De regering moet ingrijpen in Zuid-Holland om extra beperkingen voor woningbouw in de buitenwijken te voorkomen. Ook moet de regering strenger toezien op de uitvoering van het nationale woningbouwbeleid. Zuid-Holland moet tot 2030 namelijk 248.000 woningen bouwen, maar tot nu toe zijn er slechts 68.000 gebouwd.
Motie van het lid Mooiman c.s. over voorkomen dat Zuid-Holland extra generieke beperkingen op buitenstedelijke woningbouw invoert (herdruk)
De kamer,
constaterende dat de Gedeputeerde Staten van
Zuid-Holland een nieuwe beschermingscategorie voor onbebouwde ruimte
willen invoeren, waardoor buitenstedelijke woningbouw verder wordt
beperkt;
constaterende dat Zuid-Holland tot en met 2030 een aantal van 248.000
woningen moet realiseren, terwijl tot nu toe slechts circa 68.000
woningen zijn gebouwd;
overwegende dat de provincie ondanks herhaalde kritiek onvoldoende
bijstuurt op haar woningbouwbeleid;
overwegende dat nationaal woningbouwbeleid door decentrale overheden
moet worden uitgevoerd;
verzoekt de regering in te grijpen om te voorkomen dat Zuid-Holland
extra generieke beperkingen op buitenstedelijke woningbouw invoert;
verzoekt de regering ook steviger regie te voeren op de uitvoering
van nationaal woningbouwbeleid door provincies en gemeenten.
Argumenten voor: De partij streeft naar nationale regie op de volkshuisvesting en ruimtelijke ordening [1] en wil centraal regie voeren op de ruimtelijke ordening zodat provincies en gemeenten meer duidelijkheid krijgen [4]. Ook wil de partij landelijke, uniforme spelregels creëren met beperkte uitzonderingen om de bouw van woningen te versnellen [2].
Argumenten tegen: De partij wil in een langetermijnvisie voor de ruimtelijke ordening ook ruimte waarborgen voor natuur, duurzame landbouw en infrastructuur [4]. Daarnaast krijgt de provincie een meer aanjagende rol om gemeenten te ondersteunen bij het beoordelen van bouwplannen en vergunningsaanvragen [3].
Bronnen:
"Het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening krijgt een structureel budget waarmee het doel van 1 miljoen woningen bouwen ook echt gehaald kan worden. Daarnaast is nationale regie op de volkshuisvesting en ruimtelijke ordening nodig om nieuwe problemen in de toekomst te voorkomen. Het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening stelt langetermijnbeleid op voor een stabiele en proactieve sturing op een toekomstbestendig en blijvend passend woningbestand in Nederland."
"Het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening harmoniseert waar mogelijk gemeentelijke bouw- en omgevingsregels om transities te versnellen, of stelt samen met gemeenten kaders daarvoor op. Zo creëren we één landelijk stelsel van uniforme spelregels voor de (ver-) bouw van nieuwe en bestaande woningen, waarop maar heel beperkt uitzonderingen mogelijk zijn. Daarmee maken we het woningbouwbeleid eenvoudiger toe te passen en beter uitlegbaar. Ook innovatieve bouwmethoden kunnen op deze wijze sneller en vaker grootschalig worden ingezet."
"De provincies krijgen meer inspraak en een aanjagende rol in het gemeentelijke bouwbeleid. Provincies zetten onder andere hun kennis en kunde in, bijvoorbeeld om gemeenten te helpen bouwplannen en vergunningsaanvragen te beoordelen."
"We moeten centraal regie voeren op de ruimtelijke ordening en deze integraal bekijken. Het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) moet de keuzes voor de toekomst maken, zodat provincies en gemeenten meer duidelijkheid krijgen. Dan kunnen we in heel Nederland toekomstbestendig bouwen. Volt wil aan de Nota Ruimte een visie toevoegen voor Nederland in 2100. Hierin zorgen we dat er in de toekomst ruimte is voor duurzame landbouw, wonen, natuur, industrie en infrastructuur, met als uitgangspunt een duurzame leefomgeving voor mens en natuur. We passen de Woningwet aan, zodat in de besluitvorming rekening gehouden moet worden met het klimaat en andere leefomstandigheden over 30 jaar."