De regering moet een nationale industrie-effectrapportage opstellen voordat Nederland nieuwe Europese regels voor industrie en klimaat steunt. Beleid dat de kosten verhoogt, bedreigt de productie, de werkgelegenheid en de onafhankelijkheid van de Nederlandse industrie.
Motie van het lid Schenk over voorafgaand aan mogelijke Nederlandse steun voor nieuwe Europese industrie- en klimaatmaatregelen telkens een nationale industrie-effectrapportage aan de Kamer sturen
De kamer,
constaterende dat het kabinet inzet op Europese vraagcreatie, productnormen, mandaten en labels voor «schone» industrie;
overwegende dat industriebeleid dat de kosten verhoogt contraproductief
kan zijn voor behoud van productie, banen en strategische autonomie;
verzoekt de regering voorafgaand aan mogelijke Nederlandse steun voor
nieuwe Europese industrie- en klimaatmaatregelen telkens een nationale
industrie-effectrapportage aan de Kamer te sturen, waarin ten minste de
gevolgen voor energieprijzen, regeldruk, productiekosten, investeringsbereidheid, werkgelegenheid en risico op de-industrialisatie worden
beoordeeld.
Argumenten voor: De partij uit grote zorgen over de druk op de Nederlandse industrie, waarbij klimaatbeleid de productie duurder en complexer maakt [1]. Er is vrees dat bedrijven naar het buitenland vertrekken en dat strategische ketens versnipperd raken, wat de nationale kwetsbaarheid vergroot [1][2]. Daarnaast stelt de partij dat de concurrentiekracht afneemt door extra regelgeving en dat Europese regels vaak uitgebreid worden doorvertaald en op nationaal niveau zelfs nog zwaarder worden gemaakt [5]. Een rapportage die de effecten van Europese maatregelen toetst op zaken als regeldruk, productiekosten en de-industrialisatie sluit direct aan bij de wens van de partij om de industrie en de strategische autonomie te beschermen [3][2].
Argumenten tegen: Er zijn in de tekst geen duidelijke argumenten te vinden om tegen de motie te stemmen. De partij wil wel investeren in nieuwe industriële technieken en de energietransitie [4], maar de motie vraagt niet om het stoppen van deze maatregelen, enkel om een voorafgaande effectrapportage over de gevolgen ervan.
Bronnen:
"De Nederlandse industrie staat onder druk. Klimaatbeleid maakt productie duurder en complexer, terwijl internationale concurrenten met lagere standaarden wél ruimte krijgen. Hierdoor verdwijnen essentiële maakbedrijven naar lagelonenlanden of raken strategische ketens versnipperd. Dat maakt Nederland kwetsbaar."
"Bescherming strategische ketens tegen afvloeiing. De overheid moet actief voorkomen dat toeleveranciers in essentiële ketens (zoals chipproductie, defensie, scheepsbouw, agrofood en bouwmaterialen) verdwijnen naar het buitenland."
"BBB vindt dat Nederland moet blijven maken en bouwen. De industrie is onmisbaar voor de voedselproductie, woningbouw, energietransitie, defensie, maritieme slagkracht en de regionale economie. Zonder sterke industrie géén strategische autonomie, geen fatsoenlijke werkgelegenheid en geen duurzame toekomst. We vinden het belangrijk om te investeren in sectoren met zowel civiele als militaire toepassingen om zowel de economische als defensieve slagkracht te versterken."
"Investeren in nieuwe industriële technieken. BBB steunt pilot- en opschalingsprojecten voor bijvoorbeeld:
* Elektrolyse fabrieken voor groene waterstof,
* Circulaire kunstmest op basis van dierlijke mest,
* Monovergisting en warmteterugwinning,
* CO2-negatief staalproductie via innovatieve smeltprocessen."
"De concurrentiekracht van Nederland neemt af door extra regelgeving, hoge lasten en een gebrek aan economisch strategisch beleid. Europese regels worden vaak vergaand doorvertaald en nationaal verzwaard. We zetten in op een economie die past bij de kracht van Nederland: slimme landbouw, technische innovatie, hoogwaardige productie en sterke regio's. Economisch beleid moet gericht zijn op versterking van ons concurrentie- en verdienvermogen."