De regering moet een plan maken om meer boa's (buitengewone opsporingsambtenaren) op te leiden. Veel gemeenten hebben te weinig handhavers, waardoor de veiligheid en leefbaarheid in wijken in gevaar komen. Dit komt mede door een tekort aan plekken op mbo-opleidingen.
Motie van het lid El Abassi over een plan van aanpak voor het vergroten van de instroom en opleidingscapaciteit van boa's
De kamer,
constaterende dat veel gemeenten kampen met grote tekorten aan boa’s,
waardoor handhavingstaken blijven liggen;
constaterende dat de instroom van nieuwe boa’s mede wordt beperkt
door een tekort aan opleidingsplekken binnen mbo-opleidingen;
overwegende dat boa’s essentieel zijn voor de leefbaarheid en veiligheid
in buurten en wijken;
verzoekt de regering in gesprek te gaan met mbo-instellingen, gemeenten
en vakorganisaties om te komen tot een plan van aanpak voor het
vergroten van de instroom en opleidingscapaciteit van boa’s.
Argumenten voor: De partij wil dat er meer handhaving en zichtbare politie in de buurt is om de veiligheid en het veiligheidsgevoel te vergroten [2]. Daarnaast is leefbaarheid voor de partij een prioriteit; iedereen verdient een veilige en schone omgeving [4]. Om dit te bereiken, zet de partij in op het stimuleren van het mbo en het versterken van de samenwerking tussen mbo-instellingen en werkgevers om vakmensen op te leiden [1]. Bovendien vindt de partij dat de Rijksoverheid gemeenten voldoende ondersteuning en middelen moet geven om hun werk goed te kunnen doen [3].
Argumenten tegen:
Bronnen:
"Of het nu in de zorg, techniek of bouw is: onze samenleving en arbeidsmarkt kan niet zonder vakmensen. We zetten in op positieve beeldvorming en stimuleren jongeren om vol vertrouwen te kiezen voor het vmbo en het mbo. Er komt gericht beleid voor meer praktisch gericht onderwijs, bijvoorbeeld de techniekhavo. Het mbo moet toegankelijk zijn voor instromers zonder startkwalificatie na beoordeling door de opleiding. De samenwerking tussen mboinstellingen en werkgevers wordt versterkt, zodat elke jongere verzekerd is van een kwalitatief goede stageplaats, inclusief stagevergoeding."
"Veel vrouwen durven 's avonds niet alleen over straat te lopen of bereiden zich voor om alleen op weg te gaan door het delen van hun live locatie met een naaste. Dit is niet oké. Iedereen, jong of oud, man of vrouw, moet veilig over straat kunnen zonder angst om lastig gevallen te worden. We onderzoeken of intimiderend groepsgedrag strafbaar gesteld kan worden. De ChristenUnie wil dat gemeenten actief optreden tegen structurele overlast. We investeren in goede straatverlichting, meer handhaving en zichtbare politie in de buurt. Van meer blauw op straat gaat een preventieve werking uit én het vergroot het veiligheidsgevoel. Daarnaast maken we ruimte voor straatcoaches, jongerenwerk en preventieve programma's die gericht zijn op gedragsverandering en respectvol samenleven."
"De Rijksoverheid moet recht doen aan gemeenten als eerste overheid. Van alle overheden krijgen burgers vaak het meest te maken met de eigen gemeente, van de wieg tot het graf. Het Rijk geeft gemeenten daarom ruimte, vertrouwen en voldoende geld om hun werk te kunnen doen. De Rijksoverheid stopt met het overhevelen van taken aan gemeenten zonder toereikend budget en herstelt waar dit de afgelopen jaren is misgegaan: geen taken zonder knaken. Gemeenten worden beter gefinancierd zodat ze ruimte hebben voor eigen beleid."
"Voor de ChristenUnie is leefbaarheid geen bijzaak, maar een kwestie van goed bestuur. Ieder mens, of je nu in de stad woont of in een krimpregio, verdient een veilige, schone en mooie omgeving om te wonen, werken en op te groeien. Toch staat die leefbaarheid in veel dorpen en wijken onder druk door het verdwijnen van voorzieningen, zoals bushaltes, bibliotheken en winkels. Verschillen in gezondheid, veiligheid en toekomstkansen nemen hierdoor toe. Dat accepteren we niet. Daarom zetten we het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid (NPLV) voort. We zien dat dit programma effect heeft in wijken als Amsterdam Zuid-Oost, Delft-West en Dordrecht-West. We breiden dit programma uit naar regio's die nu nog buiten de boot vallen, zoals Zeeuws-Vlaanderen, de Veenkoloniën, Twente en zogenaamde New Towns (voormalige groeikernen zoals Zoetermeer). We zetten in op een integrale versterking van de leefbaarheid door verouderde wijken te vernieuwen, sociale samenhang te bevorderen en kansen voor jongeren te vergroten. We bundelen het geld in één krachtig en meerjarig budget, zodat gemeenten gericht en langdurig kunnen investeren. We leren van de ervaringen van de New Towns en passen die toe bij nieuw te bouwen wijken."