Meer geld voor omgevingsdiensten nodig

De regering moet onderzoeken of er meer geld naar omgevingsdiensten kan. Deze diensten hebben een grote achterstand bij het bijwerken van vergunningen voor de industrie. Dit zorgt voor grote risico's voor het milieu en de gezondheid. Er is meer personeel en kennis nodig om de regels voor de schoonste technieken (BBT) goed te kunnen controleren.

Motie van het lid Kostić over onderzoeken of meer geld kan worden vrijgemaakt om de capaciteit en kennispositie van omgevingsdiensten op peil te brengen

De kamer, constaterende dat omgevingsdiensten al jaren een achterstand hebben in het actualiseren van industriële vergunningen en dat zowel de OVV als de ILT hebben gewezen op onvoldoende capaciteit als structurele oorzaak; constaterende dat de ILT ook concludeert dat er grote risico’s zijn voor milieu en gezondheid, onder andere doordat de capaciteit als het gaat om toezicht en handhaving niet op niveau is bij veel omgevingsdiensten; overwegende dat de herziene RIE weinig effect kan hebben zolang bestaande vergunningen niet tijdig worden aangepast aan nieuwe BBT-normen; verzoekt de regering voor de komende Miljoenennota te verkennen of, en zo ja, op welke manier, meer geld kan worden vrijgemaakt om de capaciteit en kennispositie van omgevingsdiensten op peil te brengen, en daarover ruim voor de Miljoennota aan de Kamer een terugkoppeling met overwegingen te geven.
8 juni | PvdD |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (erg zeker, 95%)

Argumenten voor: De partij stelt dat omgevingsdiensten momenteel onvoldoende in staat zijn om snel en adequaat te handelen bij incidenten met schadelijke stoffen [1]. Er wordt expliciet benoemd dat deze diensten beter toegerust moeten worden om schadelijke uitstoot te voorkomen, handhavend op te treden en vergunningen in te kunnen trekken [1]. Daarnaast wil de partij dat de gezondheid van omwonenden centraal staat bij zowel de vergunningverlening als de handhaving [2]. Het versterken van de capaciteit en kennis van omgevingsdiensten is een noodzakelijke voorwaarde om deze doelen te bereiken.

Argumenten tegen: Er zijn in de verstrekte tekst geen argumenten te vinden die pleiten tegen het vergroten van de capaciteit en kennis van omgevingsdiensten.

Bronnen:

  1. "De laatste jaren zijn er te veel incidenten met bedrijven geweest waarbij uitstoot van stoffen werd geconstateerd die schadelijk zijn voor het milieu, zoals PFAS, (ultra)fijnstof of staalslakken. De overheid moet de sociale grondrechten op het gebied van leefmilieu en volksgezondheid garanderen door zelf normen te stellen en deze te handhaven. Omgevingsdiensten en de GGD zijn onvoldoende in staat gebleken snel en adequaat te handelen. Zij moeten beter toegerust worden om schadelijke uitstoot te voorkomen, handhavend op te treden en vergunningen in te kunnen trekken. Bedrijven houden zich helaas niet vanzelf aan de regels, we gaan minder uit van zelfregulering. Leefomgeving en ruimte gaan hand in hand. Daarom voegen we milieu weer toe aan het ministerie van VRO en herstellen we het succesvolle model van het voormalige ministerie van VROM."
  2. "De leefomgeving van omwonenden wordt beter beschermd door de laatste inzichten over gezondheidsrisico's leidend te laten zijn in de vergunningverlening en handhaving. Gezondheid van omwonenden komt centraal te staan bij het afgeven van nieuwe vergunningen. We sturen vanuit de bescherming van de gezondheid van omwonenden, niet vanuit de maximaal toegestane emissies van bedrijven. De overheid treedt actief op als hoeder van de belangen van slachtoffers van milieuovertredingen - zoals mensen met (long)ziekten, vervuilde grond, of schade aan hun woning. Bij faillissementen worden slachtoffers als eerste vergoed; nu staan zij als schuldeisers nog achteraan in de rij."