De regering moet in de Raad Concurrentievermogen geen steun geven aan nieuwe of strengere productnormen. Dit mag pas als de gevolgen voor de kosten en regeldruk per sector duidelijk zijn. Nieuwe regels schaden nu de concurrentiepositie van Nederlandse bedrijven en kunnen productie naar buiten Europa verdrijven.
Motie van het lid Schenk over geen steun uitspreken voor nieuwe of aangescherpte productnormen zolang niet per sector inzichtelijk is gemaakt wat de gevolgen zijn
De kamer,
constaterende dat het kabinet binnen de Industrial Accelerator Act inzet
op gradueel toenemende productnormen per strategische sector;
constaterende dat het kabinet tegelijkertijd erkent dat de definitie van
«koolstofarm» nog onvoldoende duidelijk is;
overwegende dat nieuwe productnormen kunnen leiden tot extra
regeldruk, hogere productiekosten en verdere verslechtering van de
concurrentiepositie van Nederlandse bedrijven;
verzoekt de regering in de Raad Concurrentievermogen geen steun uit te
spreken voor nieuwe of aangescherpte productnormen zolang niet per
sector inzichtelijk is gemaakt wat de gevolgen zijn voor regeldruk,
productiekosten, concurrentiepositie en risico op verplaatsing van
productie buiten Europa.
Argumenten voor: De partij wil overmatige regeldruk tegengaan door regels begrijpelijk te maken [1]. Daarnaast wordt erkend dat bepaalde sectoren, zoals de energie-intensieve basisindustrie, beter geplaatst kunnen zijn in landen waar meer ruimte en goedkope groene energie beschikbaar is [5].
Argumenten tegen: De partij pleit voor het invoeren van strenge en ambitieuze normen op het gebied van milieu, dierenwelzijn en mensenrechten [8462, 9330, 9367, 9368]. Dit omvat strengere eisen voor het ontwerp van nieuwe producten [2], uitgebreidere etikettering van consumentengoederen [3] en ambitieuze CO2-grenswaarden voor de gebouwde omgeving [4]. Om de concurrentiepositie te beschermen en verplaatsing van productie tegen te gaan, wil de partij dat importproducten aan dezelfde eisen voldoen of dat er heffingen aan de grens worden ingevoerd [9354, 8031].
Bronnen:
"We kiezen voor strenge normen voor milieu, dierenwelzijn en mensenrechten, maar vatten die in begrijpelijke regels zonder ingewikkelde uitzonderingen. Zo weten ondernemers waar ze aan toe zijn en gaan we overmatige regeldruk tegen."
"Er komen strengere eisen voor het ontwerp van nieuwe producten. Producten moeten gemaakt worden van zo min mogelijk materialen en de materialen moeten bewezen veilig zijn om te worden hergebruikt. Ook moeten producten zo lang mogelijk meegaan en eenvoudig te repareren zijn, de Right to Repair wetgeving wordt nageleefd."
"Zuivere grondstofstromen zijn essentieel in het streven naar een circulaire economie. Nederland pleit daarom in Europa voor een uitbreiding van de regelgeving voor etikettering van consumentengoederen en voedsel. Naast de al geldende eisen dienen ook de gebruikte grondstoffen van de verpakking te worden vermeld. Zo worden onzichtbare materialen zoals plastic coatings op papieren wikkels zichtbaar en wordt het makkelijker de verpakking op de juiste manier bij het afval te scheiden. Producenten worden verplicht verpakkingen bestaande uit gemixte materialen terug te dringen."
"We voeren ambitieuze CO₂-grenswaarden in voor de gebouwde omgeving, waarbij rekening wordt gehouden met zowel de gebruiksfase als de uitstoot van materialen. Ook komt er een eerlijke waardering voor de CO₂-opslag in biobased materialen. Zo kijken we naar de volledige levenscyclus, v oorkomen we dat energiezuinige gebouwen alsnog veel materiaalgebonden emissies veroorzaken, en stimuleren we het gebruik van hernieuwbare grondstoffen. Daarnaast sorteren we hiermee voor op Europese regelgeving (EPBD IV)."
"We kiezen voor een economie die werkt vóór dier, mens en planeet, in plaats van ten koste van hen. Dat betekent: het maken en gebruiken van spullen binnen de draagkracht van de Aarde, met respect voor leven en toekomst. Het betekent ook dat we de economie democratiseren, en publieke voorzieningen niet langer overlaten aan de markt maar in handen van de samenleving brengen. Hiervoor zullen we ook heel duidelijke keuzes moeten maken over welke industrie wél een toekomst heeft in Nederland en welke industrie niet. Strategische autonomie is van belang op Europees niveau, maar niet haalbaar voor Nederland alleen. Er zijn sectoren, zoals staalproductie en andere energie-intensieve basisindustrie, die beter passen in landen waar meer ruimte is en goedkope groene energie. Nederland kan zich richten op hoogwaardige maakindustrie, waarvoor hier de juiste kennis, kunde en ruimte is. Een visie vanuit de overheid op hoe Nederland er in de toekomst uit zal zien is hiervoor onmisbaar."