordelingsprocedures op te lossen en toekomstige achterstanden te voorkomen.
Argumenten voor: De partij stelt dat het aanbod van natuurlijke alternatieven voor bestrijdingsmiddelen vergroot moet worden door een snelle afhandeling, beoordeling en toelating van aanvragen op zowel Europees als nationaal niveau [1]. Daarnaast streeft de partij ernaar dat 25% van de landbouw in 2030 biologisch is en vindt zij dat de wetgeving hiervoor makkelijker moet zijn [4]. Op algemeen niveau wil de partij uitvoeringsorganisaties versterken zodat doorlooptijden voor vergunningverlening korter worden, zodat bedrijven geen vertraging oplopen bij het verduurzamen [2]. Bovendien vindt de partij dat de EU sneller moet hervormen, specifiek op het gebied van landbouw [3].
Argumenten tegen:
Bronnen:
"De Rijksoverheid helpt boeren en tuinders door het delen van kennis, innovatie en het opzetten van coöperaties op het gebied van alternatieven voor bestrijdingsmiddelen zoals natuurlijke gewasbescherming en groene middelen, en op het gebied van bezuinigende innovaties zoals precisielandbouw, robotica en strokenteelt. Hierbij is van belang dat het aanbod van natuurlijke alternatieven wordt vergroot door een snelle afhandeling, beoordeling en toelating van aanvragen op Europees en nationaal niveau."
"We versterken onze uitvoeringsorganisaties zodat de doorlooptijden voor vergunningverlening korter worden. Zo lopen bedrijven geen onnodige vertraging op door de overheid wanneer zij willen verduurzamen."
"De EU zelf moet sneller hervormen, met name op het gebied van de landbouw en de regionale steun (het 'cohesiebeleid'). Een speciaal B-lidmaatschap is geen oplossing voor deze problemen."
"De toekomst van ons eten is biologisch. Daarom streeft Volt ernaar dat 25% van de landbouw in 2030 biologisch is. De wetgeving moet makkelijker en daarvoor is er versimpeling gekomen in de Europese wet. Door dit streefgetal op te nemen geeft de overheid de sector perspectief."