De regering moet de Tweede Kamer snel informeren over de nieuwe stroomtarieven van de ACM (de toezichthouder op de energiemarkt). Deze tarieven veranderen op basis van het tijdstip en de hoeveelheid stroom die je gebruikt. Dit kan grote gevolgen hebben voor de energierekening van huishoudens. De Kamer moet daarom op tijd kunnen meebeslissen over deze veranderingen.
Motie van het lid Müller c.s. over de Kamer zo spoedig mogelijk informeren over de volume- en tijdsafhankelijke tarieven
De kamer,
constaterende dat de ACM werkt aan volume- en tijdsafhankelijke tarieven
voor kleinverbruikers en dat het ontwerpbesluit naar verwachting rond de
zomer wordt gepubliceerd;
overwegende dat volume- en tijdsafhankelijke tarieven helpen om de druk
op het stroomnet te verminderen en om slimmer stroomgebruik te
stimuleren, maar tegelijkertijd gevolgen kunnen hebben voor de energierekening van (verduurzaamde) huishoudens;
constaterende dat de Tweede Kamer geen formele rol heeft in de
besluitvorming over de invoering van volume- en tijdsafhankelijke
tarieven, terwijl dit besluit aanzienlijke impact kan hebben op
huishoudens;
verzoekt de regering de Kamer zo spoedig mogelijk te informeren over de
volume- en tijdsafhankelijke tarieven, zodat de Tweede Kamer zich na de
zomer nog tijdig uit kan spreken over de definitieve besluitvorming door
de ACM.
Argumenten voor: De partij wil de energierekening voor huishoudens verlagen door de energiebelastingen te verlagen [5320, 5183]. Daarnaast stelt de partij dat de financiële implicaties van grote plannen en beleidswijzigingen aan de kiezer voorgelegd moeten worden [1]. De motie vraagt om informatie zodat de Kamer zich kan uitspreken over besluitvorming die de energierekening van huishoudens kan beïnvloeden, wat aansluit bij de standpunten van de partij over lage energiekosten en democratische controle op financiële gevolgen.
Argumenten tegen: Er is in de verstrekte tekst geen informatie aanwezig die een argument vormt om tegen de motie te stemmen.
Bronnen:
"Want hoewel het op zichzelf natuurlijk klopt, dat je het gehele klimaatbeleid - dat in vele jaren is opgebouwd, dat ten uitvoer wordt gebracht door vele bestuurslagen en verdeeld wordt over vele instanties die daarbij gebruik maken van talloze (inter)nationale subsidies en publiek-private 'investeringsfondsen' - niet zomaar in één regeerperiode, met een enkele pennenstreek, kunt afschaffen (en je in onze parlementaire democratie überhaupt slechts langzaam grote veranderingen kunt doorvoeren), vinden wij dat de financiële implicaties van dergelijke 'grote plannen' juist wél aan de kiezer zouden moeten worden voorgelegd."