Lagere CO2-kosten voor zware industrie

De regering moet pleiten voor lagere koolstofkosten voor belangrijke energie-intensieve bedrijven. De Nederlandse chemische sector krimpt hard. Hoge energiekosten en de kosten voor CO2-uitstoot (ETS: het Europese systeem voor uitstootrechten) zorgen ervoor dat fabrieken sluiten of verhuizen naar het buitenland.

Motie van het lid Schenk over pleiten voor verlichting van ETS- en koolstofkosten voor strategische energie-intensieve industrieën

De kamer, constaterende dat de Europese chemische sector tussen 2022 en 2025 37 miljoen ton productiecapaciteit heeft verloren; constaterende dat Nederland met 7,2 miljoen ton verantwoordelijk is voor circa 20% van deze Europese afname; constaterende dat het kabinet erkent dat hoge energiekosten en concurrentie uit derde landen belangrijke oorzaken zijn; overwegende dat koolstofbeprijzing en ETS-kosten de internationale concurrentiepositie van energie-intensieve industrie verder onder druk zetten; verzoekt de regering in de Raad Concurrentievermogen te pleiten voor verlichting van ETS- en koolstofkosten voor strategische energieintensieve industrieën zolang sprake is van aantoonbaar risico op sluiting of verplaatsing van productie.
27 mei | FVD | Verworpen: 49–101 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma 50plus

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 70%)

Argumenten voor: De partij wil dat CO2-beprijzing op Europees niveau plaatsvindt, maar zonder dat de concurrentiepositie van Nederland hierdoor wordt aangetast [1]. Het behouden en aantrekken van grote bedrijven is belangrijk, wat kan door het oplossen van knelpunten [3]. Daarnaast waarschuwt de partij dat slecht uitgevoerd energie- en klimaatbeleid ertoe kan leiden dat Nederland de aansluiting bij de economische top van de wereld verliest [4] en dat er maatregelen nodig zijn om de Nederlandse welvaart te beschermen [5]. Omdat de partij pleit voor Europese regels en tegen extra nationale regels bovenop Europese afspraken [7053, 7056], sluit het verzoek om op Europees niveau (in de Raad Concurrentievermogen) te pleiten voor verlichting van kosten goed aan bij hun voorkeur voor Europese oplossingen [1].

Argumenten tegen: De partij wil stoppen met actieve industriepolitiek op zowel nationaal als Europees niveau [2]. Alleen voor kritieke militair-industriële doelen kunnen tijdelijke uitzonderingen op dit beleid gelden [2].

Bronnen:

  1. "Het optimaal beprijzen van CO2 op Europees niveau, zodat CO2-reductie wordt versneld zonder de concurrentiepositie van Nederland aan te tasten."
  2. "Stoppen met actieve industriepolitiek op nationaal en op Europees niveau, omdat dit beleid altijd eindigt in tranen. Hierbij kunnen tijdelijk uitzonderingen gelden voor kritieke militair-industriële doelen."
  3. "Meer elektriciteit opwekken is nodig als Nederland wil meedoen met de revolutie van high-tech en artificiële intelligentie. Door het oplossen van knelpunten kunnen we grote bedrijven behouden en aantrekken."
  4. "Slecht doordachte en slecht uitgevoerde plannen op het terrein van energie, klimaat, stikstof en natuurbeleid, hebben ervoor gezorgd dat Nederland zijn aansluiting bij de economische top van de wereld dreigt kwijt te raken. Het elektriciteitsnet is verstopt, kwetsbaar en de prijzen zijn extreem hoog in vergelijking met andere landen."
  5. "De wens om voorop te lopen, vaak met symboolpolitiek, was sterker dan een werkelijke toewijding aan vermindering van de CO2-uitstoot of aan het beschermen van de Nederlandse welvaart. Dat vraagt om nieuwe maatregelen en correctie van al bestaande maatregelen."