Kinderen niet naar terugkeerhubs sturen

De regering moet geen gezinnen met kinderen naar terugkeerhubs sturen. Dit is mogelijk onder de nieuwe Terugkeerverordening (Europese regels over terugkeer). Het sturen van kinderen naar deze locaties is echter in strijd met het Kinderrechtenverdrag. Dit kan namelijk grote schade aanrichten aan het welzijn en de ontwikkeling van kinderen.

Motie van het lid Westerveld

De kamer, constaterende dat er een akkoord is bereikt tussen het Europees Parlement, de Commissie en de Raad over de Terugkeerverordening waarin is opgenomen dat gezinnen kinderen naar terugkeerhubs kunnen worden gestuurd; met overwegende dat dit in strijd is met het Kinderrechtenverdrag, en grote schade als gevolg kan hebben op het welzijn en de ontwikkeling van kinderen; van mening dat kinderen niet thuishoren in terugkeerhubs; verzoekt de regering niet van deze mogelijkheid gebruikt te maken en vanuit Nederland geen gezinnen met kinderen naar terugkeerhubs te sturen.
2 juni | GL-PvdA |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma SP

Stemverwachting: tegen (onzeker, 60%)

Argumenten voor: De partij hecht waarde aan de sociale ontwikkeling van kinderen en benadrukt dat zij in een veilige omgeving moeten kunnen opgroeien [3]. Daarnaast is er in het programma aandacht voor de mentale gezondheid van kinderen [2], wat als argument kan dienen om de mogelijke schade door terugkeerhubs aan het welzijn van kinderen te voorkomen.

Argumenten tegen: De partij stelt dat vluchtelingen in de EU moeten worden opgevangen totdat ze weer veilig kunnen terugkeren naar hun eigen regio [1]. Ook pleit de partij voor een eerlijke verdeling van vluchtelingen binnen de EU [1], wat aansluit bij het Europese kader waar de motie over gaat.

Bronnen:

  1. "Vluchtelingen eerlijk verdelen in Europa. Als vluchtelingen niet veilig in de eigen regio kunnen worden opgevangen, dan nemen we ze op in de EU tot ze veilig kunnen terugkeren. Alle lidstaten moeten hier een bijdrage aan leveren. Dit doen landen naar draagkracht, ook ons land. Dat betekent dat vluchtelingen beter verdeeld worden."
  2. "De ggz hoort in de buurt. In elke regio zorgen we voor voldoende ggzopnameplekken en ambulante teams. Bij een crisis komt er altijd professionele opvang, niet gelijk de politie. De wachttijden worden aangepakt en er komt structurele versterking van personeel en voorzieningen. De wachttijden worden aangepakt en er komt structurele versterking voor (opleiding van) het) personeel en voorzieningen. We maken van ggzondersteuning een vast onderdeel van de zorg in de buurt. Met voldoende behandelcapaciteit en aandacht voor kinderen, jongeren en mensen met complexe problematiek. Zorg mag daarbij niet afhangen van bureaucratische regels of een label op basis van een handboek voor aandoeningen (zoals de DSM). Behandelaars krijgen de ruimte om passende zorg te bieden op basis van hun professionele oordeel. Daarnaast zal er op tal van plekken meer aandacht moeten komen voor de mentale gezondheid van mensen, van jongeren tot gepensioneerden."
  3. "Buurten waar kinderen kunnen spelen. Kinderen moeten kunnen buitenspelen voor hun gezondheid, hun sociale ontwikkeling en hun plezier. Daarom maken we van elke buurt een plek waar je kunt spelen, sporten en samenkomen. Ook kinderen met een beperking moeten mee kunnen doen. We investeren in buurtcentra en buurtwerk, zodat elke wijk leeft en ieder kind ruimte krijgt om goed en veilig op te groeien."