De regering moet onderzoeken of middelgrote gemeenten (M50-gemeenten) steun kunnen krijgen via het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid (NPLV). Deze gemeenten hebben namelijk ook grote problemen met wonen, veiligheid en achterstanden. Omdat deze problemen minder opvallen dan in grote steden, krijgen ze nu te weinig hulp. Dit zorgt voor ongelijkheid.
Motie van het lid Clemminck over in kaart brengen in hoeverre M50-gemeenten vergelijkbare problematiek kennen als de huidige NPLV-gebieden
De kamer,
constaterende dat het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid
zich momenteel richt op een beperkt aantal stedelijke focusgebieden;
overwegende dat ook in middelgrote gemeenten, de zogenaamde
M50-gemeenten, sprake is van vergelijkbare problematiek op het gebied
van leefbaarheid, woningvoorraad, veiligheid en sociaaleconomische
achterstanden;
overwegende dat deze problematiek zich vaak minder zichtbaar maar wel
structureel voordoet en daardoor buiten bestaande rijksprogramma’s kan
vallen;
overwegende dat het uitsluiten van M50-gemeenten kan leiden tot
ongelijke behandeling en gemiste kansen om problemen vroegtijdig aan
te pakken;
verzoekt de regering om in kaart te brengen in hoeverre M50-gemeenten
vergelijkbare problematiek kennen als de huidige NPLV-gebieden en te
bezien hoe deze gemeenten structureel betrokken kunnen worden bij het
NPLV of een vergelijkbare aanpak;
verzoekt de regering tevens om hierbij expliciet te kijken naar de
mogelijkheden voor gerichte ondersteuning, kennisdeling en waar nodig
financiële instrumenten.
Argumenten voor: De partij wil het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid (NPLV) juist uitbreiden naar regio's die momenteel nog buiten de boot vallen [1]. Zij stellen dat een veilige en schone omgeving voor iedereen essentieel is, of men nu in de stad of in een krimpregio woont [1]. Ook geeft de partij aan dat de Rijksoverheid bepaalde regio's te lang aan hun lot heeft gelaten [2] en dat problemen met de leefbaarheid en woningnood zowel in steden als in dorpen voorkomen [4]. Daarnaast is de partij voor het geven van voldoende financiële middelen aan gemeenten om hun werk naar behoren te kunnen doen [3].
Argumenten tegen:
Bronnen:
"Voor de ChristenUnie is leefbaarheid geen bijzaak, maar een kwestie van goed bestuur. Ieder mens, of je nu in de stad woont of in een krimpregio, verdient een veilige, schone en mooie omgeving om te wonen, werken en op te groeien. Toch staat die leefbaarheid in veel dorpen en wijken onder druk door het verdwijnen van voorzieningen, zoals bushaltes, bibliotheken en winkels. Verschillen in gezondheid, veiligheid en toekomstkansen nemen hierdoor toe. Dat accepteren we niet. Daarom zetten we het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid (NPLV) voort. We zien dat dit programma effect heeft in wijken als Amsterdam Zuid-Oost, Delft-West en Dordrecht-West. We breiden dit programma uit naar regio's die nu nog buiten de boot vallen, zoals Zeeuws-Vlaanderen, de Veenkoloniën, Twente en zogenaamde New Towns (voormalige groeikernen zoals Zoetermeer). We zetten in op een integrale versterking van de leefbaarheid door verouderde wijken te vernieuwen, sociale samenhang te bevorderen en kansen voor jongeren te vergroten. We bundelen het geld in één krachtig en meerjarig budget, zodat gemeenten gericht en langdurig kunnen investeren. We leren van de ervaringen van de New Towns en passen die toe bij nieuw te bouwen wijken."
"De Rijksoverheid heeft de verschillende regio's te lang aan hun lot overgelaten en soms zelfs bewust achterstanden gecreëerd. Door te weinig te investeren in werkgelegenheid, huisvesting, bereikbaarheid of het in stand houden van het voorzieningenniveau. Of door, zoals in Groningen, alleen maar te focussen op de (financiële) belangen van de Rijksoverheid, in plaats van de belangen van de regio en haar inwoners. De Rijksoverheid staat letterlijk en figuurlijk op grote afstand van de inwoners van de Veenkoloniën, Zeeuws-Vlaanderen of Twente. En dit geldt voor veel meer regio's."
"De Rijksoverheid moet recht doen aan gemeenten als eerste overheid. Van alle overheden krijgen burgers vaak het meest te maken met de eigen gemeente, van de wieg tot het graf. Het Rijk geeft gemeenten daarom ruimte, vertrouwen en voldoende geld om hun werk te kunnen doen. De Rijksoverheid stopt met het overhevelen van taken aan gemeenten zonder toereikend budget en herstelt waar dit de afgelopen jaren is misgegaan: geen taken zonder knaken. Gemeenten worden beter gefinancierd zodat ze ruimte hebben voor eigen beleid."
"Steeds vaker zien we het gebeuren: een stadswijk waar agenten of verpleegkundigen geen woning meer kunnen betalen. Een dorp waar jonge gezinnen zich niet meer kunnen vestigen, waardoor de toekomst van de basisschool en de buurtsuper onzeker wordt. De woningnood is niet langer een individueel probleem, maar raakt de samenleving als geheel. De verschillen op de woningmarkt worden steeds groter. Terwijl sommigen met gemak een huis kunnen kopen, blijven anderen langdurig vastzitten in onbetaalbare huur, in het ouderlijk huis op zolder, of vinden helemaal geen plek om te wonen. Dat heeft veel oorzaken: een tekort aan woningen, te weinig sociale huur, en een markt die vooral kansen biedt aan wie al bezit heeft. Of het nu in dorpen op het platteland, of in de stadswijken is: we hebben veel meer betaalbare woningen nodig. Kortom: er is een stevig, samenhangend en koersvast antwoord nodig om de wooncrisis op te lossen."