Meer steun voor middelgrote gemeenten

De regering moet onderzoeken of middelgrote gemeenten (M50-gemeenten) steun kunnen krijgen via het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid (NPLV). Deze gemeenten hebben namelijk ook grote problemen met wonen, veiligheid en achterstanden. Omdat deze problemen minder opvallen dan in grote steden, krijgen ze nu te weinig hulp. Dit zorgt voor ongelijkheid.

Motie van het lid Clemminck over in kaart brengen in hoeverre M50-gemeenten vergelijkbare problematiek kennen als de huidige NPLV-gebieden

De kamer, constaterende dat het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid zich momenteel richt op een beperkt aantal stedelijke focusgebieden; overwegende dat ook in middelgrote gemeenten, de zogenaamde M50-gemeenten, sprake is van vergelijkbare problematiek op het gebied van leefbaarheid, woningvoorraad, veiligheid en sociaaleconomische achterstanden; overwegende dat deze problematiek zich vaak minder zichtbaar maar wel structureel voordoet en daardoor buiten bestaande rijksprogramma’s kan vallen; overwegende dat het uitsluiten van M50-gemeenten kan leiden tot ongelijke behandeling en gemiste kansen om problemen vroegtijdig aan te pakken; verzoekt de regering om in kaart te brengen in hoeverre M50-gemeenten vergelijkbare problematiek kennen als de huidige NPLV-gebieden en te bezien hoe deze gemeenten structureel betrokken kunnen worden bij het NPLV of een vergelijkbare aanpak; verzoekt de regering tevens om hierbij expliciet te kijken naar de mogelijkheden voor gerichte ondersteuning, kennisdeling en waar nodig financiële instrumenten.
3 juni | JA21 | Aangenomen: 103–47 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma PvdD

Stemverwachting: voor (erg zeker, 90%)

Argumenten voor: De partij streeft naar gelijkwaardige zorg en voorzieningen in elke gemeente, waarbij de kwaliteit van zorg niet mag afhangen van de woonplaats [2]. Daarnaast wil de partij lokale overheden meer budget en inhoudelijke ondersteuning bieden voor het aanpakken van sociale vraagstukken, zoals het voorkomen van criminaliteit [3], het vroegtijdig signaleren van financiële problemen [5] en het bieden van steun bij pleegzorg [4]. Ook benadrukt de partij dat gemeenten financieel in staat gesteld moeten worden om het voortouw te nemen in maatschappelijke opgaven, zoals bij de huisvesting van nieuwkomers [1].

Argumenten tegen: Er zijn in de verstrekte fragmenten geen argumenten te vinden die de motie tegen zouden spreken.

Bronnen:

  1. "De huisvesting van statushouders en vluchtelingen vindt zorgvuldig plaats: we zorgen voor evenredige en rechtvaardige verdeling over gemeenten, waar het kan op wijkniveau. Dat betekent dat ook rijkere gemeenten hun eerlijke aandeel leveren. Daarnaast zetten we in op kleinschalige mengvormen waarbij bijvoorbeeld studenten en nieuwkomers een wooncomplex delen, en projecten waarbij vluchtelingen met een bepaalde beroepsachtergrond worden gekoppeld aan potentiële lokale werkgevers. Hier zorgen we voor voldoende begeleiding, zodat dit leidt tot betere integratie en wederzijds begrip in de wijk. Gemeenten moeten (financieel) in staat gesteld worden hier zo veel mogelijk het voortouw in te nemen."
  2. "Ondersteuning vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en zorg voor mensen met een levenslange beperking vanuit de Wet langdurige zorg (Wlz) wordt bij voorkeur kleinschalig aangeboden in de vorm van buurtteams, zorgcoöperaties en andere mensgerichte initiatieven. Deze zorg moet in elke gemeente gelijkwaardig beschikbaar zijn: welke zorg je kunt ontvangen, mag niet afhangen van waar je woont. We zorgen voor regionale afstemming en stevige publieke regie, zodat samenwerking wordt bevorderd en zorgcowboys geen ruimte krijgen om publieke middelen weg te sluizen."
  3. "Het voorkomen van criminaliteit wordt een prioriteit. Er wordt daarom geïnvesteerd in kansengelijkheid en aandacht voor de oorzaken van criminaliteit. Lokale overheden krijgen meer budget voor gerichte ondersteuning aan ouders met kinderen die dreigen af te glijden, bij voorkeur door professionals in wie de jongeren in kwestie zich kunnen herkennen."
  4. "Voor veel kinderen is geen pleeggezin, waardoor ze vaak (tijdelijk) in een gezinshuis opgroeien. De gemeentes krijgen voor pleegzorg significant meer financiële steun, en er komen landelijke campagnes om meer pleegouders te vinden. Ook krijgen gemeentes extra financiële steun voor bijvoorbeeld Veilig Thuis."
  5. "We zetten, naast het verhelpen van schulden, veel meer in op vroegsignalering om te voorkomen dat betalingsachterstanden uitgroeien tot problematische schulden. Gemeenten krijgen meer budget en inhoudelijke ondersteuning voor het omgaan met signalen over startende financiële problemen."