De regering moet een plan maken om Jeugdreclassering in Verbinding landelijk in te voeren. Bij deze aanpak werken zorg, onderwijs en justitie nauw samen. Deze intensieve begeleiding voorkomt dat jongeren opnieuw strafbare feiten plegen en biedt hen meer perspectief.
Motie van het lid Westerveld over een plan van aanpak voor de landelijke uitrol van Jeugdreclassering in Verbinding
De kamer,
constaterende dat jongeren vaak te maken hebben met complexer
geworden problematiek op meerdere domeinen, zoals onderwijs, wonen,
zorg en bestaanszekerheid;
constaterende dat de pilot Jeugdreclassering in Verbinding toont dat
intensieve, relationele begeleiding en samenwerking tussen jeugdbescherming, gemeenten, onderwijs en zorg kan bijdragen aan het
voorkomen van recidive en het vergroten van perspectief voor jongeren;
overwegende dat jongeren gebaat zijn bij stabiliteit en langdurige
begeleiding en professionals ruimte moeten krijgen;
verzoekt de regering om samen met gemeenten, gecertificeerde instellingen en professionals een plan van aanpak te maken voor de landelijke
uitrol van Jeugdreclassering in Verbinding, en de Kamer voor de
begroting van 2027 te informeren.
Argumenten voor: De partij wil een integrale aanpak waarbij aandacht is voor een stabiele basis, zoals onderwijs en huisvesting [1]. Daarnaast wil de partij programma's die jongeren helpen die in de criminaliteit dreigen te belanden of daar al in zitten, structureel voortzetten en uitbreiden [2]. Het behoud van onderwijs-jeugdzorgarrangementen is voor de partij belangrijk [6], evenals het bieden van passende nazorg en begeleiding om de kansengelijkheid en zelfstandigheid van jongeren te bevorderen [3]. Ook het streven naar een 'zachte landing' voor jongvolwassenen die de jeugdzorg verlaten [4] sluit aan bij de wens voor langdurige begeleiding. Tot slot wil de partij zorgprofessionals meer ruimte en vertrouwen geven [1].
Argumenten tegen: De partij wil dat gemeenten en aanbieders samenwerken om de omvang en intensiteit van de zorg juist terug te brengen [5], wat mogelijk botst met de vraag in de motie om 'intensieve' begeleiding in te zetten.
Bronnen:
"Op dit moment maakt één op de zeven jongeren gebruik van jeugdzorg en de mentale gezondheid van onze jongeren en jongvolwassenen staat breed onder druk. Het CDA wil een integrale aanpak bij hulp voor gezinnen, waarbij aandacht is voor een stabiele basis, zoals huisvesting, goed onderwijs, de impact van social media en het gezin. In het vangnet om kinderen heen zijn ouders, gemeenschappen en verenigingen cruciaal. Jeugdzorg moet aanvullend zijn, niet het startpunt. We zetten het kind centraal, niet de zorgaanbieder. Jongeren moeten zoveel als mogelijk mee kunnen praten over wat zij denken dat nodig is en wie hun daarbij kan steunen. De zorgprofessionals geven we meer ruimte en vertrouwen."
"We zetten het programma 'Preventie met Gezag' - dat helpt jongeren die in de criminaliteit dreigen te belanden of al vastzitten - structureel voort en breiden het uit, ook voor kleinere gemeentes rond grote steden."
"Passende nazorg en loopbaanbegeleiding voor jongeren vanuit het PRO en het VSO is nodig om jongeren met (een risico op) afstand tot de arbeidsmarkt te begeleiden en op deze manier de kansengelijkheid van deze jongeren te bevorderen op hun weg naar duurzame economische zelfstandigheid."
"We willen een zachte landing voor jongvolwassenen als zij de jeugdzorg verlaten en gaan soepeler om met de harde knip bij achttien jaar."
"Gemeenten zetten zich samen met aanbieders in om de omvang en intensiteit van de zorg terug te brengen via de kwaliteitsverbetering en landelijke transparantie rond goede praktijken."
"Wij zetten in op een vast aanspreekpunt op school voor jeugdhulp en een betere, vroege signalering van problemen. We willen de onderwijs-jeugdzorgarrangementen behouden, omdat ze onmisbaar zijn voor kinderen die op school vastlopen."