Snelere besluiten voor Europees buitenlandbeleid

De regering moet het vetorecht in het Europese buitenlandbeleid afschaffen. Nu kan één land een besluit tegenhouden, waardoor Europa te traag reageert. Door te kiezen voor een gekwalificeerde meerderheid — waarbij een grote groep landen samen beslist — kan de Europese Unie sneller en effectiever reageren op wereldwijde dreigingen.

Motie van de leden Klos en Van der Lee over de Group of Friends on Qualified Majority Voting nieuw leven inblazen

De kamer, constaterende dat Nederland in 2023 mede-initiatiefnemer was van de zogeheten Group of Friends on Qualified Majority Voting, bestaande uit Nederland, Duitsland, Frankrijk, Italië, Spanje, Finland, België, Slovenië en Luxemburg, met als doel het bevorderen van de besluitvorming met gekwalificeerde meerderheid binnen het Europese buitenlandbeleid; overwegende dat de geopolitieke ontwikkelingen en de veiligheidsuitdagingen in Europa en de wereld het belang van een slagvaardig eensgezind Europees buitenlandbeleid verder hebben vergroot; overwegende dat het vetorecht binnen het Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid de effectiviteit en snelheid van Europees optreden kan beperken; verzoekt de regering zich actief in te zetten voor het nieuw leven inblazen van de Group of Friends, te streven naar uitbreiding van deze groep met andere lidstaten, en gezamenlijk te werken aan een strategie voor de afschaffing van veto’s binnen het gemeenschappelijk Europees buitenlands beleid, en de Kamer voorafgaand aan de Europese Raad van het najaar van 2026 daarover te informeren.
20 mei | D66, GL-PvdA | Aangenomen: 92–58 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (erg zeker, 100%)

Argumenten voor: De partij stelt dat geopolitieke ontwikkelingen vereisen dat de Europese Unie daadkrachtig optreedt en dat het vetorecht van een enkele lidstaat op het gebied van het Europees buitenlands beleid deze daadkracht juist verzwakt [1]. Daarom is de partij expliciet voorstander van het invoeren van besluitvorming met een gekwalificeerde meerderheid voor het Europese buitenlandbeleid [1]. Daarnaast vindt de partij dat strategische autonomie op Europees niveau cruciaal is in een tijd van geopolitiek schuivende panelen [2] en dat Europa in een instabiele wereld meer op eigen benen moet staan om de veiligheid en democratische rechtsorde te beschermen [5].

Argumenten tegen: De partij hecht aan het uitgangspunt van subsidiariteit, waarbij besluiten op het laagst mogelijke niveau worden genomen [4]. Zij vindt dat er, zelfs wanneer Europese besluitvorming noodzakelijk is, essentiële ruimte moet blijven voor eigenheid en verschillen tussen lidstaten [4]. Bovendien stelt de partij dat voor de inzet van Nederlandse troepen altijd expliciete Nederlandse instemming vereist blijft [3].

Bronnen:

  1. "Geopolitieke ontwikkelingen dichtbij en ver weg eisen een Unie die daadkrachtig optreedt. Het vetorecht van een enkele lidstaat op Europees buitenlands beleid verzwakt die daadkracht. Daarom is de ChristenUnie voorstander van het invoeren van besluitvorming met een gekwalificeerde meerderheid voor het Europese buitenlandbeleid."
  2. "Voor grote grensoverschrijdende uitdagingen is Europese samenwerking noodzakelijk: (arbeids)migratiebeleid, klimaatverandering, belastingontwijking en een eerlijke (digitale) economie. In deze tijd met geopolitiek schuivende panelen is strategische autonomie op Europees niveau cruciaal. We willen dat Nederland (en Europa) minder afhankelijk wordt van anderen waar het gaat om essentiële producten zoals grondstoffen, basisproducten, digitale diensten (incl. onafhankelijkheid van Amerikaanse techreuzen), voedsel en energie. Het Europees Parlement vergadert voortaan alleen nog in Brussel. Reizen tussen Brussel en Straatsburg is kostbaar en inefficiënt."
  3. "Europese Unie kan efficiënter gebruik worden gemaakt van nationale defensiebudgetten door gemeenschappelijke ontwikkel- en inkoopprogramma's. We willen de EUcommandostructuur uitbreiden om daadkrachtig Europees optreden en een snelle operationele inzet mogelijk te maken. Voor de inzet van Nederlandse troepen blijft altijd expliciete Nederlandse instemming vereist."
  4. "Europese samenwerking begint met duidelijkheid over bevoegdheden. Het moet helder zijn waar lidstaten zelf verantwoordelijk voor zijn en waar de Europese Unie wel of niet over gaat. Voor de ChristenUnie is subsidiariteit het uitgangspunt: besluiten worden genomen op het laagst mogelijke niveau, zo dicht mogelijk bij mensen. Wij verzetten ons tegen Europese bemoeizucht op terreinen waar de EU geen mandaat heeft, zoals gezondheidszorg, medische ethiek, onderwijs of woningbouw. Zelfs wanneer Europese besluitvorming wenselijk of noodzakelijk is, blijft ruimte voor eigenheid en verschillen tussen lidstaten en regio's essentieel. Bij wijzigingen in de EU-verdragen besluit de Tweede Kamer met tweederdemeerderheid."
  5. "Vrijheid en democratie zijn niet vanzelfsprekend. Er is een oorlog gaande in Europa. Toenemende geopolitieke spanningen zorgen voor onzekerheid en een schemergebied tussen oorlog en vrede. In een instabiele wereld moeten Europa en Nederland meer op eigen benen staan om onze veiligheid en democratische rechtsorde te beschermen en weerbaarder te worden. De rechtsstaat en ons vrije democratische bestel staan niet alleen onder druk van (sabotage door) andere landen, maar ook door terroristische dreiging van het jihadisme, criminele ondermijning of extremistische netwerken die onze rechtsorde bedreigen."