Jaarlijks beleid tegen energiearmoede

De regering moet het energiearmoedebeleid elk jaar aanpassen op basis van de Monitoring Energiearmoede. De prijzen voor energie zijn gestegen en blijven naar verwachting hoog. De regering moet de Kamer ook informeren bij de Klimaat- en Energieverkenning (KEV: een jaarlijks onderzoek naar energie).

Motie van de leden Van Oosterhout en Kröger over het energiearmoedebeleid jaarlijks actualiseren inclusief de verwachte effecten op energiearmoede

De kamer, overwegende dat de energiearmoede in Nederland jaarlijks in kaart wordt gebracht; overwegende dat energieprijzen zijn gestegen en naar verwachting hoog blijven; verzoekt de regering om op basis van de Monitoring Energiearmoede het energiearmoedebeleid jaarlijks te actualiseren, inclusief de verwachte effecten op energiearmoede, en de Kamer hier gelijktijdig met de KEV over te informeren.
3 juni | GL-PvdA | Verworpen: 48–102 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma CDA

Stemverwachting: voor (erg zeker, 90%)

Argumenten voor: De partij stelt expliciet dat bij het maken van energiebeleid de impact op lagere inkomens altijd moet worden meegenomen [1]. Daarnaast wil de partij door middel van verduurzamingsafspraken ervoor zorgen dat ook mensen met minder financiële draagkracht in een goed geïsoleerd huis kunnen wonen [2]. De partij pleit ook voor een transitie naar schone energie op een manier die voor iedereen betaalbaar is en waarbij de kosten behapbaar blijven voor inwoners [5]. Het jaarlijks actualiseren van beleid op basis van monitoring sluit aan bij het streven om de bestaanszekerheid te waarborgen en armoede aan te pakken [3][4].

Argumenten tegen: Er is in de verstrekte tekst geen informatie beschikbaar die als argument tegen de motie gebruikt kan worden.

Bronnen:

  1. "Bij het maken van energiebeleid moet de impact van maatregelen op lagere inkomens altijd worden meegenomen."
  2. "Om te zorgen dat ook minder draagkrachtigen in ons land in een goed geïsoleerd huis kunnen wonen, gaan we door met de verduurzamingsafspraken, zoals gemaakt in de nationale prestatieafspraken met woningcorporaties."
  3. "Armoede is in Nederland nog steeds aanwezig. Veel gemeenten hebben aanvullende regelingen voor mensen in de bijstand of met een laag inkomen. Deze regelingen verschillen enorm en het is niet wenselijk dat de gemeente waar je woont bepalend is in hoeverre je kunt rondkomen en werken kan lonen. We willen daarom in overleg met gemeenten komen tot vereenvoudiging en een basisniveau van gemeentelijke regelingen, met mogelijkheden voor maatwerk. Ook het stimuleren van samenwerking met particulier initiatief hoort daarbij."
  4. "We leven in onrustige tijden. Geopolitieke ontwikkelingen en tarievenoorlogen hebben economische gevolgen, leiden tot onzekerheden en bedreigen onze veiligheid en bestaanszekerheid. In de stikstofproblematiek, de netcongestie en de wooncrisis worden de gevolgen van onvoldoende daadkracht en keuzes in de laatste jaren pijnlijk duidelijk. We hebben verzuimd te investeren in de toekomst van Nederland, in onderzoek en innovatie, infrastructuur en arbeidsproductiviteit. Door de dubbele vergrijzing zullen we met minder mensen meer moeten verdienen. Onze sociale zekerheid, zorg en belastingstelsel zijn aan onderhoud en vernieuwing toe, om toegankelijkheid, betaalbaarheid en kwaliteit te borgen."
  5. "De transitie naar een duurzame wereld vraagt om duidelijke politieke keuzes. Keuzes voor een ambitieus Europees klimaatbeleid, het klimaat stopt niet aan de grens. Keuzes voor een stevige, tijdige en onvoorwaardelijke aanpak van de uitstoot van CO₂ en stikstof om ons land van het slot te halen. Keuzes voor de transitie naar schone energie, op een manier die iedereen kan meemaken. Dat alles vraagt om een langetermijnvisie, met voorspelbaar beleid, behapbare kosten voor inwoners en een gelijk Europees speelveld voor ondernemers wanneer zij verduurzamen."