De regering moet een nationale industrie-effectrapportage opstellen voordat Nederland nieuwe Europese regels voor industrie en klimaat steunt. Beleid dat de kosten verhoogt, bedreigt de productie, de werkgelegenheid en de onafhankelijkheid van de Nederlandse industrie.
Motie van het lid Schenk over voorafgaand aan mogelijke Nederlandse steun voor nieuwe Europese industrie- en klimaatmaatregelen telkens een nationale industrie-effectrapportage aan de Kamer sturen
De kamer,
constaterende dat het kabinet inzet op Europese vraagcreatie, productnormen, mandaten en labels voor «schone» industrie;
overwegende dat industriebeleid dat de kosten verhoogt contraproductief
kan zijn voor behoud van productie, banen en strategische autonomie;
verzoekt de regering voorafgaand aan mogelijke Nederlandse steun voor
nieuwe Europese industrie- en klimaatmaatregelen telkens een nationale
industrie-effectrapportage aan de Kamer te sturen, waarin ten minste de
gevolgen voor energieprijzen, regeldruk, productiekosten, investeringsbereidheid, werkgelegenheid en risico op de-industrialisatie worden
beoordeeld.
Argumenten voor: De partij wil zeer duidelijke keuzes maken over de richting van de economie en wil zich focussen op sectoren die Nederland en de EU toekomstbestendig maken [10184, 10236]. Een effectrapportage zou kunnen helpen om te controleren of de steun inderdaad gericht is op de gewenste hoogwaardige maakindustrie [1] en niet onbedoeld de oude, energie-intensieve industrie in stand houdt [2].
Argumenten tegen: De partij ziet industriebeleid primair als een Europese competentie en pleit voor een Europese aanpak van klimaat- en industriebeleid [10184, 10248]. Daarnaast is de partij bereid om de oude, energie-intensieve industrie in Nederland te laten krimpen of te laten verhuizen naar andere delen van de EU waar meer groene energie beschikbaar is [10180, 10246]. De partij streeft er juist naar om vervuilende bedrijven die niet kunnen vergroenen, zorgvuldig uit te faseren [3]. De motie, die gericht is op het voorkomen van beleid dat de kosten verhoogt of de de-industrialisatie bevordert, staat hiermee op gespannen voet met de expliciete wens van de partij om de oude industrie op te geven voor meer ademruimte in Nederland [10180, 10184, 10246].
Bronnen:
"In een tijdperk van klimaatverandering en geopolitieke spanningen is een strategische, duurzame Europese industrie essentieel. We kiezen voor een Europees industriebeleid met een productie op plaatsen waar voldoende ruimte en betaalbare groene energie beschikbaar is en met een slimme spreiding. Nederland richt zich daarbij op een hoogwaardige maakindustrie in plaats van de huidige energie-intensieve basisindustrie. Dat is beter voor het klimaat, de netcapaciteit, de gezondheid en de Nederlandse economie."
"We staken alle overheidssteun aan de oude industrie en besteden onze tijd, aandacht en ons geld nog uitsluitend aan sectoren met groeiperspectief. Dat betekent dat sommige grote bedrijven uit de oude industrie beter kunnen verhuizen naar andere delen van de EU waar ze van waarde zijn. Daar is bijvoorbeeld meer groene energie of meer technisch personeel. Die verdeling van industrie zal geregeld worden door een Europese minister van Industrie, die zo efficiënt en groen mogelijk in onze gezamenlijke industriebehoeften zal voorzien. Zo spelen we ruimte vrij in ons eigen land. Geen wachtrijen meer voor aansluiting op het stroomnet, geen prangende personeelstekorten en minder problemen met stikstof. Dat zorgt voor ademruimte in Nederland en groei in heel de EU."
"De toekomst van onze economie is duurzaam, innovatief en circulair. We investeren in een nieuwe Europese industrie die goed is voor mens, natuur en klimaat. We maken duidelijke keuzes. Tata Steel gaat zo snel mogelijk dicht. Op een gezonde en betaalbare manier groen staal produceren is daar niet op korte termijn haalbaar, maar in andere Europese landen kan dat wel. Ook andere vervuilende bedrijven die niet kunnen vergroenen, faseren we zorgvuldig uit. Middelgrote en kleine bedrijven geven we extra steun bij het verduurzamen."