De regering moet gemeenten een vaste werkwijze geven voor het doorgeven van gegevens over urgente woningaanvragen en huisvestingsvergunningen. Nu is het lastig om deze informatie te verzamelen voor de hele regio of het land. Een vaste methode zorgt voor duidelijke overzichten op landelijk niveau.
Motie van het lid Mooiman
De kamer,
constaterende dat gemeenten een monitoringsplicht hebben ten aanzien van het aantal verstrekte
urgentieaanvragen en-toekenningen, alsmede het aantal huisvestingsvergunningen;
overwegende dat het van belang is dat gemeenten de gegevens zodanig verstrekken dat deze op
eenvoudige wijze kunnen leiden tot overzichten op regionaal, provinciaal en landelijk niveau;
verzoekt de regering een vastgestelde werkwijze beschikbaar te stellen die alle gemeenten kunnen
gebruiken voor het verstrekken van informatie inzake het aantal verstrekte urgentieaanvragen entoekenningen, alsmede het aantal huisvestingsvergunningen dat is verstrekt aan de urgent
woningzoekenden.
Argumenten voor: De partij wil dat de overheid de regie neemt in de volkshuisvesting [5] en zoekt naar een 'samenhangend en koersvast antwoord' op de woningcrisis [1]. Het verzamelen van uniforme gegevens op regionaal en landelijk niveau ondersteunt deze behoefte aan regie en samenhang. Daarnaast streeft de partij naar het vereenvoudigen van complexe regelingen [2] en het verbeteren van de samenwerking tussen het Rijk, de provincies en de gemeenten [4]. Een vastgestelde, uniforme werkwijze voor informatievoorziening draagt bij aan deze vereenvoudiging en betere samenwerking.
Argumenten tegen: De partij stelt dat het Rijk gemeenten ruimte en vertrouwen moet geven om hun werk te doen [3] en dat gemeenten meer beleidsruimte moeten krijgen om regie te kunnen nemen [6]. Een door de centrale overheid opgelegde werkwijze zou kunnen worden gezien als een beperking van die lokale beleidsruimte en autonomie.
Bronnen:
"Steeds vaker zien we het gebeuren: een stadswijk waar agenten of verpleegkundigen geen woning meer kunnen betalen. Een dorp waar jonge gezinnen zich niet meer kunnen vestigen, waardoor de toekomst van de basisschool en de buurtsuper onzeker wordt. De woningnood is niet langer een individueel probleem, maar raakt de samenleving als geheel. De verschillen op de woningmarkt worden steeds groter. Terwijl sommigen met gemak een huis kunnen kopen, blijven anderen langdurig vastzitten in onbetaalbare huur, in het ouderlijk huis op zolder, of vinden helemaal geen plek om te wonen. Dat heeft veel oorzaken: een tekort aan woningen, te weinig sociale huur, en een markt die vooral kansen biedt aan wie al bezit heeft. Of het nu in dorpen op het platteland, of in de stadswijken is: we hebben veel meer betaalbare woningen nodig. Kortom: er is een stevig, samenhangend en koersvast antwoord nodig om de wooncrisis op te lossen."
"Het aantal mensen en kinderen dat in armoede leeft moet sterk omlaag. Voor een beter armoedebeleid is het advies van de Commissie Sociaal Minimum de leidraad. Het sociaal minimum moet voldoende zijn om van rond te kunnen komen. Periodiek wordt getoetst of het sociaal minimum nog voldoende is. Ook wordt het niet-gebruik van regelingen teruggedrongen (bijvoorbeeld via gegevensuitwisseling). De verschillen in armoederegelingen tussen gemeenten zijn nu te groot en een aantal verschillende regelingen te ingewikkeld. Dit moet eenvoudiger. Gemeenten moeten adequate financiƫle middelen hebben om goed, lokaal toegespitst armoedebeleid te voeren. De Rijksoverheid gaat weer werken met een doelstelling om de (kinder)armoede te verlagen in plaats van armoede niet te laten toenemen."
"De Rijksoverheid moet recht doen aan gemeenten als eerste overheid. Van alle overheden krijgen burgers vaak het meest te maken met de eigen gemeente, van de wieg tot het graf. Het Rijk geeft gemeenten daarom ruimte, vertrouwen en voldoende geld om hun werk te kunnen doen. De Rijksoverheid stopt met het overhevelen van taken aan gemeenten zonder toereikend budget en herstelt waar dit de afgelopen jaren is misgegaan: geen taken zonder knaken. Gemeenten worden beter gefinancierd zodat ze ruimte hebben voor eigen beleid."
"Rijk, provincie, gemeente en waterschap samenwerken. Alle provincies moeten meer plancapaciteit gaan programmeren, om het aantal gebouwde woningen te vergroten. Er worden steeds meer woningen in de fabriek gebouwd. Dit moedigen we aan en vereenvoudigen we door een landelijke goedkeuring, zodat niet elk project apart beoordeeld hoeft te worden. We maken het mogelijk om sneller belangrijke infrastructuur aan te leggen, zoals elektriciteitsvoorzieningen of bescherming tegen overstromingen. Hiervoor komt een wet of tijdelijke regeling. Provincies krijgen de taak om snel plannen op te stellen voor bescherming van diersoorten, zodat bouwen en natuur beter samengaan. Bezwaarprocedures worden korter: mensen of groepen zonder direct belang kunnen geen eindeloze vertraging meer veroorzaken. De Raad van State gaat werken met een snelle toets vooraf (zoals in Duitsland), om onnodige rechtszaken eruit te filteren."
"Maar het kan anders. De ChristenUnie kiest voor een overheid die regie neemt in de volkshuisvesting om betaalbaar en toekomstbestendig te bouwen. We zorgen voor een rechtvaardiger woningmarkt die woningzoekenden en huurders niet langer benadeelt. We investeren in betaalbare woningen voor jong en oud, bouwen aan gemengde wijken en dorpen waar mensen elkaar kennen en omzien naar elkaar."
"Geclusterd wonen van ouderen met een (beginnende) zorgvraag gebeurt nog op te kleine schaal. Daarom maakt elke gemeente afspraken met zorg- en welzijnsorganisaties, kerken, woningcorporaties en verenigingen over huisvesting, zinvolle dagbesteding, bestrijding van eenzaamheid en de invulling van zorg en ondersteuning. Deze afspraken gaan ook over gezamenlijke zorgfinanciering en de bouw van geclusterde woningen waar verpleeghuiszorg thuis geleverd kan worden. Gemeenten krijgen meer beleidsruimte om echt regie te kunnen nemen."