Geld voor stroomslimme nieuwbouw

De regering moet een structurele regeling maken om netbewuste nieuwbouw te financieren. Dit zijn huizen met slimme sturing en energieopslag om het stroomnet te ontlasten. Nu maken deze extra kosten woningen te duur. Toch is het goed voor iedereen omdat het stroomnet minder zwaar belast wordt en er sneller huizen gebouwd kunnen worden.

Motie van het lid Vermeer over een structurele financierings- of stimuleringsregeling voor netbewuste nieuwbouw

De kamer, overwegende dat netbewuste nieuwbouw vraagt om extra investeringen in flexibiliteit, zoals opslag, slimme sturing en collectieve systemen; constaterende dat deze extra investeringen maatschappelijke baten opleveren, maar niet altijd terug te verdienen zijn op projectniveau en deze meerkosten zich moeilijk verhouden tot de politieke wens om meer betaalbaar te bouwen; verzoekt de regering om te komen tot een structurele financierings- of stimuleringsregeling voor netbewuste nieuwbouw; verzoekt de regering hierbij te borgen dat meerkosten voor flexibiliteit niet volledig bij ontwikkelaars of bewoners terechtkomen, maar mede worden gedragen vanuit de maatschappelijke systeembaten, zoals efficiënter netgebruik, beperking van netverzwaring en versnelling van woningbouw.
27 mei | BBB | Verworpen |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (erg zeker, 90%)

Argumenten voor: De partij wil sterk inzetten op netbewuste verduurzaming en de flexibilisering van de elektriciteitsvraag [1]. Er is expliciet de wens om projecten te ondersteunen die netverzwaring kunnen voorkomen, zoals slimme gebouwsturing en energieopslag [1]. Daarnaast erkent de partij dat de netcongestie een groot obstakel is voor de woningbouw [2] en dat actieve interventie van de overheid nodig is om het duurzame vermogen te waarborgen [5]. De motie sluit aan bij de wens om de woonlasten te verlagen [3] en bij de ambitie om woningbouw te faciliteren [4], door te zoeken naar financiering die voorkomt dat de meerkosten volledig bij de bewoners terechtkomen.

Argumenten tegen:

Bronnen:

  1. "De overheid zet in op flexibilisering van de elektriciteitsvraag, netbewuste verduurzaming, aanjagen van de warmtetransitie en regie voeren op energieopslag. Projecten die de energietransitie bevorderen en het elektriciteitsnet ontlasten, zoals waterstofproductie en batterijen, krijgen een lager nettarief. Voor thuisbatterijen komt een helder kader voor brandveiligheid, garanties en levensduur, normering voor het gebruik van zeldzame materialen en verplichte mogelijkheid voor de netbeheerder om aan- en af te schakelen. De netbeheerder mag zelf energieopslag inzetten en krijgt ruimte om in deze projecten financieel te participeren. Ook ondersteunt de overheid projecten die netverzwaring kunnen voorkomen, zoals het valmeerproject Delta21, slimme gebouwsturing en slimme waterboilers. Energiebedrijven krijgen ruimte om energie op wisselende piek- en daltarieven aan te bieden, maar wel per seizoen met hetzelfde patroon. Verslimmen van het net gebeurt door monitoring, aansturen van de netten, flexibiliteit in aansluitingen en gebruik, en het verplicht teruggeven van netcapaciteit die niet gebruikt wordt."
  2. "Het volle stroomnet vormt een groot obstakel voor woningbouw, maatschappelijke voorzieningen en verdere verduurzaming. De elektriciteitsvraag en congestie in het stroomnet stijgen naar verwachting nog verder. We kunnen het ons niet veroorloven om dit machteloos over ons heen te laten komen. Overheden, netbeheerders, bouwers en het bedrijfsleven trekken samen op om de netcongestie aan te pakken. Het netwerk en werk van netbeheer wordt verstevigd, slim gemaakt en omgebouwd voor het toekomstige meer decentrale systeem. We weten dat het een opgave van decennia is en daarom moeten we nu aan de slag."
  3. "Bouwen in risicovolle gebieden wordt vermeden, bijvoorbeeld bij een kwetsbare bodem, overstromingsgevaar of ongezond leefklimaat. Rijk en gemeenten kijken minimaal 50 jaar vooruit in de keuzes waar wel en niet wordt gebouwd. Er wordt rekening gehouden met zaken zoals lokaal klimaat, voldoende schaduw door bomen, tegengaan van verstening en stedelijke oververhitting. Inpassen van verkoelende maatregelen wordt de standaard werkwijze. We willen dat nieuwbouwwoningen niet alleen energiezuinig zijn, maar ook duurzaam gebouwd worden. Daarom werken we mee aan een nieuwe Europese rekenmethode die kijkt naar de totale impact van een woning: van de CO2 uitstoot van de gebruikte bouwmaterialen tot het energieverbruik en de energieopwekking per uur. Wie kiest voor herbruikbare (circulaire) of biobased materialen, zoals duurzaam hout of hennep, wordt daarvoor beloond. Zo stimuleren we innovatief bouwen: klimaatbestendig, natuurinclusief en kostenefficiënt. We werken samen met de bouwsector en kennisinstellingen om dit verder te ontwikkelen. Zo verlagen we de woonlasten én versterken we de positie van Nederland als koploper in duurzame bouw."
  4. "Een andere prioritering en zekerheidsklassen is nodig: ziekenhuizen krijgen gegarandeerd vermogen, gevolgd door woningen, industrie, utiliteit en tot slot laadvoorzieningen. Er wordt capaciteit gereserveerd in het net voor nieuw te bouwen zorginstellingen, kritische infrastructuur en woningbouw, zodat investeringen vooraf meer zekerheid krijgen. Warmtepompen, laadpalen en batterijen krijgen een verplichte schakelmogelijkheid waardoor de netbeheerder lokaal, regionaal en landelijk stuurmogelijkheden krijgt. Inzet van het hoogspanningsnetwerk voor transport van en voor het buitenland wordt ondergeschikt gemaakt aan binnenlandse transportbehoefte."
  5. "In het toekomstig energiesysteem is het van belang dat de vraag zoveel mogelijk meebeweegt met het aanbod, maar hier zitten in de praktijk grenzen aan. Batterij-opslag is noodzakelijk voor het moment dat de wind niet waait en de zon niet schijnt. Ook moeten gascentrales die nu voor flexibiliteit zorgen in het aanbod, worden omgebouwd naar CO2-vrije centrales op waterstof of een andere regelbare brandstof. Dit vraagt om actieve interventie van de overheid om duurzaam vermogen te waarborgen. Bijvoorbeeld in de vorm van het opzetten van een capaciteitsmarkt."