Controle burgerschapsonderwijs nieuwe scholen

De regering moet regelmatig controleren of de regels voor burgerschapsonderwijs bij nieuwe scholen (b3-scholen) nog wel werken. Anti-democratische ideeën veranderen voortdurend. Hierdoor kunnen de huidige regels van de Inspectie van het Onderwijs verouderd raken.

Motie van het lid Rooderkerk c.s. over periodiek beoordelen of de inspectiekaders voor burgerschapsonderwijs op b3-scholen nog voldoende waarborgen bieden voor democratisch en rechtsstatelijk onderwijs

De kamer, constaterende dat de Inspectie van het Onderwijs in het kader van de startprocedure voor b3-scholen vooraf toetst op onder meer burgerschapsonderwijs; overwegende dat anti-rechtsstatelijk en antidemocratisch onderwijs zich voortdurend ontwikkelt en zich in nieuwe vormen kan manifesteren; overwegende dat maatschappelijke ontwikkelingen en nieuwe vormen van anti-rechtsstatelijk gedachtegoed ertoe kunnen leiden dat bestaande toetsingscriteria en wettelijke vereisten onvoldoende aansluiten op de praktijk; verzoekt de regering te bewerkstelligen dat periodiek wordt beoordeeld of de inspectiekaders voor de beoordeling van het burgerschapsonderwijs van op te richten b3-scholen nog voldoende waarborgen bieden voor democratisch en rechtsstatelijk onderwijs, en de Kamer hierover te informeren.
13 mei | D66, GL-PvdA, VVD | Aangenomen: 129–21 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma GL-PvdA

Stemverwachting: voor (erg zeker, 90%)

Argumenten voor: De partij wil actief investeren in het voorkomen van radicalisering en extremisme, in het bijzonder onder jongeren, en voert een strategie om radicaal-rechts en fascistische stromingen tegen te gaan [4]. Zij zetten in op samenwerking met partners die opkomen voor mensenrechten en de rechtsstaat en willen de signalering hiervan in het onderwijs versterken [4]. Daarnaast wil de partij discriminatie, antisemitisme en andere vormen van haat in het onderwijs bestrijden [2]. Om dit te waarborgen, pleit de partij voor het versterken van de positie van toezichthouders, waaronder de Onderwijsinspectie [5], die moet zorgen voor de borging van de onderwijskwaliteit [1].

Argumenten tegen: De partij streeft naar het verminderen van de prestatiedruk in het onderwijs en stelt dat het huidige inspectietoezicht een druk legt op schoolleiders en docenten [3].

Bronnen:

  1. "De lat hoog houden. Wij willen dat de onderwijskwaliteit op niveau blijft en niet naar beneden bijgesteld wordt. De kwaliteit van toetsen moet op orde en op niveau zijn. De Onderwijsinspectie zorgt voor de borging van het toetsniveau en de toetskwaliteit. We voorkomen dat commerciële bedrijven hierin een rol spelen."
  2. "Discriminatie bestrijden. I n het onderwijs besteden we meer aandacht aan de gevolgen van discriminatie, LHBTIQA+haat, antisemitisme, moslimdiscriminatie, discriminatie van nieuwkomers en uitsluiting. We waarborgen aandacht voor onder andere het koloniale verleden, slavernij, de Holocaust, de Joodse cultuur, de diverse LHBTIQA+gemeenschap en de verrijking van onze cultuur door nieuwkomers. We maken middelen vrij voor initiatieven die zich inzetten voor meer bewustwording, zoals het Nationaal Plan Versterking Holocausteducatie, projecten tegen moslimhaat, het programma Internationaal decennium voor mensen van Afrikaanse afkomst en programma's gericht op het versterken van de regenbooggemeenschap. De Nationaal Coördinator Antisemitismebestrijding (NCAB) en de Nationaal Coördinator Discriminatie en Racisme (NCDR) zetten hun belangrijke werk voort, waarbij de NCDR expliciet de opdracht krijgt om ook te focussen op de lhbti+ gemeenschap. Lesmateriaal moet inclusiever en qua representatie meer recht doen aan de huidige diverse samenleving."
  3. "Verminderen van prestatiedruk. Op dit moment ervaren te veel leerlingen een te hoge prestatiedruk in het onderwijs door te veel toetsen en te weinig feedbackmomenten. Daarbij legt het huidige inspectietoezicht (onderwijsresultatenmodel) ook een druk op schoolleiders en docenten. Daarom willen we dat de overheid in overleg met leerlingen-, docenten-, en schoolleidersorganisaties een integrale visie maakt om prestatiedruk te verminderen."
  4. "Extremisme, fascisme en radicalisering. We investeren in het voorkomen van radicalisering en extremisme, in het bijzonder onder jongeren. Nederland voert een actieve strategie om de opkomst van radicaal-rechts en fascistische stromingen tegen te gaan. We investeren in antifascistische samenwerking met democratische maatschappelijke bewegingen en partners die opkomen voor mensenrechten en rechtsstaat. Daarbij pakken we antisemitisme, moslimhaat, racisme en lhbti+ en vrouwenhaat aan, zie hoofdstuk 'Democratie, rechtsstaat en gelijke rechten'. We versterken signalering in het onderwijs, op sociale media en in de wijk. Jongeren die dreigen af te glijden, worden tijdig bereikt met hulp, perspectief en stevig tegenwicht. Veiligheid, weerbaarheid en preventie gaan hand in hand."
  5. "Een kritische en transparante overheid. Zonder toezicht en handhaving verliest elke wet- en regelgeving haar kracht. Zo raken burgers het vertrouwen in de overheid kwijt. Daarom versterken we de positie van onze toezichthouders met mensen en middelen. We leggen hun onafhankelijkheid wettelijk vast. We geven ambtenaren ruimte om deel te nemen aan het publieke debat en hun mening vrij te uiten. Toezichthouders krijgen een sterkere, wettelijk verankerde positie om onafhankelijk te opereren. We versterken het Huis voor Klokkenluiders zodat melders van misstanden altijd beschermd zijn. Dat geldt zowel voor het toezicht op het Openbaar Bestuur, bijvoorbeeld de Algemene Rekenkamer, Nationale Ombudsman, Inspectie Openbare Orde en Veiligheid, als voor de andere sectoren, waaronder de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit, Kansspelautoriteit, Autoriteit Consument en Markt, Autoriteit Persoonsgegevens, Inspectie Gezondheidszorg, en Onderwijsinspectie."