De regering moet vóór de herfstvakantie een plan sturen om de inhuur van externe consultants bij het ministerie van VWS te verminderen. De inhuur van externe mensen is duur en zorgt ervoor dat belangrijke kennis het ministerie verlaat. Het plan moet ook laten zien hoe de kennis binnen de eigen organisatie wordt opgebouwd.
Motie van het lid Coenradie over een afbouwpad voor externe inhuur binnen VWS
De kamer,
constaterende dat VWS structureel 143,8 miljoen euro wil besparen door
efficiënter te werken, terwijl nog onduidelijk is hoe deze besparing
concreet wordt ingevuld;
constaterende dat de apparaatskosten van VWS in 2026 stijgen en met
name de externe inhuur fors toeneemt;
overwegende dat structurele afhankelijkheid van externe consultants kan
leiden tot hogere kosten en verlies van kennis binnen het ministerie;
verzoekt de regering vóór het herfstreces een concreet afbouwpad voor
externe inhuur binnen VWS aan de Kamer te sturen, inclusief een plan om
structurele kennis binnen de eigen organisatie op te bouwen.
Argumenten voor: De partij hanteert het principe van 'rentmeesterschap', wat inhoudt dat men de verantwoordelijkheid heeft om bezit van anderen (zoals publieke middelen) zorgvuldig en verantwoord te beheren [2]. Het verzoek om efficiënter te werken en de kosten voor externe inhuur te verlagen, sluit aan bij deze visie op een robuuste en verantwoorde omgang met middelen [2].
Argumenten tegen: De partij heeft expliciet aangegeven dat er geen nieuwe regels zullen komen voor het strategisch personeelsbeleid [1]. De motie, die vraagt om een concreet afbouwpad voor externe inhuur en een plan voor de opbouw van structurele kennis, heeft een directe impact op de inrichting van dit beleid.
Bronnen:
"Er komen geen nieuwe regels voor bestuur en toezicht, strategisch personeelsbeleid en veiligheid op school."
"Het Griekse woord voor econoom, oikonomos, komt in de Bijbel meermaals voor en wordt veelal vertaald met 'rentmeester'. Zoals een rentmeester de verantwoordelijkheid heeft het bezit van een ander te beheren en te gebruiken, zo heeft de mens de taak gekregen deze aarde te bouwen en te bewaren. Deze houding vormt een belangrijk vertrekpunt voor hoe wij kijken naar onze economie. Ongebreidelde groei en materialisme is zeker niet het Bijbelse ideaal. Ons economisch handelen moet tot doel hebben dat mens en maatschappij opbloeien. Daarom moeten we toe naar een economie die gebaseerd is op waarden, die robuust, sociaal, duurzaam en innovatief is. Dat vraagt om een goed vestigingsklimaat, met rechtvaardige belastingen voor burgers én minder administratieve rompslomp voor ondernemers. Dat vraagt ook om bescherming van werknemers, maar wel zo dat werkgevers hen graag in dienst blijven nemen."