De regering moet ingrijpen in Zuid-Holland om extra beperkingen voor woningbouw in de buitenwijken te voorkomen. Ook moet de regering strenger toezien op de uitvoering van het nationale woningbouwbeleid. Zuid-Holland moet tot 2030 namelijk 248.000 woningen bouwen, maar tot nu toe zijn er slechts 68.000 gebouwd.
Motie van het lid Mooiman c.s. over voorkomen dat Zuid-Holland extra generieke beperkingen op buitenstedelijke woningbouw invoert (herdruk)
De kamer,
constaterende dat de Gedeputeerde Staten van
Zuid-Holland een nieuwe beschermingscategorie voor onbebouwde ruimte
willen invoeren, waardoor buitenstedelijke woningbouw verder wordt
beperkt;
constaterende dat Zuid-Holland tot en met 2030 een aantal van 248.000
woningen moet realiseren, terwijl tot nu toe slechts circa 68.000
woningen zijn gebouwd;
overwegende dat de provincie ondanks herhaalde kritiek onvoldoende
bijstuurt op haar woningbouwbeleid;
overwegende dat nationaal woningbouwbeleid door decentrale overheden
moet worden uitgevoerd;
verzoekt de regering in te grijpen om te voorkomen dat Zuid-Holland
extra generieke beperkingen op buitenstedelijke woningbouw invoert;
verzoekt de regering ook steviger regie te voeren op de uitvoering
van nationaal woningbouwbeleid door provincies en gemeenten.
Argumenten voor: De partij ziet de woningnood als een groot probleem dat vraagt om een actieve rol van de overheid [3] en een verschuiving van de markt naar volkshuisvesting [8907, 8910]. Zij stellen dat er voldoende ruimte is voor woningen als de landbouwsector wordt verkleind en omgezet naar plantaardige landbouw [8901, 8911, 8912]. Specifiek noemen zij als strategie dat er bebouwing moet plaatsvinden aan de rand van bestaande woonkernen [8913, 8911].
Argumenten tegen: De partij wil de 'verdozing' van het landschap tegengaan en wil een stop op de bouw van grote distributiecentra, megadatacentra en grote kantoorpanden [2]. Daarnaast benadrukken zij dat bouwprojecten de leefbaarheid niet mogen aantasten [1] en dat er een focus moet zijn op kwaliteit in plaats van enkel op snelheid en kwantiteit [4].
Bronnen:
"De minister voor Volkshuisvesting maakt een Deltaplan wonen: zowel nieuwe woonruimte creëren, als bestaande woningen energiezuinig of energieneutraal maken. Om het creëren van woonruimte in goede banen te leiden, wordt een woonladder gebruikt. Allereerst wordt bestaande bebouwing slimmer benut. Denk aan het transformeren van kantoorpanden, het aanpakken van leegstand, het optoppen en splitsen van bestaande woningen en het stimuleren van doorstroming. Hiermee kunnen vooral veel éénpersoonswoningen gecreëerd worden. Vervolgens wordt er waar dat kan - zonder de leefbaarheid aan te tasten - binnenstedelijk gebouwd. Tot slot zal bebouwing aan de rand van bestaande woonkernen plaatsvinden."
"We gaan de verdozing van ons landschap tegen. Er komt een stop op de bouw van distributiecentra, megadatacentra en grote kantoorpanden. Er komen ook geen nieuwe bedrijfshallen zolang er nog leegstaande bedrijfshallen in de regio zijn."
"De Partij voor de Dieren wil het woningtekort op een duurzame manier oplossen. Investeerders bouwen nu vooral graag grote dure woningen, omdat daar het meeste geld aan te verdienen valt. De overheid moet ingrijpen en ervoor zorgen dat er gebouwd wordt waar echt behoefte aan is. We willen dat studenten betaalbaar op kamers kunnen en dat jonge gezinnen een huur- of koopwoning vinden die bij hun gezinssituatie past."
"De geschiedenis laat zien dat tijdelijke maatregelen - zoals versnelde bouw zonder kwaliteitsborging of integrale visie - woningtekorten niet structureel verhelpen. Een gedegen en goed functionerende volkshuisvesting is essentieel bij het streven naar brede welvaart voor Nederland. De woningnood vraagt niet alleen een kwantitatieve, maar vooral een kwalitatieve benadering. Terecht pleit het College van Rijksbouwmeester en Rijksadviseurs voor 'duurzamer, mooier en gezonder', in plaats van 'sneller, meer, goedkoper.' De gebouwde omgeving is nu verantwoordelijk voor 15% van de landelijke CO2-uitstoot. Het verduurzamen van de woningvoorraad verloopt nu onrechtvaardig en leidt tot energiearmoede. Mensen in sociale huurwoningen worden opgezadeld met hoge energierekeningen doordat woningcorporaties te weinig vaart maken met isoleren. Bovendien kan niet elke huiseigenaar investeren in zonnepanelen en zijn huurders voor een duurzaam en comfortabel huis afhankelijk van de wil en mogelijkheden van hun huisbazen. Het is dus vooral een kwestie van politieke wil om deze ontwikkeling te versnellen."