De regering moet een plan sturen om de inhuur van externe consultants bij VWS (het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport) af te bouwen. Te veel externe inhuur zorgt namelijk voor hogere kosten en verlies van kennis binnen het ministerie zelf.
Motie van het lid Coenradie over een afbouwpad voor externe inhuur binnen VWS
De kamer,
constaterende dat VWS structureel 143,8 miljoen euro
wil besparen door efficiënter te werken, terwijl nog onduidelijk is hoe
deze besparing concreet wordt ingevuld;
constaterende dat de apparaatskosten van VWS in 2026 stijgen en met
name de externe inhuur fors toeneemt;
overwegende dat structurele afhankelijkheid van externe consultants
kan leiden tot hogere kosten en verlies van kennis binnen het
ministerie;
verzoekt de regering vóór het herfstreces een concreet afbouwpad voor
externe inhuur binnen VWS aan de Kamer te sturen, inclusief een plan om
structurele kennis binnen de eigen organisatie op te bouwen.
Argumenten voor: De partij wil de inhuur van externe consultants en beleidsadviseurs die geen directe toegevoegde waarde bieden, stoppen [1]. Daarnaast streeft de partij naar kennisbehoud in eigen huis, waarbij kritische kennis niet aan externe partijen wordt uitbesteed [2]. De groei van externe inhuur wordt door de partij gezien als een oorzaak van bureaucratisering [4], terwijl de partij juist een sobere, doelmatige en efficiënte overheid wil die inzet op kostenbeheersing [5][3].
Argumenten tegen: Er zijn in het verkiezingsprogramma geen argumenten te vinden om tegen de motie te stemmen.
Bronnen:
"Kritische kijken naar het inhuren van consultants en beleidsadviseurs. De inhuur van allerlei externen zonder directe toegevoegde waarde voor onderwijs of onderzoek moet stoppen."
"Kennisbehoud in huis. Kritische kennis over IT en data blijft bij de overheid zelf in plaats van uitbesteed aan externe partijen."
"Kosten omlaag, efficiëntie telt. Er worden jaarlijkse afrekenbare prestatieafspraken gemaakt over doelmatigheid en kostenbeheersing."
"Een dienstbare overheid begint bij eenvoud, slagkracht en focus op kerntaken. BBB stelt een structurele bezuiniging (apparaatskorting) voor op ministeries met uitzondering van Defensie, Infrastructuur en Waterstaat en Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. Ook willen wij een structurele apparaatskorting op andere overheidsorganisaties, met uitzondering van uitvoerende diensten zoals, politie, inspecties en uitvoeringsorganisaties. De groei van beleidsmedewerkers, managementlagen en externe inhuur heeft geleid tot bureaucratisering zonder betere dienstverlening. Door het rijk te dwingen tot herprioritering en digitalisering, verbeteren we de uitvoerbaarheid én besparen we structureel honderden miljoenen, zo niet vele miljarden euro's. Minder regels, meer resultaat."
"BBB kiest voor een sobere en doelmatige overheid. In 2028 stellen we een nullijn in voor rijksambtenaren, inclusief ambtsdragers. Dat betekent dat er dat jaar geen loonstijgingen worden doorgevoerd. In een tijd waarin we scherpe keuzes maken om de overheidsfinanciën op orde te brengen, hoort ook een bijdrage van het Rijk zelf. Deze onderstreept onze inzet voor financiële degelijkheid en een efficiente overheid."