Bescherm geld voor groene waterstof

De regering moet de afschrijvingen (amortisatie) van de waterstofinfrastructuur zo betalen dat er genoeg geld overblijft voor hernieuwbare waterstof. Er is nu al te weinig geld beschikbaar voor groene waterstof. Zonder deze middelen komt de markt voor deze duurzame brandstof niet op gang.

Motie van het lid Van Oosterhout over amortisatie zo bekostigen dat het niet ten koste gaat van middelen voor hernieuwbare waterstof

De kamer, overwegende dat het kabinet voornemens is om amortisatie van de waterstofinfrastructuur mogelijk te maken; constaterende dat de huidige middelen voor hernieuwbare waterstof al zeer beperkt zijn en de markt zonder deze middelen onvoldoende van de grond komt; verzoekt de regering zich in te spannen om amortisatie zo te bekostigen dat het niet ten koste gaat van middelen bedoeld voor hernieuwbare waterstof.
3 juni | GL-PvdA | Aangenomen: 86–64 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 85%)

Argumenten voor: De partij zet sterk in op het stimuleren van de productie van groene waterstof [2] en waterstofinnovatie [3]. Daarnaast wil de partij bedrijven die een plan hebben om volledig te verduurzamen ondersteunen en middelen (zoals opbrengsten uit de CO2-heffing) inzetten om de overstap van fossiele naar duurzame productiemethoden te realiseren [3]. Omdat projecten die de energietransitie bevorderen, zoals waterstofproductie, een belangrijke rol spelen [4], zou de partij het logisch vinden dat de middelen die specifiek voor hernieuwbare waterstof zijn bedoeld, niet worden aangewend voor andere kosten zoals de amortisatie van infrastructuur.

Argumenten tegen: De partij spreekt in het programma over het gebruik van langere afschrijvingstermijnen om de stijging van nettarieven te dempen [1]. Dit wijst op een bereidheid om afschrijvingsmechanismen te gebruiken voor kostenbeheersing, maar de tekst biedt geen directe aanleiding om tegen het beschermen van budgetten voor hernieuwbare waterstof te zijn.

Bronnen:

  1. "De netkosten stijgen komende jaren flink. Dat heeft gevolgen voor de energierekening van zowel huishoudens als bedrijven. We zetten in op een gelijk speelveld met buurlanden en we hebben in het bijzonder aandacht voor de energierekening van huishoudens met een krappe beurs. Via langere afschrijvingstermijnen en het stapsgewijs aflossen van de lening, dempen we de snelle stijging van nettarieven. De ChristenUnie stelt via een kapitaalstorting 10 miljard euro extra beschikbaar voor de netbeheerders, zodat hun financieringskosten laag blijven."
  2. "We stimuleren het gebruik van zero-emissie auto's. We passen de motorrijtuigenbelasting aan, via een gewichtscorrectie voor elektrische auto's. We introduceren voor de auto een kilometerprijs, gedifferentieerd naar milieukenmerken, tijd en plaats: op het platteland laag, op drukke momenten in de brede Randstad hoger. Bij de invoering worden privacyoverwegingen, fraudegevoeligheid en uitvoerbaarheid meegewogen. Het wegvervoer draagt bij aan de nationale stikstofdoelstellingen. We stimuleren de productie van groene waterstof met het oog op vrachtvervoer, inclusief zwaar wegtransport."
  3. "Om grote uitstoters te verduurzamen, steunen we het Europese plan om versneld de uitstootrechten voor broeikasgassen in het emissiehandelssysteem in 2040 naar nul af te bouwen. We blijven werk maken van maatwerkafspraken met grote, strategische bedrijven en sectoren. Bedrijven die een plan hebben om volledig te verduurzamen, krijgen steun. De nationale CO2-heffing blijft als instrument bestaan, maar zetten we voor bedrijven waar de overheid in gebreke blijft op nul. Het doel van de heffing is niet om geld op te halen. Mochten er opbrengsten zijn, dan komen die ten goede aan de industrie om de overstap van fossiele naar duurzame productiemethoden te realiseren. We maken in Europees verband werk van het normeren van de vraag, zodat er ook Europese markten zijn voor de duurzaam (en circulair) geproduceerde producten. We stimuleren waterstofinnovatie, om duurzaam opgewekte energie ook te kunnen gebruiken. Naast eigen productie en opslag in Nederland richten we ons op de import van groene waterstof uit landen waar meer ruimte is voor duurzame energieopwekking."
  4. "De overheid zet in op flexibilisering van de elektriciteitsvraag, netbewuste verduurzaming, aanjagen van de warmtetransitie en regie voeren op energieopslag. Projecten die de energietransitie bevorderen en het elektriciteitsnet ontlasten, zoals waterstofproductie en batterijen, krijgen een lager nettarief. Voor thuisbatterijen komt een helder kader voor brandveiligheid, garanties en levensduur, normering voor het gebruik van zeldzame materialen en verplichte mogelijkheid voor de netbeheerder om aan- en af te schakelen. De netbeheerder mag zelf energieopslag inzetten en krijgt ruimte om in deze projecten financieel te participeren. Ook ondersteunt de overheid projecten die netverzwaring kunnen voorkomen, zoals het valmeerproject Delta21, slimme gebouwsturing en slimme waterboilers. Energiebedrijven krijgen ruimte om energie op wisselende piek- en daltarieven aan te bieden, maar wel per seizoen met hetzelfde patroon. Verslimmen van het net gebeurt door monitoring, aansturen van de netten, flexibiliteit in aansluitingen en gebruik, en het verplicht teruggeven van netcapaciteit die niet gebruikt wordt."