De regering moet per 1 januari 2028 een nieuw stelsel van vermogenswinstbelasting invoeren. Dit is belasting over de winst die je maakt met je bezit. Het huidige systeem is te ingewikkeld voor de Belastingdienst en voor burgers. Door de vermogensaanwasbelasting (belasting op de groei van je vermogen) over te slaan, wordt de nieuwe wet eenvoudiger en beter uitvoerbaar.
Motie van het lid Vermeer over wetgeving voorbereiden voor invoering per 1 januari 2028 van een integraal stelsel van vermogenswinstbelasting voor alle categorieën
De kamer,
constaterende dat de huidige plannen voor de Wet werkelijk rendement
uitgaan van een hybride stelsel, bestaande uit een vermogenswinstbelasting voor onroerende zaken en een vermogensaanwasbelasting voor
niet-onroerende zaken;
overwegende dat een meerderheid van de Kamer zich heeft uitgesproken
voor het invoeren van enkel een vermogenswinstbelasting per 2029;
overwegende dat een box 3-stelsel van drie systemen in drie jaar al heeft
geleid, en in de toekomst zal leiden, tot extreme complexiteit voor zowel
de Belastingdienst als de betastingbetaler;
overwegende dat het met het oog op uitvoerbaarheid wenselijk is om het
aantal in te voeren vormen van belastingheffing direct te beperken door
de introductie van een vermogensaanwasbelasting volledig over te slaan;
verzoekt de regering om de noodzakelijke wetgeving voor te bereiden,
zodat een integraal stelsel van vermogenswinstbelasting voor alle
categorieën per 1 januari 2028 kan worden ingevoerd, en de Kamer
hierover uiterlijk bij het Belastingplan 2027 te informeren.
Argumenten voor: De partij wil zo snel mogelijk een heffing op werkelijk rendement in box 3 invoeren en noemt hierbij specifiek de vermogenswinstbelasting [1]. Daarnaast heeft de partij de vereenvoudiging van het complexe belastingstelsel een hoge prioriteit gegeven, waarbij het stelsel eenvoudig, rechtvaardig, voorspelbaar en uitvoerbaar moet zijn [2]. De motie, die pleit voor het beperken van het aantal heffingsvormen om de uitvoerbaarheid te vergroten, sluit aan bij het doel van de partij om de complexiteit en fiscale uitzonderingsregelingen aan te pakken [3].
Argumenten tegen:
Bronnen:
"We houden particuliere verhuur aantrekkelijk door zo snel mogelijk een heffing in te voeren op werkelijk rendement in box 3. Zo wordt niet langer belasting geheven over waarde die vastzit in stenen. Totdat de vermogenswinstbelasting is ingevoerd, willen we een tijdelijke (financiële) maatregel om verhuur door kleine particuliere verhuurders mogelijk te houden."
"We maken prioriteit van het vereenvoudigen van ons complexe belastingstelsel. Eenvoudig, rechtvaardig, voorspelbaar en uitvoerbaar. Dat is geen kwestie van één kabinetsperiode."
"Ons belastingstelsel zit vol met allerlei fiscale uitzonderingsregelingen die het stelsel complexer en minder robuust maken. Deze moeten stapsgewijs worden aangepakt, met als uitgangspunt afschaffing of versobering. We zetten de opbrengst in voor fiscale maatregelen of subsidies die effect hebben."