Stop PFAS-lozingen in de Rijn door Duitsland

De regering moet Duitsland en de Europese Unie dwingen om de lozing van PFAS in de Rijn te stoppen. PFAS zijn schadelijke chemische stoffen die niet uit de natuur verdwijnen. Ruim 5 miljoen Nederlanders drinken water uit de Rijn. Deze stoffen zijn gevaarlijk voor de gezondheid en maken drinkwater duurder. Daarnaast moet Duitsland meebetalen aan de extra zuiveringskosten.

Motie van het lid Chris Jansen over bij de Duitse federale overheid en in EU-verband aandringen op het stapsgewijs verminderen van de lozing van pfas

De kamer, constaterende dat de Duitse regionale overheid vooralsnog niet gaat optreden tegen pfas-lozingen in de Rijn bij Leverkusen, waarbij piekbelastingen tot 1,8 kilogram per dag zijn gemeten; overwegende dat ruim 5 miljoen Nederlandse burgers voor hun drinkwater afhankelijk zijn van de Rijn en dat deze lozingen leiden tot grote gezondheidsrisico’s en fors hogere zuiveringskosten voor de Nederlandse consument; van mening dat de Nederlandse soevereiniteit over de eigen volksgezondheid en waterkwaliteit essentieel is; verzoekt de regering om bij de Duitse federale overheid en in EU-verband aan te dringen op het stapsgewijs verminderen van de lozing van pfas met als uiteindelijk doel 0 kilogram, en met Duitsland het gesprek aan te gaan over de extra kosten van zuivering voor Nederland.
21 mei | PVV | Aangenomen: 125–25 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (erg zeker, 100%)

Argumenten voor: De partij beschouwt PFAS-vervuiling als een ongekend probleem met enorme gezondheidsrisico's [1] en vindt dat de overheid de sociale grondrechten op het gebied van volksgezondheid en leefmilieu moet garanderen, specifiek bij de uitstoot van stoffen zoals PFAS [4]. De partij wil het probleem bij de bron aanpakken en streeft naar een Europees verbod op PFAS [1]. Daarnaast is de partij van mening dat aanstichters van milieuvervuiling verantwoordelijk gehouden moeten worden voor de kosten van reiniging [3]. Er is bovendien bereidheid tot internationale samenwerking om PFAS aan te pakken, zoals blijkt uit de aanpak van PFAS-vervuiling in de Westerschelde samen met België [5]. Tot slot wil de partij de chemische kwaliteit van het water verbeteren om te voldoen aan de Europese kaderrichtlijn water [2].

Argumenten tegen: Er is geen informatie in het verkiezingsprogramma die redenen geeft om tegen deze motie te stemmen.

Bronnen:

  1. "PFAS-vervuiling is een ongekend probleem. De gezondheidsrisico's zijn enorm, terwijl deze stoffen al overal in onze leefomgeving en zelfs in ons lichaam zitten. We pakken het probleem bij de bron aan en zorgen voor een Europees verbod op PFAS. Zodra er van een product een PFAS-vrij alternatief is, verbieden we het PFAS-houdende product."
  2. "In 2027 moeten we voldoen aan de Europese kaderrichtlijn water (KRW). Op dit moment voldoet Nederland er nog niet aan. Dat heeft niet alleen consequenties voor de chemische en ecologische kwaliteit van het water en wat daarin leeft, maar ook voor de vergunningverlening. Er komt een snelle en geïntegreerde aanpak om de KRWdoelen te halen. Dit werkt door in het beleid voor mest, gewasbescherming en geneesmiddelen en de inrichting van de waterlopen. De KRW-doelen en bijbehorende normen worden expliciet en bindend opgenomen in wet- en regelgeving en in besluitvorming op alle relevante beleidsterreinen."
  3. "Aanstichters van milieuvervuiling, zoals Chemours en TATA Steel, worden aangesproken op en verantwoordelijk gehouden voor de gevolgen van de vervuiling: kosten voor reiniging en eventuele gezondheidseffecten worden op hen verhaald. Bij nieuwe stoffen wordt het voorzorgsprincipe strikt gehanteerd. Er wordt een inventarisatie uitgevoerd naar stoffen waarvan onbekend is of ze schadelijk zijn voor mens en natuur. Daarmee voorkomen we situaties zoals bij PFAS, waarbij na decennia de gevolgen bijna niet meer te overzien zijn. Bermen en struiken liggen vol met plastic verpakkingsmateriaal. Al dit plastic afval draagt bij aan de wereldwijde plasticsoep. Er wordt daarom toegewerkt naar een verbod op het gebruik van niet-afbreekbaar plastic ten behoeve van eenmalige verpakkingen."
  4. "De laatste jaren zijn er te veel incidenten met bedrijven geweest waarbij uitstoot van stoffen werd geconstateerd die schadelijk zijn voor het milieu, zoals PFAS, (ultra)fijnstof of staalslakken. De overheid moet de sociale grondrechten op het gebied van leefmilieu en volksgezondheid garanderen door zelf normen te stellen en deze te handhaven. Omgevingsdiensten en de GGD zijn onvoldoende in staat gebleken snel en adequaat te handelen. Zij moeten beter toegerust worden om schadelijke uitstoot te voorkomen, handhavend op te treden en vergunningen in te kunnen trekken. Bedrijven houden zich helaas niet vanzelf aan de regels, we gaan minder uit van zelfregulering. Leefomgeving en ruimte gaan hand in hand. Daarom voegen we milieu weer toe aan het ministerie van VRO en herstellen we het succesvolle model van het voormalige ministerie van VROM."
  5. "Zeeland staat voor specifieke uitdagingen, op het gebied van leefbaarheid, infrastructuur, waterveiligheid en -kwaliteit en de energietransitie. We verbeteren daarom de bereikbaarheid en renoveren de Zeelandbrug. We pakken samen met België de PFAS-vervuiling in de Westerschelde aan. We houden bij de bouw van kerncentrales in Zeeland rekening met de 'Zeeuwse voorwaarden.'"