Invloed op uitspraken van het Europees Hof

Het kabinet moet vaker bijdragen aan rechtszaken bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EVRM), ook als Nederland niet direct bij de zaak betrokken is. Zo kunnen de gevolgen voor het migratiebeleid duidelijk worden gemaakt. Uitspraken van het Hof moeten rekening houden met de belangen van landen.

Motie van het lid Boomsma over de mogelijkheid in de conceptverklaring steunen dat lidstaten die zelf geen partij zijn in een zaak doorverwijzing naar de Grand Chamber kunnen steunen

De kamer, overwegende dat het concept voor de politieke verklaring over de werking van het EVRM voor de bijeenkomst van de Raad van Europa de nadrukkelijke uitnodiging bevat voor third party interventions door staten die zelf geen partij zijn bij een zaak; overwegende dat het cruciaal is dat bij uitspraken rekening wordt gehouden met de legitieme belangen van staten, met name ook inzake migratie; verzoekt het kabinet: – de mogelijkheid in de conceptverklaring te steunen dat lidstaten die zelf geen partij zijn in een zaak, doorverwijzing naar de Grand Chamber kunnen steunen; – meer gebruik te maken van de mogelijkheid van third party interventions om de mogelijke gevolgen van uitspraken onder de aandacht te brengen, met name waar die gevolgen hebben voor migratiebeleid.
13 mei | JA21 | Aangenomen: 93–56 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma JA21

Stemverwachting: voor (erg zeker, 90%)

Argumenten voor: De partij vindt dat het EVRM verouderd is en dat 'opgerekte interpretaties' van dit verdrag de ruimte voor een effectief asielbeleid beperken en het recht van Nederland om te bepalen wie op het grondgebied mag verblijven inperken [3]. Daarnaast is de partij bezorgd over de balans tussen de rechterlijke macht en de politiek, waarbij rechters door ruime interpretaties van internationale verdragen uitspraken doen over democratisch vastgesteld beleid [4]. De partij wil het EVRM daarom moderniseren zodat het beter aansluit bij het belang van Nederland [2]. De motie, die streeft naar meer invloed van staten op uitspraken van het EVRM (met name over migratie), sluit direct aan bij deze wens om de nationale belangen en het migratiebeleid beter te beschermen tegen ongewenste rechterlijke interpretaties [1][2].

Argumenten tegen:

Bronnen:

  1. "De bevolkingsgroei in Nederland komt vandaag de dag volledig voor rekening van migratie. In tien jaar tijd kwa -men er zo'n drie miljoen migranten bij, met grote druk op de woningmarkt en sociale voorzieningen als gevolg. Uit onderzoek in opdracht van JA21 door Dr. Jan van de Beek blijkt dat alleen al het asielbeleid een jaarlijkse kosten -post van €24 miljard met zich meebrengt. Dit is voor onze samenleving simpelweg niet te dragen. Hiernaast zijn er inmiddels zo'n miljoen arbeidsmigranten in Nederland. Voor gereguleerde arbeidsmigratie moet ruimte blijven, net als voor hoogopgeleide kennismigratie, maar de hui -dige aantallen leiden tot grote problemen in veel van onze steden. Kortom: JA21 gaat het Nederlandse migratiebe -leid volledig herzien en migratiestromen inperken en reguleren. Alles met de draagkracht van onze samenleving en het Nederlandse belang als leidraad."
  2. "JA21 gaat deze verdragen moderniseren. Hiertoe moet Nederland in 2027 een internationale top organiseren tijdens het Nederlandse voorzitterschap van het Comité van Ministers van de Raad van Europa. Tijdens deze top moeten uitgewerkte moderniseringsplannen voor het EVRM worden aangedragen. Dankzij de motie-Eerdmans heeft de Tweede Kamer in meerderheid de brief van negen Europese landen over EVRM-hervorming gesteund. JA21 wil dat Nederland samen met deze landen het voortouw neemt om verder internationaal draagvlak te vergaren. Op deze manier kan het EVRM worden gemoderniseerd en aansluiten bij het belang van Nederland."
  3. "De ruimte voor effectief asielbeleid wordt beperkt door verouderde internationale verdragen. De meest toonaangevende zijn het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) uit 1950 en het VN Vluchtelingenverdrag uit 1951. Deze verdragen stammen uit een tijd waarin het fenomeen migratie een compleet ander, minder gegloba -liseerd karakter had. Het EVRM en het daarmee verbonden Europees Hof voor de Rechten van de Mens waren opgericht om mensenrechten te garanderen in naoorlogs Europa. Intussen beperken opgerekte interpretaties van het EVRM het recht van Nederland om te bepalen wie op ons grondgebied mag verblijven en is het VN Vluchtelingenverdrag wereldwijd en voor onbepaalde tijd van kracht verklaard op het asielrecht."
  4. "De afgelopen jaren is er discussie ontstaan over de balans tussen de rechterlijke macht en de politiek. De Urgendazaak over de uitvoering van klimaatbeleid en de zaak van verschillende gesubsidieerde NGO's tegen de levering van Nederlandse F35-onderdelen aan Israël zijn bekende voorbeelden hiervan. Gesubsidieerde actiegroepen span -nen rechtszaken aan in naam van het 'algemeen belang', waarna rechters door ruime interpretaties van internationale verdragen genoodzaakt zijn zich uit te spreken over democratisch vastgesteld beleid. Naast dat"