Ingrijpen bij woningbouw in Zuid-Holland

De regering moet ingrijpen in Zuid-Holland om extra beperkingen op woningbouw buiten de stad te voorkomen. Ook moet de regering strenger sturen op de uitvoering van het landelijke bouwbeleid door provincies en gemeenten. De provincie moet namelijk 248.000 woningen bouwen voor 2030, maar er zijn tot nu toe pas 68.000 gebouwd.

Motie van het lid Mooiman c.s. over voorkomen dat Zuid-Holland extra generieke beperkingen op buitenstedelijke woningbouw invoert (herdruk)

De kamer, constaterende dat de gedeputeerde staten van Zuid-Holland een nieuwe beschermingscategorie voor onbebouwde ruimte willen invoeren, waardoor buitenstedelijke woningbouw verder wordt beperkt; constaterende dat Zuid-Holland tot en met 2030 een aantal van 248.000 woningen moet realiseren, terwijl tot nu toe slechts circa 68.000 woningen zijn gebouwd; overwegende dat de provincie ondanks herhaalde kritiek onvoldoende bijstuurt op haar woningbouwbeleid; overwegende dat nationaal woningbouwbeleid door decentrale overheden moet worden uitgevoerd; verzoekt de regering in te grijpen om te voorkomen dat Zuid-Holland extra generieke beperkingen op buitenstedelijke woningbouw invoert; verzoekt de regering ook steviger regie te voeren op de uitvoering van nationaal woningbouwbeleid door provincies en gemeenten.
28 mei | PVV, CU, Markusz, SGP | Verworpen: 74–76 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma Volt

Stemverwachting: voor (erg zeker, 90%)

Argumenten voor: De partij stelt dat nationale regie op de volkshuisvesting en ruimtelijke ordening noodzakelijk is om de woningbouwdoelen te halen [1]. Er moet centrale regie worden gevoerd op de ruimtelijke ordening, waarbij het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening de keuzes voor de toekomst moet maken om provincies en gemeenten duidelijkheid te bieden [3]. Daarnaast wil de partij dat het ministerie de hoofdrol krijgt bij het maken van de keuzes over de verdeling van de ruimte tussen wonen, landbouw, natuur en andere functies [5]. Tevens wil de partij de bouw- en omgevingsregels harmoniseren om transities te versnellen [2].

Argumenten tegen: De partij stelt dat provincies een 'aanjagende rol' kunnen krijgen in het gemeentelijke bouwbeleid door hun kennis in te zetten om gemeenten te helpen bij het beoordelen van bouwplannen en vergunningen [4]. Ook wordt er gesproken over het ontwikkelen van maatregelen in samenspraak met regionale overheden [6].

Bronnen:

  1. "Het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening krijgt een structureel budget waarmee het doel van 1 miljoen woningen bouwen ook echt gehaald kan worden. Daarnaast is nationale regie op de volkshuisvesting en ruimtelijke ordening nodig om nieuwe problemen in de toekomst te voorkomen. Het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening stelt langetermijnbeleid op voor een stabiele en proactieve sturing op een toekomstbestendig en blijvend passend woningbestand in Nederland."
  2. "Het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening harmoniseert waar mogelijk gemeentelijke bouw- en omgevingsregels om transities te versnellen, of stelt samen met gemeenten kaders daarvoor op. Zo creëren we één landelijk stelsel van uniforme spelregels voor de (ver-) bouw van nieuwe en bestaande woningen, waarop maar heel beperkt uitzonderingen mogelijk zijn. Daarmee maken we het woningbouwbeleid eenvoudiger toe te passen en beter uitlegbaar. Ook innovatieve bouwmethoden kunnen op deze wijze sneller en vaker grootschalig worden ingezet."
  3. "We moeten centraal regie voeren op de ruimtelijke ordening en deze integraal bekijken. Het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) moet de keuzes voor de toekomst maken, zodat provincies en gemeenten meer duidelijkheid krijgen. Dan kunnen we in heel Nederland toekomstbestendig bouwen. Volt wil aan de Nota Ruimte een visie toevoegen voor Nederland in 2100. Hierin zorgen we dat er in de toekomst ruimte is voor duurzame landbouw, wonen, natuur, industrie en infrastructuur, met als uitgangspunt een duurzame leefomgeving voor mens en natuur. We passen de Woningwet aan, zodat in de besluitvorming rekening gehouden moet worden met het klimaat en andere leefomstandigheden over 30 jaar."
  4. "De provincies krijgen meer inspraak en een aanjagende rol in het gemeentelijke bouwbeleid. Provincies zetten onder andere hun kennis en kunde in, bijvoorbeeld om gemeenten te helpen bouwplannen en vergunningsaanvragen te beoordelen."
  5. "In de nieuwe Nota Ruimte moet het kabinet duidelijke keuzes neerleggen over waar we in Nederland ruimte maken voor landbouw, wonen, natuur, industrie en infrastructuur. Het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening krijgt hierin de hoofdrol. Er komt een landschapskader dat boeren duidelijkheid biedt, door in kaart te brengen welk type landbouw in welke gebieden plaatsvindt: van zones voor duurzame, hoog-efficiënte landbouw tot gebieden die geschikter zijn voor meer extensieve, natuurinclusieve landbouw."
  6. "Door het beter benutten van bestaande bouw kan de woningvoorraad verder worden vergroot. De Rijksoverheid ontwikkelt in samenspraak met regionale overheden en partners in de huisvesting een landelijke stimuleringsmaatregel voor het splitsen, optoppen, aanplinten, bijplaatsen en transformeren van bestaande bebouwingen. Ook het wegnemen van bestaande belemmeringen in de fiscale, milieu- en sociale wetgevingen worden hierin meegenomen."