Minder externe consultants bij VWS

De regering moet een plan sturen om de inhuur van externe consultants bij VWS (het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport) af te bouwen. Te veel externe inhuur zorgt namelijk voor hogere kosten en verlies van kennis binnen het ministerie zelf.

Motie van het lid Coenradie over een afbouwpad voor externe inhuur binnen VWS

De kamer, constaterende dat VWS structureel 143,8 miljoen euro wil besparen door efficiënter te werken, terwijl nog onduidelijk is hoe deze besparing concreet wordt ingevuld; constaterende dat de apparaatskosten van VWS in 2026 stijgen en met name de externe inhuur fors toeneemt; overwegende dat structurele afhankelijkheid van externe consultants kan leiden tot hogere kosten en verlies van kennis binnen het ministerie; verzoekt de regering vóór het herfstreces een concreet afbouwpad voor externe inhuur binnen VWS aan de Kamer te sturen, inclusief een plan om structurele kennis binnen de eigen organisatie op te bouwen.
1 juni | JA21 |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma SGP

Stemverwachting: voor (onzeker, 60%)

Argumenten voor: De partij hanteert het principe van 'rentmeesterschap', waarbij men de verantwoordelijkheid heeft om bezit en middelen zorgvuldig te beheren en te gebruiken [1]. Het verzoek in de motie om efficiënter te werken en de afhankelijkheid van externe consultants te verminderen om zo interne kennis op te bouwen, sluit aan bij deze visie op verantwoordelijk en robuust beheer van middelen [1].

Argumenten tegen: Er is onvoldoende informatie in de verstrekte fragmenten om een specifieke argumentatie tegen de motie te formuleren.

Bronnen:

  1. "Het Griekse woord voor econoom, oikonomos, komt in de Bijbel meermaals voor en wordt veelal vertaald met 'rentmeester'. Zoals een rentmeester de verantwoordelijkheid heeft het bezit van een ander te beheren en te gebruiken, zo heeft de mens de taak gekregen deze aarde te bouwen en te bewaren. Deze houding vormt een belangrijk vertrekpunt voor hoe wij kijken naar onze economie. Ongebreidelde groei en materialisme is zeker niet het Bijbelse ideaal. Ons economisch handelen moet tot doel hebben dat mens en maatschappij opbloeien. Daarom moeten we toe naar een economie die gebaseerd is op waarden, die robuust, sociaal, duurzaam en innovatief is. Dat vraagt om een goed vestigingsklimaat, met rechtvaardige belastingen voor burgers én minder administratieve rompslomp voor ondernemers. Dat vraagt ook om bescherming van werknemers, maar wel zo dat werkgevers hen graag in dienst blijven nemen."