Geen nieuwe productnormen zonder impactanalyse

De regering moet in de Raad Concurrentievermogen geen steun geven aan nieuwe of strengere productnormen. Dit mag pas als de gevolgen voor de kosten en regeldruk per sector duidelijk zijn. Nieuwe regels schaden nu de concurrentiepositie van Nederlandse bedrijven en kunnen productie naar buiten Europa verdrijven.

Motie van het lid Schenk over geen steun uitspreken voor nieuwe of aangescherpte productnormen zolang niet per sector inzichtelijk is gemaakt wat de gevolgen zijn

De kamer, constaterende dat het kabinet binnen de Industrial Accelerator Act inzet op gradueel toenemende productnormen per strategische sector; constaterende dat het kabinet tegelijkertijd erkent dat de definitie van «koolstofarm» nog onvoldoende duidelijk is; overwegende dat nieuwe productnormen kunnen leiden tot extra regeldruk, hogere productiekosten en verdere verslechtering van de concurrentiepositie van Nederlandse bedrijven; verzoekt de regering in de Raad Concurrentievermogen geen steun uit te spreken voor nieuwe of aangescherpte productnormen zolang niet per sector inzichtelijk is gemaakt wat de gevolgen zijn voor regeldruk, productiekosten, concurrentiepositie en risico op verplaatsing van productie buiten Europa.
27 mei | FVD | Verworpen: 49–101 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma GL-PvdA

Stemverwachting: tegen (vrij zeker, 85%)

Argumenten voor: De partij spreekt over het realiseren van een "rechtvaardige transitie" [3] en wil dat grote vervuilers die internationaal niet concurrerend zijn, "stapsgewijs" worden afgebouwd [3]. Dit zou een argument kunnen zijn om eerst de impact van nieuwe normen op de concurrentiepositie goed in kaart te brengen.

Argumenten tegen: De partij wil expliciet gebruikmaken van "stevige normering", waaronder bindende besparingsdoelen per sector [1]. Daarnaast wil de partij de Europese markt beschermen tegen producten die niet aan de Europese normen voldoen [2] en streeft zij naar een wereldleiderschap in de schone economie door middel van groene industriepolitiek [4]. De partij is bereid om bedrijven die niet aan de afspraken voldoen aan te pakken met de "stok" [1].

Bronnen:

  1. "Naast de wortel ook de stok. We helpen bedrijven die willen verduurzamen financieel, maar onder strenge voorwaarden. Zoals een geloofwaardig pad naar klimaatneutraliteit. We blijven niet eindeloos in gesprek met partijen die niet in de meewerkstand staan. Er komt een deadline voor het opstellen van een klimaatplan en als bedrijven zich niet houden aan afspraken wordt terugbetaling geëist. Naast financiële prikkels komt er ook stevige normering, bijvoorbeeld een uitbreiding van de energiebesparingsplicht en bindende besparingsdoelen per sector."
  2. "Een duurzaam, krachtig en innovatief Europa. Europa heeft kans om koploper te worden in een schone wereldeconomie. Dat kan met een krachtigere interne markt gecombineerd met slim industriebeleid, dat ons autonomer, productiever en duurzamer maakt. We kiezen voor kwaliteit en beschermen onze markt tegen producten die onder onze normen duiken. We maken financiering van startups eenvoudiger. Daarnaast pleiten we in de EU voor uitbreiding van CBAM, de Europese CO₂-grensheffing. Daarmee wordt de CO₂-uitstoot die gepaard gaat met de productie van geïmporteerde goederen eerlijk beprijsd en lokale alternatieven aantrekkelijker."
  3. "Europese industriepolitiek gebaseerd op maatschappelijke behoefte. Een Europese industriepolitiek betekent niet alleen dat Europa minder afhankelijk moet zijn van autoritaire regimes. Het betekent ook dat we de vraag stellen: welke industrieën zijn maatschappelijk écht noodzakelijk en hoe kunnen we deze zo snel mogelijk verduurzamen? Wij willen dat de EU een inventarisatie maakt van welke producten en processen essentieel zijn voor de samenleving zoals de productie van staal voor windmolens, treinen of essentiële chemische stoffen. Deze inventarisatie moet democratisch tot stand komen, met inbreng van vakbonden, milieuorganisaties, wetenschappers en lokale gemeenschappen, in plaats van door industriële lobby's en kapitaaleigenaren. De Europese Unie stuurt de verduurzaming van deze industrie via openbare aanbestedingen op lange termijn. Bedrijven en landen die het duurzaamst en meest efficiënt produceren krijgen voorrang. Grote vervuilers die internationaal niet concurrerend blijken, worden stapsgewijs afgebouwd, met een rechtvaardige transitie en nieuwe kansen voor werknemers. Zo bouwen we aan een Europese industriepolitiek die de klimaatcrisis aanpakt en de belangen van mensen en milieu boven winst stelt."
  4. "Keuzes maken met groene industriepolitiek. Wij kiezen voor bedrijven die toekomst hebben in Nederland. Ruimte, personeel, energie, netcapaciteit en grondstoffen zijn namelijk schaars en de wereld verandert snel. Daarom helpen we bedrijven die passen in de schone en eerlijke economie van de toekomst, samen met Europese bondgenoten. Voor grootvervuilers die niet tijdig verduurzamen is geen plek in ons land. Zo maken we Nederland en de EU wereldleider in schone economie. We maken duidelijke afspraken met de industrie over hun toekomst. In de groene industriepolitiek mag een transitieplan voor de Rotterdamse haven dat in lijn is met de klimaatdoelen van Parijs niet ontbreken. Hierin moeten ook indirecte ketenemissies worden meegenomen."