Rijksgrond inzetten voor maatschappelijke doelen

De regering moet rijksgrond inzetten voor maatschappelijke doelen. Belangrijke taken zoals woningbouw, de energietransitie (het overstappen op duurzame energie), defensie en natuur moeten de koers bepalen. De maatschappelijke waarde van de grond moet namelijk altijd vooropstaan.

Motie van het lid Zalinyan over maatschappelijke opgaven leidend laten zijn bij de strategische inzet van rijksgrond

De kamer, constaterende dat het Rijksvastgoedbedrijf met ruim 83.000 hectare grond een sleutelpositie heeft; overwegende dat maatschappelijke meerwaarde leidend zou moeten zijn bij de inzet van rijksgrond; verzoekt de regering om maatschappelijke opgaven als woningbouw, energietransitie, defensie en natuur leidend te laten zijn bij de strategische inzet van rijksgrond, en de Kamer hierover te informeren.
3 juni | GL-PvdA | Aangenomen: 91–59 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (erg zeker, 90%)

Argumenten voor: De partij wil grote keuzes maken voor de toekomst, zoals het aanwijzen van grootschalige nieuwbouwlocaties [1]. Ze hebben een concrete doelstelling voor de woningbouw (100.000 woningen per jaar) [3] en benadrukken dat er meer fysieke ruimte nodig is voor defensie [5]. Daarnaast beschouwt de partij de energietransitie en het klimaatvraagstuk als grote urgente uitdagingen [4] en pleit ze voor natuurontwikkeling [1]. Het principe van 'ruimtelijk rentmeesterschap', waarbij verantwoord wordt omgegaan met ruimte met oog voor mens, natuur en economie [2], sluit aan bij het idee dat maatschappelijke opgaven leidend moeten zijn.

Argumenten tegen: Er zijn in de verstrekte fragmenten geen argumenten te vinden die de partij zou gebruiken om tegen de motie te stemmen.

Bronnen:

  1. "Het is hard nodig om grote keuzes voor de toekomst van Nederland te durven nemen. Het Rijk komt daarom eindelijk met de langverwachte 'Nota Ruimte'. Daarin worden grote structuurkeuzes gemaakt, zoals de Lelylijn, Nedersaksenlijn, het aanwijzen van grootschalige nieuwbouwlocaties, Deltawind21 in combinatie met een derde Maasvlakte en natuurontwikkeling. Tegelijk stimuleren we de leefbaarheid in álle delen van het land van stad tot platteland - en bevorderen we ruimtelijke solidariteit tussen regio's. Voor grote woningbouwopgaven komt een landelijke aanpak, zoals eerder bij de VINEX-wijken. Zo zorgen we dat bouwen sneller en beter gebeurt, op plekken die toekomstbestendig en bereikbaar zijn. Ook komt er een nieuwe ruilverkaveling om boeren toekomstperspectief te geven en landbouwgronden logischer en duurzamer in te richten."
  2. "De ruimte in Nederland is schaars en kostbaar. Het vraagt zorgvuldigheid én visie om keuzes te maken over wonen, werken, natuur en infrastructuur. Vanuit christelijk-sociaal gedachtegoed noemen we dat ruimtelijk rentmeesterschap: verantwoord en eerlijk omgaan met de ruimte, met oog voor toekomstige generaties én het geheel van mens, natuur en economie. Dit betekent ook dat we zuinig omgaan met de ruimte die nodig is voor wonen, met respect voor onze historische landschappen."
  3. "**De woningnood.** We bouwen 100.000 woningen per jaar, waarvan ten minste tweederde goed te betalen is voor mensen met een gewoon inkomen. Daarvoor trekken we de komende jaren miljarden extra uit en maken we ruimte voor ontmoeting in buurten. Huizen bouwen is gemeenschappen bouwen."
  4. "Nederland staat voor grote uitdagingen. Een groeiende en vergrijzende bevolking, woningnood, de overgang naar een duurzame energievoorziening, het klimaatvraagstuk, de toekomst van onze landbouw en industrie - het zijn geen nieuwe thema's, maar de urgentie ervan is groter dan ooit. Helaas lopen we vast. Nederland zit op slot. Er worden niet genoeg woningen gebouwd, de aanleg van nieuwe elektriciteitsnetten gaat te langzaam, allerlei vergunningen worden niet verleend. De economie verliest kracht, arbeidsproductiviteit stagneert, verduurzaming wordt belemmerd en het vertrouwen in de overheid brokkelt af."
  5. "We investeren de komende jaren fors in defensie om te kunnen voldoen aan de NAVO-norm om in 2035 3,5% van ons BBP uit te geven aan defensie en daarnaast 1,5% aan bijvoorbeeld infrastructuur die ook defensie ten goede komt. Naast financiële ruimte is er fors meer fysieke ruimte nodig om te kunnen uitbreiden en om meer op Nederlands grondgebied te kunnen oefenen. De uitbreiding van kazernes en oefenterreinen gebeurt altijd in afstemming met lokale overheden. Er wordt zo veel mogelijk rekening gehouden met lokale wensen, bijvoorbeeld als het gaat om infrastructuur. Bij nieuwe kazernes kijken we met nadruk naar gebieden waar deze ook een bijdrage kunnen leveren aan economische ontwikkeling en werkgelegenheid."