De regering moet pleiten voor lagere koolstofkosten voor belangrijke energie-intensieve bedrijven. De Nederlandse chemische sector krimpt hard. Hoge energiekosten en de kosten voor CO2-uitstoot (ETS: het Europese systeem voor uitstootrechten) zorgen ervoor dat fabrieken sluiten of verhuizen naar het buitenland.
Motie van het lid Schenk over pleiten voor verlichting van ETS- en koolstofkosten voor strategische energie-intensieve industrieën
De kamer,
constaterende dat de Europese chemische sector tussen 2022 en 2025 37
miljoen ton productiecapaciteit heeft verloren;
constaterende dat Nederland met 7,2 miljoen ton verantwoordelijk is voor
circa 20% van deze Europese afname;
constaterende dat het kabinet erkent dat hoge energiekosten en concurrentie uit derde landen belangrijke oorzaken zijn;
overwegende dat koolstofbeprijzing en ETS-kosten de internationale
concurrentiepositie van energie-intensieve industrie verder onder druk
zetten;
verzoekt de regering in de Raad Concurrentievermogen te pleiten voor
verlichting van ETS- en koolstofkosten voor strategische energieintensieve industrieën zolang sprake is van aantoonbaar risico op sluiting
of verplaatsing van productie.
Argumenten voor: De partij wil voorkomen dat vermindering van uitstoot in Nederland leidt tot een hogere uitstoot elders, ook wel 'weglek' genoemd [3]. Ze benadrukken dat nationale heffingen niet effectief zijn als vervuiling simpelweg verplaatst [2]. Daarnaast wil de partij een sterke en schone industriële sector in Nederland behouden [3] en is bereid om maatwerkafspraken te maken met grote, strategische bedrijven [1]. Ook streeft de partij naar een Europees gelijk speelveld [3][4].
Argumenten tegen: De partij steunt het Europese plan om de uitstootrechten voor broeikasgassen in het emissiehandelssysteem naar nul af te bouwen [1]. Daarnaast ziet de partij Europese regelgeving voor verduurzaming niet als een bedreiging, maar juist als een kans [2].
Bronnen:
"Om grote uitstoters te verduurzamen, steunen we het Europese plan om versneld de uitstootrechten voor broeikasgassen in het emissiehandelssysteem in 2040 naar nul af te bouwen. We blijven werk maken van maatwerkafspraken met grote, strategische bedrijven en sectoren. Bedrijven die een plan hebben om volledig te verduurzamen, krijgen steun. De nationale CO2-heffing blijft als instrument bestaan, maar zetten we voor bedrijven waar de overheid in gebreke blijft op nul. Het doel van de heffing is niet om geld op te halen. Mochten er opbrengsten zijn, dan komen die ten goede aan de industrie om de overstap van fossiele naar duurzame productiemethoden te realiseren. We maken in Europees verband werk van het normeren van de vraag, zodat er ook Europese markten zijn voor de duurzaam (en circulair) geproduceerde producten. We stimuleren waterstofinnovatie, om duurzaam opgewekte energie ook te kunnen gebruiken. Naast eigen productie en opslag in Nederland richten we ons op de import van groene waterstof uit landen waar meer ruimte is voor duurzame energieopwekking."
"We zien aanvullende Europese regelgeving voor verduurzaming en maatschappelijk verantwoord ondernemen niet als bedreiging, maar als een kans. Het is zaak om dergelijke regelingen proactief en verstandig te implementeren, om niet de boot te missen, en te voorkomen dat het bedrijfsleven wordt overladen met onnodige regeldruk en onduidelijkheid. De opbrengsten van beprijzingsmechanismen als ETS-2 komen ten goede aan de vergroening van de economie en financiële compensatie van bedrijven en burgers. Nationale heffingen bovenop Europese maatregelen zijn niet altijd effectief, omdat vervuiling in sommige gevallen niet minder wordt, maar simpelweg verplaatst. Dergelijke effecten moeten worden meegewogen bij beleidsvorming."
"Wij zien het Akkoord van Parijs en de Europese doelstellingen die daarop zijn gebaseerd als een goede basis. Dat geldt ook voor de Nederlandse Klimaatwet waarin is vastgelegd dat we in 2030 55% CO2-reductie moeten hebben behaald ten opzichte van 1990. De ChristenUnie richt zich op een hogere reductie in 2030, zodat tegenvallers er niet direct toe leiden dat we het minimale doel niet halen. Vermindering van uitstoot in eigen land mag niet leiden tot hogere uitstoot elders. Daarom wordt bij klimaatbeleid zoveel mogelijk ingezet op een Europees gelijk speelveld, met zo min mogelijk weglek. We normeren verstandig, maken gerichte afspraken met (top)sectoren en subsidiëren innovatie, zoals via schoon- en emissieloos bouwen. In het Klimaatfonds trekken we extra geld uit voor energie-infrastructuur, zoals elektriciteits- en wartmenetten, isolatie van huizen en verduurzaming van de industrie, zodat Nederland een sterke en schone industriële sector behoudt."
"Nederlandse bedrijven ervaren momenteel geen gelijk Europees speelveld, bijvoorbeeld als het gaat om staatssteun of Nederlandse nettarieven die hoger zijn dan in buurlanden. Ook vangen verschillende Europese landen elkaar vliegen af door belastingconcurrentie om grote bedrijven binnen te halen. Dat moet anders. Er komen Europese ondergrenzen en een vergelijkbaar én mondiaal aantrekkelijk Europees (fiscaal) speelveld met duidelijke en handhaafbare kaders voor nationale staatssteun."