De regering moet alle islamitische scholen direct sluiten en een verbod op deze scholen invoeren. Deze scholen verspreiden haat, antisemitisme en antidemocratische ideeën. Dit ondermijnt de Nederlandse vrijheden en normen.
Motie van de leden Raijer en Wilders over alle islamitische scholen per direct sluiten
De kamer,
constaterende dat het wetsvoorstel voorziet in voorafgaand toezicht op
particuliere scholen;
overwegende dat islamitische scholen broeinesten zijn van haat, sharia,
antisemitisme en antidemocratische indoctrinatie;
overwegende dat moet worden voorkomen dat kinderen worden
blootgesteld aan onderwijs dat onze vrijheden en normen ondermijnt;
verzoekt de regering om, in het kader van het voorafgaand toezicht, alle
islamitische scholen per direct te sluiten en een algeheel verbod op
islamitische scholen, publiek en privaat, in Nederland in te stellen.
Argumenten voor: De partij wil dat antisemitisme op scholen en onderwijsinstellingen wordt bestreden [3] en dat het onderwijs een veilige plek moet zijn voor Joodse studenten en medewerkers [2]. Daarnaast wil de partij organisaties verbieden die vanuit onvrije landen invloed uitoefenen in onder meer het informeel islamonderwijs [1].
Argumenten tegen: De partij stelt dat onderwijsvrijheid een fundamenteel recht is dat bescherming nodig heeft [4] en staat pal voor artikel 23 van de Grondwet, waardoor ouders vrij kunnen kiezen voor onderwijs dat past bij hun levensovertuiging [6]. Volgens de partij ligt de verantwoordelijkheid voor de vorming van kinderen bij de ouders en niet bij de overheid [4][7]. Bovendien benadrukt de partij dat de vrijheden van godsdienst en onderwijs niet mogen worden aangetast en dat deze gelden voor iedereen, juist ook voor minderheden [8]. Ten slotte is de partij van mening dat de overheid al kan ingrijpen wanneer de regels van de rechtsstaat worden overtreden [5].
Bronnen:
"De Parlementaire ondervragingscommissie ongewenste beïnvloeding uit onvrije landen (POCOB) heeft verontrustende conclusies gepresenteerd. Uit het onderzoek blijkt dat bepaalde islamitische landen met geldstromen invloed uitoefenen in onder meer moskeeën en informeel islamonderwijs. Om dit tegen te gaan leggen we geldstromen uit onvrije landen aan banden. We streven er naar organisaties die dergelijke invloed uitoefenen te verbieden. Vaak zijn deze organisaties in andere landen om deze reden al verboden. Landen die onvrijheid of terrorisme subsidiëren worden gesanctioneerd. Hierin telt de dreigingsappreciatie van de NCTV zwaar mee. De Nederlandse regering stuurt geen afvaardiging naar sportevenementen in dergelijke landen."
"Het onderwijs, van basisschool tot universiteit, moet een veilige plek zijn voor Joodse studenten en medewerkers. De taskforce in het onderwijs wordt ingezet om antisemitisme terug te dringen en te voorkomen dat steeds meer Joodse jongeren besluiten in het buitenland te studeren. De zwarte bladzijden in onze geschiedenis hoe we zijn omgegaan met Joodse medeburgers worden op elke school besproken. Iedere jongere moet een keer in zijn schooltijd het Nationaal Holocaustmuseum of één van de herdenkingscentra zoals kamp Amersfoort of Westerbork bezoeken."
"Het actieplan Bestrijding Antisemitisme wordt doorgezet en waar nodig uitgebreid. De extra financiering voor ondersteuning van het Joodse leven wordt voortgezet. Het aangenomen initiatiefwetsvoorstel van de ChristenUnie dat een antisemitisch oogmerk bij delicten strafbaar stelt, wordt goed gemonitord. Als blijkt dat de strafmaat verhoogd of opsporing geïntensiveerd moet worden, doen we dat. Het is vreselijk dat beveiliging voor Joodse instellingen noodzakelijk is. De overheid draagt hiervoor de beveiligingskosten. Antisemitisme op scholen en onderwijsinstellingen wordt bestreden. Lees hierover meer onder het kopje 'Antisemitismebestrijding in het onderwijs' in paragraaf 3.3. Voor politieagenten die weigeren Joodse instellingen te beschermen of zich antisemitisch (of anderszins racistisch) uitlaten, is geen plaats bij het korps."
"Het is niet de taak van de overheid om te bepalen hoe kinderen worden opgevoed. Die verantwoordelijkheid ligt bij de ouders. Zij kennen hun kinderen het best en dragen zorg voor hun ontwikkeling. De opvoeding is primair de plek voor het overdragen van diepere waarden en zingeving. Pedagogische relaties in het gezin en rondom het gezin moeten beschermd worden zodat ze deze taak kunnen volbrengen. Ouders en andere opvoeders hebben ruimte en vrijheid nodig om hun kinderen op te voeden volgens hun eigen normen, waarden en (geloofs)overtuiging. Juist ook in de keuze voor onderwijs. Onderwijsvrijheid is een fundamenteel recht dat bescherming nodig heeft."
"Overheidstoezicht hoort niet thuis in het informeel onderwijs, gegeven door bijvoorbeeld (sport) verenigingen en kerkgenootschappen. De overheid kan nu al ingrijpen wanneer de regels van de rechtsstaat overtreden worden. Overheidstoezicht op al het informeel onderwijs schiet zijn doel voorbij en staat niet in verhouding tot de mogelijke risico's."
"Ouders kunnen vrij kiezen voor onderwijs dat past bij hun levensovertuiging of onderwijskundige visie. De ChristenUnie staat daarom pal voor artikel 23 uit de Grondwet. Scholen behouden hun vrijheid in inrichting (dus niet nog meer wettelijke deugdelijkheidseisen), personeelsbeleid en financiering via lumpsum, met extra middelen voor identiteit en kleine scholen. Levensbeschouwelijk onderwijs in het openbaar onderwijs wordt gewaarborgd en leerlingenvervoer beschermd."
"Onderwijs is meer dan het overdragen van kennis. Het vormt kinderen en jongeren tot wie ze zijn, hoe ze in het leven staan en hoe ze bijdragen aan de maatschappij. De verantwoordelijkheid voor die vorming ligt in de eerste plaats bij de ouders. Ouders hebben het recht hun kinderen qua normen, waarden en (geloofs)overtuiging op te voeden zoals zij dat willen. Dat recht werkt door in het onderwijs. Het grondwettelijke recht op onderwijsvrijheid maakt het mogelijk dat verschillende levensbeschouwelijke en pedagogische visies naast elkaar bestaan en versterkt de diversiteit en keuzevrijheid in het onderwijs. Het biedt een sterke garantie voor vormend onderwijs en betrokkenheid van ouders."
"De vrijheid van godsdienst, vereniging, onderwijs en meningsuiting zijn belangrijke pijlers van de manier waarop we samenleven. Die mogen niet worden aangetast. Deze vrijheden gelden voor iedereen, juist ook voor minderheden. De gedachte dat vrijheid alleen geldt als je dingen doet of zegt die passen bij de opvatting van de meerderheid is een bedreiging van deze grondrechten."